-d of -dt?

precies!

nevermind.

Je moet als je twijfelt gewoon het woord door de passende vorm van het woord “spelen” of “smurfen” (ja klinkt raar maar het werkt wel) vervangen. Dan hoor je vanzelf of het klopt.

Bijvoorbeeld: Hij word/t ? → Hij speelT. Er komt dus een T bij. Dus dan wordt (<< denk hier ook weer “het speelT”) het: hij wordT!

Bij voltooide deelwoorden krijg je NOOIT dt op het einde, onthoud (speel :wink:) dat goed!

Ik erger me er ook heel erg aan,zelfs leerkrachten zetten het soms fout op proefwerken