Column: Bier

Soms hoor je stemmen in je hoofd. Poppetjes met verschillende – en vooral tegenstrijdige- verlangens, die rond blijven dralen en dwalen totdat ze hun zin krijgen. Of niet. Je kunt ze verbannen tot stilte, maar op een dag duiken ze zomaar weer uit het niets op. Poppetjes die je soms bevelen om toch écht iets voor school te doen, maar andere mannetjes die net iets harder schreeuwen om toch nog even één biertje te doen. De Biermannetjes weten zich na slechts 1 toestemming razendsnel te vermenigvuldigen, en voor je het weet hebben ze voor een avond, alle andere mannetjes onder hun hoede.

Met dubbele tong piept er nog net een mannetje bovenuit dat het toch echt genoeg is voor de avond. Je springt op je fiets, maar die was net iets minder dichtbij dan je dacht. Een derde poging brengt je naar het punt dat je al slingerend een drie uur durende fietstocht bent gestart, die normaliter toch echt maar een minuut of 10 zou moeten betrekken. Maar je weet: Biermannetjes brengen ook altijd een lading moedmannetjes met zich mee. De gevolgen daarvan krijg je the morning after vaak op je brood. Of na je brood, wanneer eten binnenhouden niet meer een van je sterkere punten is.

Maar daarmee is de bier-blues nog niet ten einde. De eerste sms stroom is alweer gearriveerd, en vol verwarring ontvang je de nieuwtjes waarin je zelf blijkbaar de hoofdrol speelde. Nu blijven er twee opties over. Wijd het aan de Biermannetjes en vervloek alcohol voor het leven. Of lach lekker hard mee om je eigen falen als een boer met verstandskiespijn.

Met de groeiende Biermannetjes populatie in mijn hoofd wordt het tijd dat de verstandsmannetjes in opstand komen en ze overtuigen van alcohol’s downsides. Tot die tijd kruip ik in mijn boeken met een bonkend hoofd én weer heel wat mooie herinneringen.