Blond Curls

Hey,
Mijn vorige verhaal vonden mensen wel leuk. Dus ik ben begonnen aan een nieuw verhaal. Het gaat over een meisje, Pip, en de rest kom je vanzelf wel achter.

Ik liep door de straten. Ik verborg me dieper in mijn jas, ik wilde niet gezien worden. Ondanks dat het april was, was het nog niet warmer geworden. Ik baalde er niet van. De kou voelde ik niet. Ik voelde niets meer.
Ik keek naar het trottoir. Misschien als ik de mensen niet zag, zagen ze mij ook niet. De grijze tegels kwamen me ondertussen bekend voor, bijna kon ik voorspellen welke tegel nu kwam. Maar eigenlijk moest ik er niet over denken. Eigenlijk niet. Ik moest aan leuke dingen denken, als die al bestonden.
Vanochtend had ik me weer mijn bed uitgesleept. De afgelopen weken sleepte ik me telkens mijn bed uit. Elke ochtend ging ik lopen, alleen ver kwam ik nooit. Een auto raasde aan me voorbij. Langzaam hoorde ik hem afremmen. Ik keek op. Ik was weer bij het kruispunt gekomen. Ik stond stil en ging op het stoeprandje zitten. Het was gevaarlijk, dat wist ik. Ik woonde aan een drukke straat. ’s Nachts was het geraas van auto’s te horen in mijn slaapkamer. Auto’s reden aan me voorbij. Ik had geen idee hoelang ik er zat, ik had geen idee wat ik dacht. Ik kon weer kiezen wat ik deed.
Zou ik vandaag de weg wel oversteken? Gewoon, om te oefenen? Ik wist dat ik nu nog gevaarlijker was dan dat ik de weg zou oversteken. De laatste keer dat ik de weg overstak was vijf weken geleden. Het was nog februari geweest. Zoals het er die dag uitzag, zou het snel lente worden. Maar de zon en warmte van die dag hadden nooit doorgezet. Alsof het weer zich aanpaste aan hoe ik me voelde. Koud en nat. Dat was de laatste keer dat ik ergens anders was geweest, buiten het huizenblok om. Ik kon alleen maar een blokje om lopen. Hoe vaak mijn moeder me ook had overgehaald om over te steken, ik zou nooit meer oversteken.
Kwaad toeterde auto’s naar me. Ze waren zeker kwaad dat ik hier zat, nu moesten ze de bocht groter nemen en rekening met me houden. Als ik hier toch aan de andere kant van de weg zou verder lopen, zou ik uitkomen bij een nog veel erger kruispunt. Ik zou nooit meer terug durven.
Ik stond op en keek naar de stoplichten. Ik drukte op de knop, alsof ik naar de andere kant wilde. De auto’s kwamen tot stilstand en het licht van de voetgangers veranderde naar groen. Ik liep de bocht om en liet het groene stoplicht voor wat het was. Een traan rolde over mijn wangen. Ik durfde de weg niet over. De laatste keer dat ik de weg wel overstak, waren de straten afgezet. En daarna zat ik in de auto. Ik was nog nooit zo bang geweest als toen in de auto. Daarna ben ik nooit verder geweest dan dit blok. Stiekem miste ik het strand, wat ik eigenlijk niet wilde. Maar zodra ik op de splitsing stond en moest kiezen of ik naar zee wilde, durfde ik niet.
Aan de andere kant van mijn blok lag de school. Ik liep er snel voorbij, verborg me nog dieper in mijn jas. Ik wilde niet naar school, ik kon niet naar school. Ik zou er alleen maar zitten en niets doen. Ik had het geprobeerd, echt geprobeerd. Maar in de afgelopen weken, was ik nog nooit een hele dag op school geweest. Ik keek naar het schoolplein en zag haar blonde krullen naar binnen verdwijnen. Telkens als ik haar zag, dacht ik eerst dat hij het was. Bijna dezelfde blonde krullen, alleen die van haar waren langer, veel langer. Ik wilde gewoon dat ik hem weer zag en met hem lol kon maken. Nooit meer.
Zo kwam ik diep in gedachten weer thuis. Hoe ik diep in gedachte kon zijn, wist ik niet, want ik dacht niets meer. Ik kon niets meer denken. Ik was alleen thuis. Mijn moeder was werken en ik was enigs kind. Langzaam kleedde ik me uit en ging weer terug in bed liggen. Ik wilde weer slapen, weer alles vergeten.

Verder =]
Kwaad toeterde auto’s naar me.
Toeterden*

Mm ben wel nieuwschierig. ^^ Verdeeer (:

jaa,volgens mij is het wel n goed verhaal.
verder dan maar! :slightly_smiling_face:

Meeer!
oh ik hou van jouw verhalen.

Verderr,.

In mijn droom zag ik haar. Toen ik weer wakker was, dacht ik aan haar. Haar blonde krullen liepen door school. Ze verborgen meer dan de helft van haar gezicht. Het enige dat ik nog zag, waren haar diep blauwe ogen en glimlachende mond. Ze was een prachtig meisje om te zien. Nog nooit had ik echt met haar gesproken. Toch glimlachte ze altijd naar mij, altijd. Misschien deed ze het wel naar iedereen, maar toch voelde ik me speciaal. Waarschijnlijk wilde ik me graag speciaal voelen, bedacht ik. Ik bande de blonde krullen uit mijn hoofd. Ik wilde weer aan die andere blonde krulletjes denken.
Jorrit.
Hij was mijn beste vriend. Waarom wist ik zelf ook niet. Ik kon het altijd met hem vinden. Ik dacht aan die dag op het strand, afgelopen zomer. We lagen naast elkaar op onze rug naar de voorbij trekkende wolken te staren.
‘We lijken wel een stelletje’, begon hij.
‘Hoe bedoel je?’
‘Nou, hoe we hier liggen. Het lijkt alsof we een koppeltjes zijn. We jagen alle jongens weg.’
‘Geeft niets, ik hoef geen jongens. Jij bent gezellig om mee te praten. Laat andere maar denken dat we een stelletje zijn.’
‘Ik laat ze ook. Wij weten wel beter.’
Ik knikte. ‘Ja. Je bent mijn beste vriend weet je dat? Ik kan echt alles tegen je zeggen en ik kan doen wat ik wil. Je zult me nooit voor gek verklaren.’
‘Voor gek verklaren wel, maar ik zal het nooit negatief bedoelen. Jij bent ook mijn beste vriendin. Echt niet meer.’
‘Nee, echt niet. Ik val niet eens op jongens.’
‘Weet ik al lang, dat heb je al vaak genoeg verteld.’
‘Waarom zeg je dan dat we de jongens wegjagen?’
‘Jij jaagt ze voor mij weg, bedoelde ik.’
‘Sorry hoor’, zei ik gemaakt beledigd. ‘Je mag het ook nog niet doorvertellen.’
‘Nee, weet ik. Zal ik nooit doen. Als jij ook over mij je mond dicht houdt’
‘Natuurlijk! Bedankt.’
Daarna zwegen we alleen maar en keken we weer naar de wolken. De stiltes waren nooit ongemakkelijk. Ik stond op om te gaan zwemmen. Jorrit vroeg niets en bleef liggen. Hij was de eerste aan wie ik het had verteld. De enige ook. Diezelfde dag vertelde hij het ook tegen mij.
Vanuit de zee keek ik naar het strand. Hij stond rustig op. Zijn gezicht was verdwenen in zijn blonde krullen door de wind. Nog geen vijf minuten later lagen we te lachen in het water. We moesten moeite doen om geen zeewater binnen te krijgen. Dat bleek onmogelijk en toch maakte het niet uit. Ik duwde hem onderwater en daarna was hij weg. Ik raakte in paniek, hij zou zo onderhand boven moeten zijn, dacht ik. ‘Jorrit?’ riep ik vragend. Ik tuurde in het water maar zag niemand. Ineens werd ik bij mijn benen gegrepen en ging ik onderwater. Lachend kwam ik boven en Jorrit was al bijna op het strand. Ik ging hem achterna. ‘Je had jezelf moeten horen, Pip, hoe angstig je klonk’, zei hij lachend. Nog altijd had hij mij er belachelijk mee gemaakt. ‘Je dacht echt dat ik dood was.’ Gelukkig was dat nog een grap geweest.

^^ :flushed:

wauw, mooi !

Zijn blonde krullen waren er altijd geweest. Nu had ik diezelfde blonde krullen gevonden, alleen dan in een meisje. Jorrit was altijd een blonde krullenkop geweest. Als ik aan hem dacht, dacht ik aan zijn krullen, daarna pas aan zijn gezicht. Het meisje deed me aan hem denken. Ik keek op mijn bureau, daar stond zijn foto. Een traan verliet langzaam mijn ooghoek. Ik besloot om weer op te staan en televisie te gaan kijken.
Ik hoorde de lichte voetstappen van mijn moeder de gang in komen. Ik zat op de bank in de kamer voor me uit te staren. Ze rommelde even in het halletje. We woonden in een kleine flat, waar net genoeg plaats was voor ons tweeën. Het duurde niet lang voor de deur openvloog. Mijn moeder stond in de deuropening.
Ze liep naar de bank toe en kwam naast me zitten. Ze sloeg een arm om me heen. Iets wat ze elke dag deed zodra ze thuis kwam. ‘Wat heb je vandaag gedaan?’ Ik haalde mijn schouders op, daarmee wilde ik zeggen dat ik niets had gedaan. ‘Pip, kun je begrijpen dat ik me zorgen maak?’ Ik knikte van wel, ze deed maar. ‘Ik heb nagedacht. Je zou het volgende week weer moeten proberen op school. Hier thuis verveel jij je maar. Dan denk je eens aan andere dingen.’ Ik zweeg weer. Naast me zat mijn moeder met tranen in haar ogen. ‘Pip, alsjeblieft, praat tegen me. Ik maak me zorgen om je. ik wil dat het beter gaat. Alsjeblieft, ga het proberen voor mij? Anders voor Jorrit?’ vroeg mijn moeder wanhopig. ‘Oké, goed. Ik ga wel’, hoorde ik mezelf zeggen.
Mijn stem klonk raar. Misschien omdat ik hem al dagen niet meer gehoord had. Er was niets te zeggen, er viel niets te zeggen. Al mijn problemen wilde ik bij hem kwijt. Ik hoorde samen met hem uit te gaan, het samen toe te geven. Maar dat kon niet. Daarom praatte ik niet, er viel simpelweg niets te zeggen.
Mijn moeder leek al net zo verbaasd door het horen van mijn stem. Er kwamen niet meer tranen. ‘Dankjewel’, fluisterde ze. ‘Ik ga koken.’ Zo werd ik weer alleen gelaten, niet dat ik het erg vond. School leek iets van een ander leven. Het zou nooit meer een succes kunnen worden, dacht ik. Maar ik deed mijn moeder een plezier. En ik zou haar zien, haar blonde krullen achter haar aan wapperend.
Ook zou ik mijn andere vrienden weer zien. Al waren het geen vrienden meer. Ik had ze te lang niet gezien. Ze waren gestopt met me over te halen voor iets leuks. Afgelopen week had ik niemand gezien. Misschien moest ik nieuwe vrienden zoeken. Ik moest het meisje spreken, nieuwe vrienden maken.

verder.

Na vier dagen rond te hebben gezworven rond ons huizenblok, zonder de weg ook maar een keer over te steken, werd het maandag. Voor het eerst sinds weken ging de wekker weer. Ik schrok ervan wakker. Eerst herkende ik heb geluid niet. Daarna voelde ik me weer net zo leeg als anders. Mijn moeder was opgewekter. Ze was er zeker van overtuigd dat het een succes zou worden. Dat zou het zeker niet worden, al zou ik er zelf voor zorgen. Ik sleepte mezelf naar school. Lopend, want fietsen durfde ik niet meer.
De gangen waren vreemd voor me. Ze waren licht geel, met grote ramen, het zag er heel licht en ruim uit. Toch bekroop het me. Ik was te laat gekomen vanochtend, expres. Ik wilde niet alleen staan, of bij mijn oude vrienden gaan staan. Nu liep ik alleen door de lege gangen. Bij de balie had ik mijn nieuwe rooster gehaald. De lokaalnummers zaten niet meer in mijn hoofd. Ik had geen idee meer waar ik moest zijn. Zo kwam ik nog later aan in de klas. Ik hield mijn tas goed vast en zuchtte een keer diep.
Pas toen opende ik de deur. Iedereen zat al netjes op zijn plaats en de leraar was al begonnen. De herrie van het eerste uur was al weg, omdat ze waren begonnen. Onopvallend binnenkomen ging niet. De eerste die mij verbaasd aankeek was mijn leraar, bij wie ik mijn te laat briefje inleverde. Ik negeerde het. Daarna durfde ik pas de klas in te kijken. Voor zover ik kon zien was iedereen er. Niemand was erg veranderd. Alleen zat iedereen met een verbaasde blik op zijn gezicht me aan te kijken. Ik zocht de klas af naar een lege plek. Mijn oude plaats was nog vrij, maar ik ging er niet alleen zitten, echt niet. Ik zocht verder. Hanna, een van mijn oude vriendinnen zat alleen. We waren altijd met een oneven aantal mensen geweest. Ik keek naar de lege plaats en Hanna knikte ernaar. Dankbaar liep ik naar de plaats toe en ging ik zitten. Zachtjes fluisterde ik een hallo.
‘Dacht Pip ons weer even te komen vergezellen?’ zei de leraar Nederlands ineens. Ik negeerde hem en vroeg aan Hanna waar we waren. ‘Gaat u maar verder’, zei ik, toen de leraar mij aan bleef staren. Hij schudde met zijn hoofd en ging verder met het uitleggen van iets. Het ging mijn ene oor in en mijn andere uit. Zo had school geen zin.
Ik probeerde me weer te gedragen zoals vroeger, tegenover Hanna. Maar beide wisten we, dat dat niet zou lukken. In ieder geval wist ik dat het niet zou lukken. In die ene les die ik had voor de pauze, zag ik enorm op tegen de pauze. Normaal hoorde je zin te hebben in de pauze. Je wilde pauze en lekker lol maken. Maar ik wilde geen lol maken. Misschien wilde ik het toch wel, maar ik kon het gewoon niet.
De pauze werd een grote grap. Een kwartier lang heb ik geprobeerd vrolijk te zijn. Ik heb geprobeerd weer terug te komen bij mijn oude vriendinnen. Het had alleen geen succes. Ondanks dat ik lachte, voelde ik me beroerder dan thuis. Waarom had mijn moeder me dit aangedaan? School zou niet meer hetzelfde worden. Niet zonder Jorrit. Pijnlijk bedacht ik me, dat ik wel erg verliefd overkwam. Ik dacht weer aan die dag op het strand. We waren niet verliefd, nooit geweest en zouden het nooit worden. En toch miste ik hem. Die hele pauze loog ik tegen iedereen, dat terwijl ik het meisje met de blonde krullen zocht.
Ik vond haar niet, ook al valt blond haar overal op. Ze had geen gewoon blond haar. Ze had echt dat hoogblonde haar, wat je ziet bij baby’s. Dat had zij ook en het stond haar geweldig. Ik wilde haar haren door mijn handen laten gaan, net zoals ik bij Jorrit al vaak genoeg had gedaan. Alleen dan anders, niet voor de grap. ‘Pip, alles oké?’ hoorde ik Hanna vragen. Ik werd wakker uit mijn gepieker. Niet meer aan haar denken, verboden onderwerp.
De lessen erna beleefde ik weer in een soort trance. Ik was niet verdrietig, niet kwaad, niet vrolijk, niet verveeld, niets. Mijn gedachtes waren net zo leeg als mijn gevoel. Ik zat daar en verder niets. Heel af en toe flitste door mijn hoofd dat ik nu in bed zou kunnen liggen. Dat ik me niet moest laten overhalen door mijn moeder. Maar daar bleef het bij. Ik was er wel, maar tegelijkertijd niet. Niemand zou me missen, ikzelf zou mezelf niet eens missen.
‘Hoe ging het op school?’ vroeg mijn moeder vrolijk zodra ze thuis was van het werk. Ik zat weer op de bank. Ik was een film aan het kijken, een film die ik al tientallen keren had gezien. Samen met Jorrit, daarna alleen. Ik besloot om verder te gaan met hoe ik altijd deed. Ik haalde mijn schouders op. De glimlach verdween van mijn moeders gezicht. ‘Ga je het morgen nog eens proberen? De eerste keer is nog vreemd misschien’, zei ze weer met haar bezorgdheid. ‘Ja hoor, als jij dat wilt.’ Mijn moeder knuffelde mij weer. ‘Dankjewel. Nou, ik ga weer koken.’ Zo liet mijn moeder me weer alleen met de televisie. Hoe snel kun je mensen tevreden stellen? Hoe makkelijk houd je andere voor de gek? Misschien moest ik dat maar gaan doen. Ik vond het leven zo toch geen zin meer hebben.
In bed dreven mijn gedachtes weer langzaam af. Ik begon weer te denken. Ik dacht aan die ene afschuwelijke dag in februari.

^^

verder! ben ontzettend nieuwsgierig, die jorrit is zeker dood door een ongeluk met een auto ofzo?

^^ :flushed:

wauw mooi verhaal!
zeker verder

meeeer!

wowh. verder.

Verder!
Je kan leuk schrijven :grin:

jaaaah! weer een verhaal van jou =D