Barricade {verhaal}

Yup. Ik ben Elle, 14, nieuw, en ik schrijf verhalen. Boeiend, hea? :’)
Als je wil weten waarover dit verhaal gaat, zal je het gewoon moeten lezen, vrees ik. Ik kan je wel vertellen dat dit verhaal over Kenza gaat, een op het eerste gezicht doodgewoon meisje, maar waarvan later blijkt dat niet alles is zoals het lijkt. Reactie’s zijn natuurlijk altijd welkom.
Proloog is lang, maar de hoofdstukken zal ik in kleine stukjes posten.
Dit is niet de standaard chicklit, sorry als ik jullie daarmee teleurstel. (a)
PROLOOG
Kenza met de grote K
‘Kenza, hierheen!’ hoorde ik een opgewekte stem roepen. Ik draaide mijn hoofd met een ruk naar links en zag Anna verscholen achter een boekenkast. Ik glimlachte en liep naar haar toe, waarna zij me aan mijn arm naar de bescherming achter de kast trok. ‘Hij is hier,’ fluisterde ze overdreven dramatisch, maar ik zag haar wangen opbollen en haar ogen glinsteren. Anna probeerde me te doen geloven dat het haar koud liet dat Eric hier rondliep (hier, in haar buurt!), maar ik kende haar niet voor niets al veel langer dan vandaag.
Daarom antwoordde ik dan ook: ‘Dan moeten we hem maar eens gedag gaan zeggen, denk je niet?’
‘Als je het waagt!’ siste ze, en ze greep mijn arm beet. Ik voelde haar nagels in mijn vlees prikken, maar dat kon me niet schelen. Ik wist dat ze me achteraf dankbaar zou zijn, al zou de ontmoeting met Eric slecht uitpakken. Ze keek me een tijdlang indringend in de ogen, en ik keek even scherp terug.
‘Ik vraag me af,’ begon ik uiteindelijk bedenkelijk, ‘wat een jongen als Eric hier doet, in de bibliotheek.’ Ik fronste mijn wenkbrauwen.
Anna lachte zenuwachtig. ‘O, Kenza, hij zoekt natuurlijk naar CD’s, DVD’s, weet ik veel wat nog meer,’ legde ze uit, in een poging hem te verdedigen.
‘Natuurlijk, schat. Daarom ook dat hij bij de afdeling “romans van plus driehonderd pagina’s” staat.’
‘Bestaat er zo’n afdeling?’ Nu was het Anna’s buurt om vertwijfeld te kijken.
Ik grinnikte en porde haar op haar bovenarm. ‘Natuurlijk niet, ik pest je maar.’
Ik wist dat Anna nu niet meer verwachtte dat ik op Eric af zou stappen, dus greep ik mijn kans. Ik rukte me los, schudde mijn haar en verscheen stralend weer waar mensen me konden zien. Het duurde niet lang of mijn ogen hadden Eric ontdekt en met een protesterende ‘hé’ van Anna die niet erg overtuigend overkwam, liep ik op hem af.
‘Hallo, Eric,’ begroette ik hem. Ik glimlachte toen hij zich omdraaide en liet mijn ogen snel over hem heen gaan. Nog steeds de Eric waar Anna stapel op was. Warrig blond haar waarvoor hij waarschijnlijk uren voor de spiegel had gestaan, helderblauwe ogen, gespierd lichaam en over al de andere dingen die Anna al had onderzocht, wilde ik niet eens meer nadenken. Soms kon ze behoorlijk doorslaan als er een mooie jongen in de buurt was. Dan wilde zo snel mogelijk zijn naam weten zodat ze alle informatie die over hem te vinden was, kon opzoeken en opzuigen als een spons.
Zijn scherpe blik leek me eerst niet te herkennen, maar daarna trok de mist in zijn hoofd weg. ‘O, hoi,’ mompelde hij. Ik dacht teleurstelling in zijn stem te horen. Hij hield zijn blik maar deels op mij gericht, het boek in zijn handen kreeg de andere helft.
‘Anna is hier ook,’ merkte ik op. Zoals verwacht, had ik meteen zijn aandacht. ‘Ze is nu ergens een CD aan het zoeken van die band die jij zo goed vond. Hoe heette die ook alweer?’
‘Queen Monaco,’ antwoordde hij.
‘Ja, die. Anna is er verslaafd aan sinds ze hen kent.’
‘O, echt?’ Hij keek nogal beduusd en ik probeerde zo goed mogelijk om niet te lachen. ‘Vroeger was ze anders niet zo’n fan.’
‘Hm, nooit geweten,’ mompelde ik toonloos. ‘Zeg, wil je Anna zien?’
‘Eh… graag. Maar eigenlijk…’
Ik zuchtte theatraal. ‘Je moet weg. Typisch. Als je haar nu ontvlucht, heb dan tenminste het fatsoen om haar te bellen, oké? Heb je haar nummer?’
‘Eh, ja, ik eh… Ja.’ Hij zuchtte verslagen en hoewel hij zuchtte, wist ik dat hij zou bellen. Hij verlangde er gewoon naar haar te bellen en haar te zien. Alleen was dat een tikje gênant om tegenover mij toe te geven.
‘Je weet nooit zeker,’ zei ik en ik diepte een potlood op uit mijn tas. Toen nam ik het boek dat hij had willen lenen van hem over, sloeg het open en schreef Anna’s mobiele nummer op de gekreukte pagina. Daarna sloeg ik het boek toe en gaf het terug aan Eric. ‘Pagina 34.’
‘Je kan hier niet zomaar op boeken schrijven!’ zei hij verontwaardigd.
‘Het is potlood, kan je weggummen. Pagina 34, niet vergeten,’ waarschuwde ik hem nog, voor ik weer terug naar Anna liep. Ze zat nog steeds achter de boekenkast en deed alsof ze erg geïnteresseerd was in een boek. Na een blik op de titel, nam ik het uit haar handen en plaatste het tussen twee willekeurige andere boeken. ‘Kijk in het vervolg naar de titel,’ merkte ik droogjes op.
Toen Anna zag dat ze één of ander beschamend voorlichtingsboek had vastgehad, zette ze grote ogen op. ‘O hemel.’
Ik lachte.

Ik herinner me die dag nog goed, beter dan ik wil. Ik weet nog precies waarom Anna en ik in de bibliotheek waren en hoe heet het buiten was, want het verleden achtervolgt je. Mooie dingen wil je blijven onthouden als je weet dat je het nooit meer zal meemaken en dat je nooit meer zo gelukkig zal zijn.

like it !

Leuk, ben benieuwd. (:

Leuk! Je schrijfstijl is heel fijn!
Ga maar verder :slight_smile:

Bedankt. x] Nieuw stukje.

---------------------------------------------

HOOFDSTUK EEN
Zomerdagen
‘Blijf stil zitten, Anna,’ zei Kenza terwijl ze geconcentreerd enkele lijnen schetste op het witte blad. Haar blik schoot heen en weer van Anna’s gezicht naar de schets en probeerde verschillen te ontdekken of dingen die niet klopten. Tot nu toe was Kenza relatief tevreden, maar ze wist dat dat snel zou veranderen. Toch hield ze van tekenen – het was rustgevend. En anderen hielden, in tegenstelling tot zijzelf, meestal wél van haar resultaten.
‘K, heb je die jurk wel gezien?’ Anna hield het tijdschrift omhoog en tikte met haar nagels op de juiste bladzijde.
Kenza keek amper naar de foto van een graatmager model met een zalmroze coctailjurk aan, maar mompelde toch iets dat Anna opvatte als een “ja, heel mooi”. Toen Kenza weer opkeek, kreeg ze een idee. ‘Anna, ga eens op je buik liggen. In profiel, en hou je benen in de lucht. Gekruist. Ja, zo. En voor mijn part lees je dat tijdschrift nou drie keer, maar hou je stil.’
Anna deed wat haar gevraagd werd en Kenza zuchtte dankbaar. Ze prutste wat met de lijnen die al op haar blad stonden en niet veel later stond er een nieuwe schets. Ze werkte nog wat onregelmatigheden weg en begon daarna met het moeilijke werk.
Ze kleurde in, gumde weg, werkte bij, tekende opnieuw, bracht details aan tot ze uiteindelijk zo goed als klaar was. Tot haar verbazing had Anna nog geen woord gezegd, al waren ze al twee uur verder. Kenza glimlachte. ‘Je mag terug bewegen,’ zei ze.
Anna leek een electroshock te krijgen, want voor Kenza ook maar met haar ogen kon knipperen, was ze rechtgesprongen en kwam ze Kenza’s resultaat bekijken. Ze zei niets en Kenza hield haar adem in. ‘Ik zou bijna van mezelf gaan houden,’ mompelde Anna uiteindelijk, met iets van dankbaarheid in haar stem.
Kenza was tevreden en borg alles op. Ze voelde Anna’s ogen in haar rug prikken en vroeg zich af waarom er ineens zo’n overheersende stilte hing. Hij was alles behalve aangenaam en Kenza voelde rillingen over haar hele lichaam. Met een ruk draaide ze zich om en daar stond Anna. Midden in de kamer, in haar witte zomerjurkje en open schoentjes. Haar bruine haar lag perfect om haar hoofd en op haar schouders en ze was lichtjes gebruind. De zon leek haar te verlichten en Kenza zag de stofdeeltjes dansen. Het was perfect geweest als er geen tranen in Anna’s ogen stonden.
‘Ik ga je missen, Kenz,’ fluisterde ze breekbaar. Ze sloeg haar armen om zich heen, alsof ze zichzelf warm wilde houden.
Het was boven de twintig graden buiten.
Kenza kon het niet helpen; ze barstte in tranen uit. Anna liep snel naar haar toe en sloeg haar armen nu om Kenza heen. ‘Sorry,’ fluisterde ze. ‘Sorry, sorry, sorry. Het was – ik zag…’
‘Het is niets, Anna. Het is gewoon… Ik moet het accepteren, er is niets aan te doen. En soms dénk ik wel dat ik het heb aanvaard, maar later blijkt dat dan niet zo. Dan voel ik mezelf zo stom, alsof ik verwacht dat ik er nog iets aan kan doen. Ik ben superwoman niet, en ik zal nooit de held zijn in mijn eigen verhaal.’
Anna zuchtte. Ze reageerde niet en Kenza wist waarom. Ze had gelijk, en wat moest je dan zeggen? Troostende woorden waren pijnlijk en ontkenningen dom.
Uiteindelijk maakte ze zich los uit Anna’s greep. ‘IJs?’ vroeg ze met een waterige glimlach.
‘IJs,’ bevestigde Anna met een kort en vastberaden knikje.

Up… ;3

snap er nu nog geen snars van, maar ga maar verder. (:
Kritiekpuntje: een punt komt voor de aanhalingstekens, dus: “Hoi.” en niet: “Hoi”.
Dat viel me op dat je dat een paar keer doet. ^^

=) Goede tip

Ben benieuwd, je schrijft echt in mijn stijl! Goed uitgeschreven zinnen, kort en krachtig en niet onzinnig :grinning:
Ga snel verder…

Bedankt voor de reacties. :’) En ik zal er op letten. :grin: Nog een stukje, aangezien ik zondag naar Italië vertrek voor twee weken… =D

-------------------------------
VERVOLG HOOFDSTUK EEN
Er was in het hele huis geen ijs te bekennen en Kenza en Anna besloten om bij Anna thuis op onderzoek te gaan. Ze liepen over straat, opgevrolijkt door de gedachte aan ijs. Het was een mooie dag vandaag en Kenza genoot met volle teugen. Ze snoof de nu nog frisse zomerlucht op. Een mengeling van halfdroog gras en regendruppels op een lenteblad. Niet bepaald een geur die bij de hitte paste die de stad teisterde. Kenza glimlachte met de gedachte fuck off, hittegolf in haar hoofd en begon te huppelen. Ze kreeg het warm in haar skinny jeans, maar dat kon haar niets schelen. Zij was immers Kenza, en ze had al veel ergere dingen te verduren gekregen. ‘Doe mee, Anna,’ gilde ze, waarna ze even stopte en zich omdraaide naar haar beste vriendin. Anna keek een beetje vertwijfeld. ‘Wat kan jou het schelen dat iedereen ons uitlacht?’ lachte Kenza, en ze greep Anna’s pols beet en trok haar mee.
Uiteindelijk deed Anna vrolijk mee en ze lachten als gekken – iets wat ze misschien ook wel waren, sinds ze elkaar hadden leren kennen op de eerste schooldag in de tweede kleuterklas. Er hing een heel verhaal aan het begin van hun vriendschap vast, maar het kwam erop neer dat het begon in de zandbak. Daar belaagde Anna Kenza met emmers vol zand en Kenza vocht dapper terug. De lerares had er het plezier niet van ingezien en hen beiden gestraft. En daar, in het warme lokaal waar ze moesten opruimen, sloten ze vriendschap. Omdat ze allebei de grote bruine beer het leukste vonden.
‘Kan je geloven dat we nog maar één week school hebben?’ vroeg Anna. Omdat ze het plein naderden, waar meestal wel mensen waren, waren ze opgehouden met huppelen, springen en dansen. Ze liepen gewoon naast elkaar, beheerst.
‘Nee,’ zei Kenza en ze trok haar wenkbrauwen op. ‘Kijk, ijskar!’ Ze wees naar de witte bestelwagen met de Italiaanse vlag die op het plein stond. Er was een behoorlijke groep mensen in de buurt. Voor zover Kenza kon zien, had bijna iedereen die op het plein rondliep, een ijsje. De meeste mensen zaten aan de grote fontein in het midden van het plein en genoten van de zon, het water en het ijs. Anderen zaten op de trappen van de eeuwenoude bibliotheek en nog anderen zaten aan de overkant op de trappen van de universiteit, als rivalen. De uitzonderingen – die de grootste groep vormden – zaten gewoon op de grond, pal onder de hete middagzon. Scouts waren ook van de partij en deden actieve spelletjes, die niet thuishoorden op deze lome namiddag.

Up. =D

verder(L)

oww, ik zie het nu pas wanneer je begon met schrijven :flushed:

Idd jmmr dat je bent gestopt… Je schreef fijn!