Back in time

Hey, ik hoop dat mijn verhaal jullie een beetje aanstaat. Je mag altijd stemmen, zodat ik weet wat ik moet/kan veranderen. Laura x
  • Gewoon doodsaai en stom geschreven.
  • Valt wel mee, maar is niet mijn persoonlijke lievelingsverhaal.
  • Normaal lees ik deze soort verhalen niet graag, maar dit is echt goed geschreven.
  • Het is redelijk. Ik overweeg om het te blijven volgen.
  • Super verhaallijn!
  • Ik ga zeker blijven volgen!

0 stemmers

Dit verhaal heb ik al een hele tijd geleden geschreven en ik hoop dat jullie het leuk vinden! Reactie’s mogen zeker en vast!

Het gaat over een meisje (Jessica) dat tijdens verstoppertje in een bos in een put valt en daardoor belandt in de Middeleeuwen. Daar ontmoet ze de knappe Eilric, met wie ze samen zijn kasteel gaat proberen te heroveren dat door een bende dieven is ingenomen.

Voorzichtig gluurde Jessica vanachter een grote, met zwammen bedekte boom. Daar, honderd meter voor haar liep Margot. Ze was achter bomen en struiken aan het kijken waar de anderen zich verstopt zouden kunnen hebben. Laat haar maar zoeken, hier vindt ze me toch niet , dacht Jessica. Jessica steunde met haar handen op de dikke boomstam terwijl ze in hurkzit zat. Plots voelde ze iets over haar hand kruipen en moest zichzelf bedwingen om niet te gaan gillen want in het midden van haar hand zat een grote, grijs kleurige pissebed. Vlug schudde ze het diertje van haar hand.
Jessica had de pech dat door die bruuske beweging Margot’ s aandacht was getrokken. Margot kwam Jessica’ s richting uit en Jessica kon niet meer ontsnappen. Stomme pissebed, dacht ze want door dat vervloekte beest had ze zichzelf verraden.
Margot riep haar naam en Jessica kwam tevoorschijn. Blijkbaar had ze Tess, Dagmar en Amelia ook al gevonden, want Tess en Amelia zaten wat verder op hun zitvlak op een omgevallen boom. Dagmar ondernam heldhaftige pogingen om in een boom te klimmen.
Tess en Amelia moedigden Dagmar aan, maar telkens ze op de grond viel, kregen Tess en Amelia de slappe lach.
‘Nu is het de beurt aan Amelia,’ zei Jessica tegen haar vriendinnen zodat ze weer met hun gedachten bij het spelletje waren. Iedereen was al een keer geweest, behalve haar zusje. ‘ Oké, allemaal opnieuw verstoppen!’ riep Jessica. ‘Amelia, tel tot zestig en kom ons dan zoeken.’ Amelia ging tegen één van de vele bomen staan die het grote bos rijk was, bracht haar handen voor haar ogen en begon luidop af te tellen. Vlug sprintte Jessica weg. De meisjes renden weg, allemaal een andere kant uit. Snel en lenig sprong Jessica over gevallen boomstammen, ontweek onkruid en struiken en kwam uiteindelijk uit bij een moerasachtig terrein. Ze zag het perfecte verstopplekje maar zou daarvoor wel door het moerasachtig gebied moeten lopen. Ach, laten we het er maar op wagen. Zoveel kwaad zal het toch niet kunnen en er zal mij toch niets overkomen, dacht Jessica. Fout gedacht! Jessica had bijna het plekje bereikt toen plots de grond onder haar voeten verdween. Ze probeerde te roepen, maar haar kreet bleef steken in haar keel. Wanhopig probeerde ze zich nog vast te klampen aan de randen, maar die waren zo glibberig dat haar handen er af gleden. Ze viel in de put, die eindeloos leek. Het laatste wat Jessica zich herinnerde was dat alles voor haar ogen wazig werd, toen verloor ze het bewustzijn.

Leuk maar:

Stomme pissebed! dacht ze
Stomme pissebed, dacht ze.
En tegen Amelia zei ze: …
Begin je zinnen niet met “En” dit klopt niet helemaal. Schrijf liever eerst wat men zegt met haakjes ’ ’ en sluit af met een ,zei ze tegen Amelia. Dit leest makkelijker.

ik hoop dat het helpt

Groetjes Laurien:)

Een stukje van het vervolg…

Langzaam kwam Jessica weer bij bewustzijn. Wat een nachtmerrie, dacht ze, terwijl ze haar hand op haar voorhoofd legde. Helaas ontdekte ze al snel dat de razende hoofdpijn en het gevoel dat haar hele lichaam precies geradbraakt was, echt waren. Kreunend deed ze haar ogen open en knipperde een paar keer door het felle zonlicht. Verbaasd keek ze om zich heen. De plek waar ze was gevallen, was omringd geweest met bomen. Hier lag ze in het midden van een open plek! Niet goed wetend wat er gebeurd was, keek ze op haar horloge. Toen ze zag hoe laat het was, viel haar mond open van verbazing. Toen ze arriveerden in het bos, was het rond één uur. Nu was het, als ze haar horloge mocht geloven half zeven! Haar handen tastten haar jeansbroek af, op zoek naar haar mobiel. Ze schudde haar hoofd vol ongeloof toen ze ook daarop zag staan dat het al half zeven was. Om het echt te laten lijken, hadden haar vriendinnen zelfs haar uurwerk en mobie later gezet! Dit is echt een wansmakelijke grap, dacht Jessica. Haar kleren zaten onder de modder en haar haren hingen slonzig over haar hoofd. Met een paar snelle handgebaren zorgde ze ervoor dat haar haarlokken weer min of meer goed lagen.
Dit had ze echt niet van haar beste vriendinnen verwacht. ‘Oké, Tess, Dagmar, Amelia en Margot, jullie mogen nu tevoorschijn komen,’ riep Jessica. Stilte. Jessica riep nog een paar keer, maar er kwam niemand tevoorschijn. Nu begon ze toch lichtjes ongerust te worden. Ze besloot het heft dan maar in eigen handen te nemen en ging zelf naar hen op zoek. Toen ze na tien minuten nog niemand had gevonden, en geen enkele gelijkenis had gevonden met het bos in haar eigen gemeente, waar ze waren in aan het spelen op het moment dat ze in iets donker viel, werd ze bevangen door wanhoop. Hoe was ze hier terechtgekomen? Wat deed ze hier eigenlijk?

Nice story bro (:
Getallen onder de 20 schrijf je wel gewoon in letters overigens. Het is ook fijner om te lezen als je “mobiel” schrijft ipv “GSM”

thnx

Jessica ging met haar rug tegen een boom staan en liet zich zo naar beneden zakken. Vervolgens trok ze haar knieën op. Ze legde haar hoofd op haar knieën en begon zachtjes te snikken. ‘Zie mij hier zitten!’, dacht Jessica, “De trotse en onversaagde Jessica Hornblower zit hier te wenen zoals een klein kind.” Vermoeid door uitputting, wanhoop en de gedachte; Mijn vriendinnen zullen er van lusten als ik weer thuis ben, viel Jessica een tijdje later zo in slaap. Net voor ze in slaap viel, dacht ze nog: Maar moesten mijn vriendinnen achter deze flauwe grap zitten, hoe verklaarde ze dan aan zichzelf dat ‘gat’ waar ze was ingevallen? Dat was echt geweest en haar vriendinnen hadden toch niet geweten welke kant ze uit ging gaan?
Jessica werd wakker met het gevoel dat er iemand naar haar keek. Behoedzaam lichtte ze langzaam haar hoofd op en daar, recht voor haar, zag ze een jongen staan. Voorzichtig - zodat ze hem niet aan het schrikken ging maken - ging ze overeind staan. Het is een knappe kerel, maar zijn kleren zijn wel erg ouderwets, dacht Jessica in zichzelf. Ze schatte de jongen een jaar of zeventien, achttien jaar, amper één of twee jaar ouder dan haarzelf. Met andere woorden: de perfecte leeftijd voor haar toekomstig lief! Nu hopen dat hij nog vrijgezel was! Het was alleszins wel een mooie bink! De jongen bleef haar maar aanstaren alsof ze een wezen was waarvan de jongen niet wist of ze goed of slecht was. Was ze een voor prehistorisch monster of zo? Jessica hoopte dat zijn blik niet als compliment bedoeld was. Of zat er gewoon een restje eten tussen haar tanden? Voor alle zekerheid ging ze eens vluchtig met haar tong erover, maar vond niets. De jongen keek haar nog steeds aan. Een jongen –en zeker geen knappe hotte gast - had nog nooit zo lang naar haar gekeken, daar was ze zeker van, maar nu begon het toch knap op haar systeem te werken!
‘Heb ik misschien iets aan van u?’ vroeg Jessica net toen de jongen haar een vraag stelde. Haar vraag klonk waarschijnlijk net iets te onbeschoft. Ondanks zijn indrukwekkende verschijning, klonk in zijn stem angst door. ‘Ben jij een heks?’, vroeg de jongen achterdochtig. Een ogenblik keek Jessica de jongen met een niet-begrijpende blik aan. Jessica draaide met haar ogen. Amai, die gelooft in heksen! Zou hij ook nog in spoken en elfjes geloven?
Ze ging hem eens wat angst aan jagen! ‘Ja, en ik ben heel gevaarlijk en ik zou maar snel wegvluchten moest ik van jou zijn, anders betover ik je!’ zei ze met een kinderstemmetje waar het sarcasme van droop.
Het leek alsof de jongen ieder moment ergens naartoe kon rennen.
‘Neen joh, ik ben geen heks of wat dan ook. Ik ben een doodnormaal meisje dat gewoon hopeloos verdwaald is–hoop ik toch-. Weet jij soms de uitgang van dit bos? En welk bos is dit eigenlijk?’

                       HOOFDSTUK  2
                2 Verdrietige jongeren 
              

Jessica wist niet hoe ze erbij kwam, maar plots flitste er een fragment van een krantenartikel dat een tijdje geleden was verschenen, door haar hoofd. Daarin stond geschreven dat er een man was die beweerde dat hij uit De Klassieke  Oudheid kwam. Hij was aangereden door een auto nadat hij als een gestoorde over een drukke snelweg liep.  Hij was gekleed in een echte toga en Romeinse juwelen. Iedereen verklaarde hem gek en gaf toe dat de man een grote fantasie had.  Toen Jessica het krantenartikel had gelezen, was ze bijna beginnen lachen bij het idee alleen al. Reizen in de toekomst of het verleden, dat is toch te belachelijk voor woorden, had ze toen gedacht. Zoiets is alleen mogelijk in films! Nochtans hadden de verklaringen van de man veel geheimen verklaard waar historici niet aan uit geraakten. Plots overwoog Jessica  dat het verhaal van de man toch niet zo gek kon zijn. Maar toch kon ze het niet geloven dat juist zoiets haar weer zou overkomen! Dit moest en zou gewoon een ordinaire grap zijn van haar vriendinnen.

De jongen keek haar nog een ogenblik bedachtzaam aan en zei toen iets tegen haar wat ze niet verstond. Hij herhaalde het nog een keer en toen verstond ze het ongeveer. ‘ Dat is nog 2 dagen lopen in die richting en dan kom je op het landgoed van de slechte heer Frowin’ zei hij terwijl hij in een richting wees. Wow, dacht Jessica, dat klinkt echt kinderachting!
Oh my god! “De slechte.” Waren we hier soms een dialoogje voor kinderen aan het opvoeren? Jessica snapte er niets van. Waarom noemde hij het een landgoed? Dat was volgens Jessica’ s weinige kennis een groot domein dat bij een stoer kasteel hoorde , maar in haar gemeente was er geen enkel kasteel te vinden. Dacht ze toch. Geschiedenis en oude gebouwen en zo waren nu niet bepaald haar ding. Gaf haar maar de Joepie, waar er lekker veel roddels in stonden! En waarom was dan die zogenaamde heer slecht? Waarschijnlijk had hij een paar keer gevloekt of zo, iets wat zij dagelijks deed. Maar ja, laten we het spelletje maar meespelen! Toch begon er binnen in haar iets te vreten. Moesten haar vriendinnen een grap met haar hebben uitgehaald, hoe verklaarde ze dan het gat waar ze in gevallen was, de hotte bink in versleten kleren voor haar? Dit zou mogelijk kunnen zijn, maar ze kende haar vriendinnen goed genoeg om te weten dat ze niet op het idee zoudoen komen om haar horloge en GSM te verzetten. Jessica piekerde er niet meer over en dacht: ‘ Ik ben Jessica Hornblower, een mooi meisje met lang, bruin haar, grijze ogen en een tof snoetje! Ik ben van niemand bang.’ Langzaam aan voelde Jessica weer een beetje van haar zelfvertrouwen opborrelen en vroeg tenslotte aan de jongen: ‘ Wat is je naam en wat doe je hier in het bos?’ De jongen leek even over haar vraag na te denken en antwoordde toen; ‘ Ic ben Eilric van Kestewaelle. Ier is mijn thuis.’ ‘En wat is de naam van dit bos ook al weer?”, vroeg Jessica voorzichtig. ‘----------------------‘. Terwijl de jongen haar antwoordde, probeerde Jessia ontvangst te krijgen met haar GSM. Normaal geen enkel probleem, aangezien een paar kilometer verder een zendmast staat. Zoeken. Zoeken. Geen bereik. Haar hart begon ijskoud te worden van schrik. Vlug controleerde ze of haar simkaart en haar batterij er nog in zaten. Aangezien dit het geval was, moest het liggen aan het feit dat er even een storing was of zo. Ja toch? Toch probeerde ze zichzelf wijs te maken dat deze knappe bink ook deel uitmaakte van het complot. ‘En welk jaar is dit?’ vroeg ze voorzichtig. ‘ Het jaar 1423’. Jessica had het gevoel dat ze ging flauwvallen. Vlug zette ze zich neer op de grond en begon toen onbedaarlijk te snikken. De jongen die beweerde Eilric te heten, stond er wat onwennig bij. Uiteindelijk kwam hij naast haar staan en vroeg ‘ Wat is er?’. Jessica keek hem even aan en begon toen weer hevig te snikken. Plots voelde ze een sterke hand op haar schouder. Nieuwsgierig keek ze op en zag dat Eilric zijn hand op haar schouder had gelegd. Zijn prachtige gezicht stond meelevend hoewel hij totaal niet wist waarom ze aan het huilen was. Typisch een man! Hij was wel een goede acteur! Vreemd genoeg minderde Jessica’ s verdriet snel toen ze voelde dat zijn hand nog steeds op haar schouder lag. Het straalde een kracht en vriendschap uit, alsof ze Eilric al veel langer kende dan die vijf minuten geleden dat ze hem had ontmoet, en natuurlijk het feit dat het een knappe bink was, zal er ook wel iets mee te maken gehad hebben.
Toen Jessica’ s huilbui over was, nam Eilric zijn hand weg van haar schouder en ging het bos terug in. Net voordat hij in het bos ging verdwijnen, stopte hij en keek achterom naar Jessica. Ze zat nog steeds neer, zag hij. Opeens kreeg Eilric meelijden met haar en gebaarde toen naar Jessica dat ze met hem mee mocht komen. Jessica stond vlug op, veegde met een snel handgebaar de aarde van haar mooie donkerblauwe jeansbroek en liep gehaast naar hem toe, bang dat ze anders weer alleen zou achterblijven. Eilric toverde een flauwe glimlach op zijn gezicht toen hij zag dat ze hem min of meer vertrouwde. Het was een begin, dacht hij in zichzelf. Vervolgens zei hij tegen haar: ‘Ik zal je naar het kamp brengen, dan kan je je daar wat opfrissen, slapen en morgenochtend weer opgewekt naar huis vertrekken.’ Jessica glimlachte dankbaar naar hem. Toen pakte ze zijn uitgestoken hand en liepen ze samen door het bos.
Alsof dat gebaar haar had wakker gemaakt, keek Jessica rond in het bos en nu pas viel het haar op hoe een mooie dag het was. De natuur was volop in bloei. Overal hingen aan de bomen groene bladeren, de vogeltjes tsjilpten vrolijk en lichtbundels vielen door de takken van de bladeren.—zon-
Onderweg stelde Jessica zichzelf voor en stelde hem een paar persoonlijke vragen, waar hij telkens op antwoordde met ‘Als we aangekomen zijn in het kamp zal ik je het allemaal uitleggen’. Maar Jessica merkte dat telkens ze over hem of zijn familie begon, Eilric somberder werd. Zwijgend liepen ze, hand in hand samen verder door het donkere bos. Hij was echt een verdomd goede acteur! Waarschijnlijk zat ze in een programma zoals ‘Pranked’ dacht ze. Vakkundig verstopte cameraatjes volgden ongetwijfeld al hun bewegingen.
Jessica had er zich aan verwacht dat hij haar vragen ging stellen over haar kleren, en dat deed hij ook. Na een poosje vroeg hij aan haar; ‘ Wat zijn eigenlijk die rare dingen die je draagt?’ Dit was weer een bewijs van de tijd waar ze zich in bevond en toch wou ze het niet geloven. Nog niet. Dit was ongetwijfeld een deel van zijn rol.
Ze stopten even om wat uit te rusten en Jessica besloot hem maar het hele verhaal te vertellen, maar had eerst een beetje schrik omdat Eilric dan misschien zou denken dat ze “gek” was en haar zou achterlaten zodat ze weer in haar eentje zou zijn. Eilric moest haar twijfel gemerkt hebben, want hij gaf Jessica een bemoedigend kneepje in haar hand. Jessica vertelde Eilric wat er haar overkomen was. Gedurende haar hele relaas keek Eilric recht in haar ogen, zijn gezicht was ernstig en onbewogen. ‘Dus hij lacht mij niet uit,verklaart mij niet gek, het kan slechter. Het kan nog goed komen!’dacht Jessica. Ze beëindigde haar verhaal met ‘En zo komt dat je mij hebt gevonden’.
Eilric leek nog even na te denken en zei toen: ‘Dat moet een teken van Hem zijn!’ ‘Hem?,’ vroeg Jessica. ‘Ja, Hem, God. Hoe kan het anders dat dit je is overkomen?’ Jessica dacht even over zijn antwoord naen haalde toen haar schouders op. ‘Ik kan me niet voorstellen dat ik in mijn zestienjarige bestaan al zoveel kattenkwaad heb uitgehaald dat God mij daar nu voor straft. Natuurlijk heb ik al vaak belletje-trek gedaan, ben ik redelijk stout van mond,… ‘Misschien is het geen straf, maar een belangrijke taak die Hij je geeft,’ suggereerde Eilric. ‘Welke taak zou dat kunnen zijn?’
‘Wel, ik heb momenteel wel een paar serieuze probleempjes,’ antwoordde Eilric. ‘Maar die zal ik straks morgen wel uitleggen.’ Meer uitleg gaf hij niet en Jessica wou er ook niet verder op ingaan want haar hoofd stond er momenteel niet echt naar.
Jessica merkte dat Eilric feilloos de weg wist in het al donker wordende bos. Moeiteloos voorspelde hij wanneer ze zich moest bukken voor uitstekende takken, waarschuwde haar voor bijna niet zichtbare boomwortels en kleine, verraderlijke steentjes.
Eenmaal aangekomen aan het kamp, kon Jessica haar ogen bijna niet geloven. Ze had gedacht dat er een paar tentjes of zo gingen staan, maar voor haar neus stond bijna een heel dorp! Nu was ze volledig overtuigd dat ze terug in de tijd was gegaan of zoiets. Moesten ze dit hele dorp opstellen om haar te foppen, zou dat immens veel geld kosten! ‘En dat dan nog wel midden in de bossen,’ dacht Jessica. Eilric moest haar reactie gezien hebben, want hij maakte zijn hand los uit het hare en maakte een uitnodigend gebaar in de richting van het ‘dorp’. Zij aan zij liepen ze naar het dorp, passeerden eerst langs een barricade, opgetrokken uit houten staken en toen kon Jessica de volmaaktheid van het dorp aanschouwen. Het was gewoonweg prachtig, vond Jessica. Het enige wat ze wel een beetje raar vond, was dat als ze passeerden alle mensen opkeken en Eilric uitbundig begroetten, alsof hij een soort van koning was. Stel je voor! De mensen waren allemaal in gelijkaardige kleren zoals die van Eilric gekleed en keken naar haar kleren met iets wat voor afgrijzen en verbazing moest doorgaan. Jessica deed alsof ze het niet merkte.
Eilric begeleidde haar naar een leegstaande hut en stak in speciaal voorziene ringen aan de muur een paar brandende fakkels in de ringen. Daardoor werd de hele hut verlicht. Het was een simpele hut, gemaakt uit muren van leem en stro voor het dak, zag Jessica. Het interieur was Spartaans, maar dat stoorde haar niet. Ze bedankte Eilric grondig voor het feit dat ze in de hut mocht slapen. Jessica liep naar het bed, ging erop zitten en gebaarde toen naar hem dat hij naast haar op het bed moest komen zitten. Zwijgend kwam Eilric naast haar zitten op het bed en voelde dat hij Jessica nu het hele verhaal zou moesten vertellen omdat ze hem anders niet met rust zou laten. Dat had hij wel gemerkt tijdens de bijna twee uur durende tocht van daarnet.
Nog voor Jessica met haar preek kon beginnen, begon Eilric zelf te vertellen. Hij vertelde en vertelde. Jessica luisterde aandachtig. ‘ Ik ben enig kind van de heer van Kestewaelle en vrouwe Eleonora,’ begon hij te vertellen. ‘Op een dag, nu ongeveer twee maanden geleden, ging ik met mijn lievelingshengst Quanah een ritje maken in het bos. Ik had een vijftal soldaten bij ter bescherming, maar dat bleek niet genoeg toen we in het bos onverwacht werden aangevallen door de struikrover Frowin en zijn bende bandieten. De bandieten slachtten al mijn soldaten af en spaarden mij. Ik kon wel al bedenken waarom, maar mijn vermoedens werden bevestigd toen ze een boodschapper naar mijn ouders stuurden met als boodschap dat ze mij konden ruilen voor het kasteel van Kestewaelle. Ik ben enig kind en normaal kon mijn moeder geen kinderen krijgen. Ze waren dan ook dolblij toen ik geboren werd. Mijn ouders hielden zielsveel van mij en ik van hen en mijn vader ondernam een moedige poging om mij te komen bevrijdden, maar werd verraden door onze eigen hofmeester Joran, die was gaan klikken bij de vijand voor een paar extra shilling. Blijkbaar speelde Joran al enkele maanden informatie door over hoe het er aan toeging op de burcht aan Frowin. Met resultaat dat mijn vader voor mijn ogen werd vermoord en toen mijn moeder het nieuws hoorde, barstte ze in snikken uit en gaf het kasteel aan de slechte Frowin met als voorwaarde dat ik vrijgelaten moest worden.’
‘Ze lieten me inderdaad vrij, maar stuurden onmiddellijk huurmoordenaars achter me aan omdat, nu mijn vader dood is, ik de rechtmatige heer van Kestewaelle ben. Gelukkig waren er nog veel boeren die trouw waren gebleven aan mijn vader en zij hielpen mij met het verslaan van die huurmoordenaars. Sindsdien verschuil ik mij met verschillende getrouwen van mijn vader in de bossen want Frowin heeft ons vogelvrij verklaard. Mijn vader is dood en mijn moeder zit in de kerkers van het kasteel.’
‘Frowin is barslecht en legt zo hoge belastingen op, dat de boeren langzaam aan verhongeren. Ik heb het me nog altijd niet vergeven, want het is mijn schuld dat dit alles gebeurd is.’ Daarom moet ik een einde maken aan zijn bewind, maar ik weet juist nog niet hoe.

Eilric was aan het einde van zijn verhaal gekomen en Jessica zag tranen in zijn ooghoeken glinsteren. Hij probeerde ze zo onopvallend mogelijk weg te doen, maar Jessica pakte zijn handen vast en hield ze tussen haar eigen handen geklemd. ‘Luister eens goed naar mij,’ zei Jessica op gebiedende toon. ‘Je moet het uit je hoofd zetten dat het jouw fout is! Je kon niet weten dat in het bos dieven zaten. Als je denkt dat je vader dood is gegaan door jouw beslissing om eens te gaan rijden, heb je het rats verkeerd. Zoals je al zei, hielden ze de burcht en jou al langer in het oog. Het was gewoon puur toeval dat ze jou op dat moment zagen en dus aanvielen. Ik ben van plan om je te helpen met je plannen om je kasteel terug te veroveren,’ zei Jessica veel moediger dan ze zich in het echt voelde. Ze voelde zich een beetje verplicht, toen ze de jongen hoorde vertellen over zijn problemen. ‘Als je dat vergelijkt met mijn “problemen” zoals ‘Passen deze kleren wel bij elkaar ? Of hoe zou ik vandaag mijn haar opsteken en welke oorbellen ga ik er dan bij dragen?,’ dacht Jessica bij haar zelf, zijn mijn ‘problemen’ eigenlijk geen problemen. ‘ Ze lijken er in de verste verte nog niet op!’dacht ze vervolgens een beetje beschaamd.

        HOOFDSTUK  3
                                      Isolde

‘Heb je nog honger?’ informeerde Eilric.
‘Neen bedankt.’ Naar haar vermoeden was het al na negen uur en ze had trouwens toch niet zoveel honger meer nu ze zijn verhaal gehoord had. Eilric ging van haar bed af, wenste haar goedenacht en verdween daarna de hut uit. Jessica stond op, doofde de fakkels op één na en deed vervolgens haar kleren uit. Aangezien er in de hut geen andere kleren beschikbaar waren, sliep ze in haar ondergoed. Ze kroop onder het deken, dat ruw maar tegelijkertijd redelijk warm was en probeerde de slaap te vatten. Toen dat niet direct lukte, staarde ze naar die ene fakkel die ze had laten branden en moest toen terugdenken aan haar familie. Haar familie en de politie zouden nu met man en macht naar haar op zoek zijn. En zijn kon niets van zich laten horen want haar mobiel had hier geen bereik. Verrassing! Alsof ze in de Middeleeuwen hier even midden in het bos een GSM- mast gingen neer poefen!J essica wou het niet geloven, maar ze was bijna honderd procent ervan overtuigd dat ze zich in de Middeleeuwen bevond. Hoe dat kwam, wist ze ook niet. Het was zo iets als de Bermuda Driehoek bedacht ze. Niemand kon verklaren hoe het kwam dat in die regio schepen verdwenen en toch was het zo. Het ging onze aardse kennis te boven. Met die gedachte viel ze ten slotte in slaap.

De volgende ochtend werd Jessica wakker door al het rumoer buiten. Ze gunde zichzelf nog een paar minuutjes om te bekomen en gooide dan het deken af en zwierde haar benen uit het bed. Zo bleef ze nog even zitten. Ze voelde zich nog wat slaperig en waste daarom haar gezicht met ijskoud water dat gisterenavond nog was gebracht. Nog na bibberend van het ijskoude water kleedde ze zich aan en verliet haar hut.
Jessica keek met grote ogen naar alle bedrijvigheid voor haar. Ze zag dat het nog maar net licht was geworden en het hele dorp liep hier al rond!
Iedereen liep door elkaar, kippen renden vrij en kakelend rond, er waren overal kinderen die deugnieterij uithaalden terwijl hun moeders nergens te zien waren en de vaders op weg gingen naar hun akkers- althans dat vermoedde Jessica. Dus met andere woorden: Het is een grote chaos, dacht Jessica.
Jessica was op school niet al te goed in geschiedenis, maar wat ze zich nog kon herinneren, was dat dorpen en kampen meestal aan een rivier of stroom werden opgezet. Dus vermoedde ze dat ze daar de vrouwen wel zou aantreffen. Dus nu op zoektocht gaan naar die rivier!

Jessica begon aan haar zoektocht en vond na een ongeveer een kwartiertje van veel verloren lopen en struikelen wat ze zocht. Aan de rivier zaten de vrouwen een beetje te babbelen met elkaar terwijl ze ondertussen de kleren waren aan het wassen in het frisse water. Jessica stak zichzelf mentaal een hart onder de riem en stapte toen tevoorschijn uit de struiken. Pas dan viel het haar op dat er wat verderop een paar boeren de wacht bij de vrouwen stonden te houden. Nieuwsgierig keken de vrouwen op naar Jessica en begon toen onder elkaar te roddelen. Jessica deed alsof ze het niet merkte en liep, waardig zoals een koningin af op de vrouwen. Daarna liep ze op één van de vrouwen af – het was eigenlijk nog maar een meisje van rond de zestien, net zoals haar – en vroeg aan het meisje of ze haar kon helpen. Eerst bekeek het meisje haar een beetje angstig, maar na Jessica een paar seconden geobserveerd te hebben, lachte het meisje een beetje onzeker en antwoordde toen : ‘Graag’. Het meisje gaf Jessica een vuil hemd en toen het meisje zag dat Jessica wat zat te klungelen, nam ze het met een glimlach uit haar handen en toonde het haar voor.

Het is een interessante verhaallijn en goed geschreven, maar niet iets wat ik zou volgen :slightly_smiling_face: Voor anderen geldt dat denk ik zeker wel!

Leuk!

Ok, dank je. Ik hoop inderdaad dat dit thema anderen even veel aanspreekt als mijzelf (misschien kan ik je nog van gedachten laten veranderen :wink: )…

[size=12pt]Al snel geraakte Jessica gewoon aan het Middeleeuwse accent – ze verbaasde er zichzelf over! – en raakte met het meisje aan de praat. Na een paar minuten met Isolde- zo noemde ze blijkbaar - gepraat te hebben, bleek dat ze een heleboel dingen gemeen met elkaar hadden. Ze hadden allebei een jonger zusje, vonden dat allebei erg vervelend, zongen graag, namen graag een bad, speelden graag spelletjes, keken graag naar knappe jongens en waren allebei voor het moment happy single. Jessica voelde zich heel blij want ze had namelijk al één vriendin, namelijk Isolde gemaakt vandaag.
Na het derde kledingstuk gewassen te hebben, kreeg Jessica eindelijk de smaak te pakken. Ze bleven nog een paar uur aan de rivier om kledingstukken te wassen en toen de mannen aankondigden dat ze terug naar het dorp gingen gaan, was Jessica stilletjes opgelucht want ze voelde haar handen niet meer na een paar uur ononderbroken kleren te hebben gewassen en die de hele tijd over een wasbord heen geschrobd te hebben. Isolde en Jessica stonden samen op, namen elk een hele hoop kleren vast en voegden zich bij de rij vrouwen die zich terug begaven naar het dorp, midden in de bossen. Op weg naar het dorp stelde Isolde Jessica voor aan een paar vriendinnen van haar. Alys, Machtild, Alianor en Guinevere bleken ook allemaal toffe meisjes te zijn van haar eigen leeftijd. Van hen hoorde ze dat Eilric nog steeds vrijgezel was en dat hij pas wou trouwen als hij de ware had gevonden. Zijn ouders vonden dat niet erg, want zij waren ook getrouwd uit liefde. ‘ Natuurlijk is hij nog niet getrouwd! Hij is achttien!,’ dacht Jessica bij zichzelf maar besefte toen dat dit in de Middeleeuwen waarschijnlijk al redelijk oud was om nog ongetrouwd te zijn. Plots doemde er een beeld in haar hoofd op van hoe haar leven zou zijn moest zij met Eilric trouwen. Zo’n knappe bink die dan alleen van haar was, en altijd verliefd naar haar keek en cadeautjes voor haar kocht… Terwijl zij natuurlijk ook tot over haar oren op hem verliefd zou zijn.

Alsof ik ooit een kans bij hem maak! Eilric was een heel mooie, gespierde jongen met goudblond haar dat niet te lang was, maar ook niet te kort, vond Jessica. Zijn figuur was atletisch, prachtig gebouwd en hij was heel spontaan en vriendelijk. Wat moet een meisje nog meer hebben?, vroeg ze zich af. Toen ze Guinevere, Alys en Alianor over hem hadden horen praten, kon ze een zweempje verliefdheid en bewondering in hun stemmen horen. ‘Zie nu wel dat je totaal geen kans maakt, domme gans!,’ bracht ze zichzelf in herinnering. Zij kon niet tippen aan die twee meisjes die er prachtig uitzagen!
Ze naderden het dorp en Jessica zag dat iedereen door elkaar holde met een van angst doortrokken gezicht. Sommigen zaten in het midden van de stoffig weg op hun knieën te bidden. Samen met Isolde liep ze in de richting van haar hut en zag dat er ook aan haar hut een priester op zijn knieën zat, allemaal woorden brabbelend, met zijn gezicht naar de hemel gericht. Wat was hier nu weer aan de hand?

Toen hoorde Jessica het geluid waar de mensen voor op de vlucht waren geslagen, en kon wel haar eigen nek omdraaien. Zo boos was ze op zichzelf.  Het was het maar al te bekende geluid van een vervelende mobiel die dringend opgeladen moest worden! Ze snelde haar hut in en zette vlug haar mobiel  volledig uit en bedacht toen hoe ze haar daar weer zou moeten uitpraten. Jessica zuchtte eens diep toen ze er nog maar aan dacht. Die bijgelovige boeren zouden haar misschien zelfs voor heks durven verklaren als ze het niet goed uitlegde. Natuurlijk kon ze wel niet even gaan  zeggen :’Hey, ik ben even van de toekomst terug in de tijd gereisd, vraag me zelf niet hoe want dat weet ik ook niet. Ik ben er maar weer eens vandoor. Doei… ’ Dan zou ze zeker als heks bestempeld worden en op de brandstapel belanden of verdronken worden. Geen van beide opties stond haar  aan.                                                                                                                                    Plots werd haar gemijmer verstoord toen ze iets van een koude wind voelde op haar huid. Iemand was haar hut binnengekomen. Ze zouden haar toch niet komen "arresteren" wegens hekserij?

Jessica draaide zich om en zag Eilric staan. Ze was nog bezig met het bedenken van een uitvlucht toen hij plotseling naar haar toe liep en de mobiel uit haar handen nam.
Hij bekeek het grondig en vroeg vervolgens; ‘ Wat is dit?’ Jessica legde haastig uit dat je met dat ‘ ding’ met anderen over verre afstanden kon communiceren. Ze legde ook uit dat ‘ het ding’ altijd zo’n geluid maakte als het leeg was en dat dan een teken was dat het opgeladen moest worden.
Toen zagen Jessica en Eilric dat Isolde voorzichtig de hut binnenkwam. Jessica zag aan Isoldes’ gezicht dat ze niet om uitleg ging vragen, maar dat ze wel héél nieuwsgierig was. Jessica keek vlug naar Eilric en hij knikte bijna onmerkbaar. Hij wist waar ze was aan het denken en aangezien hij had geknikt, vertelde ze kort en bondig de waarheid aan Islode. Toen Jessica klaar was, was Isoldes gezicht spierwit geworden. Gelukkig herstelde Isolde zich snel en zei toen muisstil: ‘Dat… is heel erg raar!’
Ondertussen had Eilric een plan bedacht van hoe ze het aan de boeren moesten uitleggen. Hij vertelde het aan Jessica en Isolde en toen gingen ze te samen naar buiten, waar de bange en bijgelovige boeren hun stonden op te wachten.

Hoewel ik dit soort verhalen normaal ook niet lees, vind ik wel dat je heel goed en met humor schrijft! Je bechrijft alles ook mooi (: ben benieuwd naar de rest!
Je bent een Belg of niet, haha? Dat komt wel duidelijk naar voren in je woordkeuze enzo :wink:

Ja, ik ben inderdaad een Belg… ;p

‘ Luistert allemaal. God heeft ons euh… een engel van boven gestuurd om ons zijn euh … steun en goedkeuring te geven. De engel – en hij wees naar Jessica- zal ons helpen met het verslaan van de vijand en het terugnemen van wat ons toekomt. Het geluid van daarnet was dat euh,… God de hut gezegend heeft als verblijfplaats van de engel. Dat is nog een bewijs dat Hij ons gunstig gezind is.’ zei Eilric in stukken en brokken.
Na Eilric’ toespraak, begonnen de boeren luid te juichen en liepen op Jessica af. Even voelde ze zich een beetje bang toen de boeren op haar afkwamen, maar op datzelfde moment voelde ze sterke handen haar oppakken en vervolgens werd ze door de blije boeren in het dorp rondgedragen. Vlak naast liep haar vriendin Isolde. Beetje bij beetje ontspande Jessica zich. Na haar het volledige dorp rond gedragen te hebben, zetten de boeren haar weer voorzichtig neer op de vaste grond toen ze terug haar hut naderden. Jessica stond nog maar net stevig op de grond, of ze werd al omringd met een heleboel vrouwen die haar geschenken aanboden. Jessica voelde zich vereerd met alle cadeaus, maar kon ze niet aannemen. Deze mensen hebben al zo weinig eten, dacht ze. Ze verhief haar stem en improviseerde vlug: ‘Beste mensen, De Heer waardeert deze geschenken heel erg, maar kan ze niet aannemen omdat Hij zegt dat jullie gezond en sterk moeten zijn als de grote dag aanbreekt.’ Ondertussen maakte ze met haar armen bewegingen om haar woorden geloofwaardigheid bij zetten.
De vrouwen mompelden iets tegen elkaar en af en toe ving Jessica wat flarden van gesprekken op. ‘…Heer zij gelooft…’ ‘ …goed voor met zijn onderdanen…’ . Wow, ze geloven het ook nog!

Jeej, nieuw stukje! Leuk weer :slightly_smiling_face: verder!

Ze was blij dat de mensen zo positief reageerden op haar zelf verzonnen speech.
In haar ooghoeken zag ze Isolde en Eilric naderen en Jessica liep naar hen toe, en gaf hen toen allebei een dikke knuffel. Uiteindelijk slot gaven ze elkaar nog lange groepsknuffel.
Oh, wat ruikt hij toch goed! En die spiermassa … bedacht Jessica half wegdromend en had niet door dat Isolde haar stond aan te kijken.
‘Die verliefde blik is toch niet voor degene die ik denk, hé?’ merkte ze schrander op. Jessica schrok op en keek haar vriendin met een onschuldige blik aan. ‘Aan wie denk jij dan dat ik denk?’ vroeg Jessica gespeeld naïef. ‘Laat maar. Je zou het toch niet toegeven. Maar ik heb zo mijn vermoedens.’
‘En Jessica, ik moet je iets vertellen maar je mag het wel nog aan niemand zeggen.’ zei Isolde ernstig en leidde Jecsica naar een omgevallen boomstam waar ze op gingen zitten. ‘Al sinds een tijdje voel ik kriebels in mijn buik als ik bij Eilric ben. Ik ben verliefd op hem, denk ik.’ Ze peilde Jessica’ s blik, die er plots anders uit zag, somberder. ‘ Ik heb er met hem over gebabbeld en hij voelt net hetzelfde bij mij. Dus zijn we een koppel.’ besloot Isolde.

Lees de volgende keer hoe Jessica op dit nieuws zal reageren. Is het (al) gedaan met haar korte vriendschap met Isolde? …

Haha, da’s nou jammer!