Afgebladderd (verhaal)

Om een lang verhaal kort te maken: deze avond eindigde in één van de meest onvergetelijke nachten in het leven van Philip Jones. Hij had zijn levenspartner ontmoet, zijn liefde, de vrouw waar hij de eeuwigheid mee wilde doorbrengen.
De zomer daarop gingen ze samenwonen in een bescheiden huisje in het centrum van Amsterdam, verliefder dan ooit. Ze kregen twee liefdesbaby’s, twee meisjes. Het eerste meisje noemden ze Maria Sophie Jones. Toen zij vijf jaar oud was, werd Anna Jones geboren.
Francesca en Philip waren allebei tegen het huwelijk, dus een officiële verbintenis is er nooit van gekomen. Wel hebben ze zeven jaar lang bij elkaar gewoond, volkomen gelukkig. Er was niets dat ze kon breken. Francesca hield meer van Philip dan ze hem ooit zou uitdrukken in woorden, maar toch was er iets in haar persoonlijkheid dat begon te steigeren, te protesteren. Toen ze op een doodnormale dag wakker werd, rechtop in bed zat en zich realiseerde dat het huwelijk waar ze zo bang voor was geweest – de verbintenis die ze had willen vermijden – haar toch te pakken had gekregen, begon ze te panikeren. Ze had het allemaal: een vriend, een baan, twee kinderen, een huis. De meeste mensen verlangden naar zo’n situatie, en prezen haar een gelukkig mens, maar Francesca dacht er anders over. Ze voelde zich gevangen. Phil en de kinderen, waar ze onvoorwaardelijk veel van hield, waren in haar ogen de tralies die haar opgesloten hielden. Haar manier van leven, haar serene carpe diem-levenswijze, was compleet weggevaagd. Het voelde alsof ze stikte.
Ze ontmoette een andere man, Callum Sheer. Voor ze het wist groeide er een ingewikkelde liefde in haar voor hem. Hij was knap, aardig, rijk en compleet gek op haar. Maar de liefde vergroeide met het schuldgevoel dat aan haar hart knaagde.
Dus ze deed wat als eerste in haar opkwam. Ze ging weg.
Het was misschien laf en onverantwoordelijk om Philip te verlaten en alleen een brief achter te laten, maar ze was te bang om hem te zien. Hij zou haar vast en zeker overhalen om te blijven, en dat wilde ze niet. Dus liet ze hem een brief achter.
Philip, schreef ze.

[i]Schat, mijn allerliefste, mijn wereld. Ik houd meer van je dan ik ooit zou kunnen laten zien - jij bent de man die voor mij bedoelt is, jij bent mijn levensmaatje, mijn hart. Maar ik ben niet de vrouw voor jou.
Ik ga weg en neem de kinderen mee. Zoek ons niet op.
Ik weet dat ik onredelijk ben. Ik weet dat ik alles kapot maak. Ik zal je nooit vergeten.
Het spijt me. Ik hoop dat je me ooit kunt vergeven.

Voor altijd de jouwe,
Fran[/i]

Arme Philip trok het niet. Hij was van zichzelf al een onstabiele man. Hij wist niet hoe hij met zijn emoties moest omgaan. Toen Francesca er nog voor hem was, leek het allemaal zo gemakkelijk. Alles wat hij hoefde te doen in het leven, was van haar houden. Het was niet echt gecompliceerd, eerder makkelijk voor hem om zulke intense gevoelens te ervaren als hij zeker wist dat ze van twee kanten kwamen. Tot hij het briefje van Francesca las toen hij thuiskwam van zijn werk.
Hij kon het verlies van zijn vrouw en kinderen niet verdragen. Dus deed hij wat het eerste in hem opkwam – hij sprong van een gebouw, met haar afscheidsbrief nog in zijn gebalde vuist geklemd.

Wat er na de dood van Philip met Francesca Roux is gebeurd, weet niemand zeker. Men denkt dat ze met haar dochters naar een rustig dorpje is gereden waar ze de nacht heeft doorgebracht in een oud, vervallen huisje. Maar de volgende dag werden haar kinderen alleen aangetroffen – van hun moeder was geen spoor te bekennen.
Na een nauwkeurig sporenonderzoek door de forensische dienst is er een plas van bloed gevonden in de slaapkamer van het oude huis. De rechercheurs denken dat er een misdrijf heeft plaats gevonden, al was er geen enkel bewijs van een gevecht, geen enkel spoortje van een dader, geen lijk, geen moordwapen – helemaal niets. Maar de hoeveelheid verloren bloed is een bewijs dat er in ieder geval iemand is gestorven in die kamer, op die nacht, in het bijzijn van de onwetende, slapende kinderen.

Francesca wordt tot de dag van vandaag nog steeds vermist.

Upperdepup!

Een zwarte gedaante vluchtte door het bos. De zwarte, lange jas die hij droeg wapperde om zijn enkels heen en zijn sjaal sloeg hem constant in zijn gezicht. Zijn donkere ogen traanden van de vrieskou, zijn oren suisden van de wind. Zo nu en dan prikkelde een sneeuwvlok op zijn wang.

Zo zijn de zinnen perfect. Durf ook wat meer alinea’s te maken. :slightly_smiling_face: