Aardrijkskunde

Ik ben nu aardrijkskunde aan het leren en het gaat over platentektoniek… Mijn vraag is nu; hoe zit het eigenlijk precies in elkaar met een mid-oceanische rug en subductie wat ontstaat daaruit (eiland, vulkaan etc.)? Ik heb ook op internet gekeken maar vond het nog steeds een beetje vaag.

Mid-Oceanische ruggen komen voor bij divergente platen. Hier kunnen lichte aardbevingen en vulkanen voorkomen, dat zijn schildvulkanen (effusief).
Door subductie ontstaan vulkanische eilanden en troggen. Indonesië en Japan zijn ontstaan door subductie. Hier komt heftig vulkanisme voor (stratovulkanen bv). Subductie is het duiken van de ene plaat onder de ander, vandaar dat daar vrijwel altijd troggen ontstaan.

Hopelijk begrijp je het zo een beetje! Ik hen heb het iig zo geleerd.

En bij convergente (platen die naar elkaar toe) platen ontstaat toch juist subductie? Meestal is het bij een oceanische en een continentale plaat en omdat de oceanische plaat zwaarder is schuift hij onder de continentale plaat en ontstaat er subductie en ook troggen ontstaan dan.

Ja, je hebt helemaal gelijk! Ik heb het misschien een beetje onduidelijk geformuleerd over subductie want dat komt inderdaad juist niet voor bij divergente platen! Mid-oceanische ruggen daarentegen weer wel.
Dus: Subductie bij convergente platen. Mid-Oceanische ruggen bij divergente platen.

Ik vind je vraag niet echt duidelijk eigenlijk…

Subductie is het naar elkaar toe gaan van platen (convergent. Je moet divergent zien als: di = 2, dus 1 plaat worden er twee -di-). De oudste oceanische plaat gaan onder de lichtere. Het deel dat onder de andere plaat gaat smelt af, en deze magma walm smelt naar de aardkorst. hier ontstaat een vulkaan. Zo worden eilanden dus gevormd ^ ^
http://earthguide.ucsd.edu/eoc/teachers/t_tectonics/p_subduction.html

dit is een goede animatie. je moet de continentale plaat alleen ff zien als ook een oceanische.

Er zijn 3 verschillende plaatbewegingen:
Divergentie: Platen die van elkaar af bewegen. Vind plaats op de bomden van de oceaan.
Door divergentie ontstaan er onderzeese gebergteketens die midoceanische ruggen worden genoemd. Het vulkanisme dat hier door ontstaat is vrij rustig.
Convergentie: Platen die naar elkaar toe bewegen. Op deze plaatbeweging heb je 3 variaties:
A. Een oceanische plaat kan tegen een continentale plaat botsen. Omdat de oceanische plaat van basalt is en de continentale plaat van graniet duikt de oceanische plaat altijd onder de continentale en zinkt hij in de mantel. Het gebied waarin dit gebeurd noem je de subductiezone. Een subductiezone herken je als een diepzeetrog. Het vulkanisme dat hier door ontstaat is een stuk explosiever dan bij de midoceanische ruggen. Ook kunnen er in een subductiezone zware aardbevingen ontstaan.

B. Er kunnen ook twee oceanische platen tegen elkaar op botsen. De oudste plaat duikt dan onder de jongere omdat de oudste plaat kouder, en dus zwaarder is. Het gevolg is een vulkanische eilandenboog met daarnaast een diepzeetrog.

C. De laatste mogelijkheid is dat er twee stukken continentale kost tegen elkaar botsen. Op die platen liggen schilden. Schilden zijn uitgestrekte delen van de aardkorst. Door de botsing tussen de schilden ontstaan er plooiingsgebergten. Die ontstaan omdat twee continentale korsten hetzelfde gewicht en temperatuur hebben.

De derde platenbeweging is dat platen lang elkaar schuiven dit noem je een transforme plaatgrens. De lithosfeer wordt hier niet afgebroken maar ook niet opgebouwd. Hierdoor ontstaan horsten en slenken. De gebergten die ontstaan in een gebied met een sterke breukactiviteit worden breukgebergten genoemd.