Aardrijkskunde begrip.

Hoi, ik moet voor aardrijkskunde een soort werkstuk maken en nu moet ik het begrip Roofbouw omschrijven, nouja, de roofbouw in Brazilië ofzo.

Dit staat er in het boek: “Men spreekt van roofbouw als de mens van een natuurlijke rijkdom méér verbruikt dan de natuur er bij maakt. Het is dus een vorm van milieu-uitputting: de oppervlakte van de natuur neemt af.

Wie kan het even goed in normaal Nederlands omschrijven? :stuck_out_tongue: Ik kan het niet zomaar uit boek overnemen en in mijn werkstuk zetten. D:

Ja ik weet het, ik ben dom.

Maak er gewoon een voorbeeld van;
Roofbouw vind plaats als er teveel bomen achter elkaar gekapt worden, zodat de natuur ze niet meer kunt ‘aanvullen’

Zoiets?

Hee ja dat is wel een goeie, bedankt! :grinning:

Dit staat in mijn aantekeningen van atheneum drie: Als de natuur zo wordt aangetast dat zij zich niet meer kan herstellen, spreek je van roofbouw.

Bij mij staat er in het boek : Het te snel opnieuw gebruiken van een stuk grond waardoor het voor lange tijd weer uitgeput raakt.
Ofzoiets in elk geval.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Roofbouw en dan iets evranderen?