Auteur Topic: [Verhaal] Nieuw leven?  (gelezen 29750 keer)

Anonymous

  • Gast
« Gepost op: 22 september 2008, 17:38:30 »
Mn eerste verhaal, hope you like it =]
Als je nog een betere titel weet, let me know, ik twijfel nog een beetje over deze =]


Ik heb hier alles bij elkaar gezet, dit is niet hoe ik het origineel gepost heb. De oude posts heb ik intact gelaten (behalve deze dan) zodat de reacties van mij op lezeressen nog steeds zichtbaar zijn.


1.
Een nieuwe school, nieuw schooljaar, nieuwe start en een nieuw begin, tenminste, dat dacht ik…

Vorige jaren zat ik op het Erasmus College, dit jaar niet meer. Ik heb een nieuwe start gemaakt op het Frans Hals College en ga daar nu mijn school afmaken. Op dinsdag begint het schooljaar weer, mijn eerste vak is wiskunde, moet me lukken, wiskunde A is nou niet het meest moeilijke vak voor mij. Ik loop de klas binnen, nog net op tijd, de leraar kijkt al naar de klok, maar knikt gelukkig dat ik de les nog binnen mag komen. Iedereen kijkt me aan, dit was nou niet echt mijn idee van een onopvallende entree, maar goed, niks aan te doen.

Er zijn nog drie plekken vrij in de klas, de eerste plek is naast een meisje met extreem lang haar en een grote bril, ze kijkt een beetje scheel. De tweede plek is vlak voor het bureau van de leraar naast een jongen die zelfs nu al met z’n neus in de boeken zit. Ik loop maar naar de derde plek toe, daar zit een ietwat stil meisje, maar verder ziet ze er aardig uit. Iedereen in de klas kijkt me na als ik naar het meisje loop, een paar meisjes beginnen te giechelen. Ik doe alsof ik ze niet hoor en zie en loop gewoon door.

Daar zit ik dan, het eerste uur wiskunde met naast mij een meisje waar andere mensen om moeten lachen, misschien was die überslim uitziende jongen toch een betere keus geweest.. Ach, ik doe het hier maar mee. Het meisje begint te praten, ze heet Myrthe en is 16. Vervolgens begint ze te vertellen over haar hond, Steef, haar broertje, zus en ouders. Ik knik alsof ik het allemaal heel interessant vind en zeg af en toe wat terug. Ik heb het idee dat ze een beetje vriendloos is, of gewoon heel erg aardig. Myrthe heeft donkerbruin haar, groene ogen en wat sproeten. Ze is kleiner dan ik ben, ongeveer 1,67 meter. Ik blijf me afvragen waarom die meiden aan het lachen waren, zo extreem grappig ziet ze er namelijk niet uit, eerder serieus. Ik verdiep me maar eens in mijn boek, getallenreeksen, dat moet me lukken.
'Wat zijn de twee volgende termen in deze rij? 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13'
Als de rest van het jaar ook zo door zou gaan zou ik dít jaar wel met gemak halen, zelfs als er wat mis zou gaan.

De meisjes achter ons zitten nog steeds een beetje te smoezen, kijken onze kant op en lachen weer. De leraar komt eraan, hij lijkt een beetje geïrriteerd
‘Lisa en Sophie, zouden jullie je gesprek met de klas willen delen of is het daar niet intelligent genoeg voor?’
‘Eeehm..’ zegt Lisa, ‘Sophie snapte opgave twaalf niet.’
 ‘Dan moet ze dat de volgende keer maar aan mij vragen, of niet soms?’ zegt meneer De Vries.
‘Ja meneer.’ zeggen Lisa en Sophie beiden.

Myrthe draait zich om en geeft ze een vernietigende blik, dit is genoeg voor Lisa en Sophie om ze weer in lachen uit te laten barsten. Myrthe draait zich weer terug naar haar tafeltje en zegt dat ze hen echt niet kan uitstaan. Vroeger was ze met Sophie bevriend, maar dat was voordat Lisa hen tegen elkaar opzette, Sophie en Myrthe kregen ruzie en hebben die nooit echt meer bijgelegd. Ik vertel haar hoe vervelend ik het voor haar vind, maar eigenlijk vind ik dat ze zich gewoon niet zo moet aanstellen en moet verder gaan met haar leven. The past is the past, we live for the future!

Dat is sinds deze zomer mijn slogan geworden, ooit was ik ook een Myrthe, een meisje dat veel terug keek naar wat er gebeurd was, maar dat niet naar de toekomst keek, naar hoe ze het verleden kon veranderen in iets positiefs. Eind vorig schooljaar heb ik mezelf gedumpt en een nieuwe ik opgetrokken, de nieuwe ik is nog niet perfect, maar ik kom al een heel eind.

Het volgende uur is begonnen, aardrijkskunde. Dit keer heb ik een plaats achterin kunnen bemachtigen. Myrthe is er niet en er komt nog niemand op me af gelopen. De klas begint al aardig vol te raken en ik zit nog steeds alleen. Ik ben trouwens niet de enige die alleen zit, blijkbaar zit dat schele kind met de bril en het lange haar hier ook. De laatste leerlingen komen binnen, twee meisjes en een jongen. De twee meisjes hebben het geluk dat ze nog een rij voor zichzelf kunnen vinden en de jongen komt naast mij zitten. Hij heet Dennis en is 17, blijven zitten in A5, dus hij moet dit jaar nog een keer doen. Hij is best wel knap dus heb ik er totaal geen problemen mee dat hij naast mij zit en niet naast dat andere meisje. Dennis zit op voetbal, hij is er blijkbaar goed in. Ook werkt hij, in een restaurantje hier in de stad. Ik neem me voor om daar eens te gaan eten, zodat ik hem vaker kan zien. Hij vraagt of ik nog sport, ik zeg dat ik door omstandigheden ermee moest stoppen. Dennis vraagt waarom dat dan zo was, dat is iets wat ik niemand wil vertellen, dus zeg ik hem dat hij het later wel hoort, hij hoeft mij nu nog niet zó goed te kennen.

Ik loop naar de aula toe, toch een stuk groter dan op mijn vorige school, maar het Frans Hals College heeft ook een stuk meer mensen dan het Erasmus. Ik vraag me af of er nog meer mensen van mijn oude school hier zijn, maar die kans is klein, het Frans Hals ligt 50 km van het Erasmus vandaan en er zijn vast niet nog meer mensen die verhuisd zijn deze zomer.

Ik kijk of ik Myrthe of Dennis ergens zie staan. Dennis is de eerste die ik zie, hij staat in een grote groep jongens, iets te groot om er gewoon bij te gaan staan. Lisa en Sophie zie ik ook staan, ze zijn midden in de aula met wat andere meiden. Het zijn allemaal van die meiden waarbij ik zoiets heb ‘Oh, die zijn dus populair.’. Ze zien er allemaal ongeveer hetzelfde uit, laatste mode, maar dan de goedkope variant ervan, push-up BH en een beetje sletterig, het typ dat je vriendje van je afpakt.

Een vage herinnering komt bij me op, ik zie een meisje lopen door een disco, ik herken haar ergens van, maar weet niet waarvan, nu is ze aan het dansen met een jongen. In het volgende fragment zoent ze met hem, daarna wordt het even zwart en zie ik het meisje wegrennen.

Ik ben weer terug in de aula, mijn ogen zoeken verder, in een hoekje zie ik uiteindelijk Myrthe staan met drie meiden, ze staan er alsof ze niet gezien willen worden, toch loop ik op ze af.

Ze kijken me met grote ogen aan als ik op ze af kom, Myrthe iets minder, maar haar ogen zijn nog steeds verwijdt. Het lijkt wel alsof ze denken dat ik ze in elkaar kom slaan, ze gaan steeds dichter bij elkaar staan en houden hun tassen voor zich. Misschien ben ik niet Miss Blijheid, maar zo eng en agressief zie ik er toch niet uit? Ik ben bij ze aangekomen en zeg hallo, hakkelend krijgen ze een h-h-h-hoi over hun lippen. Ik mag ze nu al niet. Maar iets is beter dan niets, dus ga ik bij ze staan, vraag of ze dat goed vinden en stel mezelf voor. De drie meisjes heten Sylvie, Miriam en Patty, bij die laatste moet ik een beetje aan Spongebob denken, maar daarbij houdt alle positiviteit op. Myrthe hoort dus bij een van die loser-groepjes die elke school heeft. Ik besluit dat ik met de volgende pauze andere “vrienden” heb. Het kan lullig klinken, maar met deze mensen kan ik nooit een reputatie opbouwen, ze liggen er namelijk te ver uit om ze ooit nog er in te laten als een groep. Ik eet mijn koekje en praat een soort van met de meisjes, ondertussen kijk ik om me heen.

Vlak bij ons staat een groepje alternatieve mensen, om ze zo maar even te noemen. Donkere kleding, jongens met lang haar, andere woorden voor gothic. Myrthe ziet mij kijken en zegt dat ze ongeveer elke maand van stelletje switchen, blijkbaar maakt geslacht niet heel veel uit. Niet helemaal mijn typ dus. Ik kijk verder, er staat een stelletje elkaar af te lebberen, ook niet echt een groep waar je bij wilt horen, tenzij je van triootjes houdt natuurlijk. Toch niet helemaal mijn stijl.

Ik eet mijn koekje verder op, drink nog wat, probeer de grote ogen te negeren en denk na. De bel gaat.

Op naar gym, een van de vakken die ik leuker vind. We hebben buitengym, dat is blijkbaar standaard op deze school. Totdat de herfstvakantie begint gymmen we buiten.

Ik kom de kleedkamer in en zie Lisa zitten, ze lacht een beetje spottend. Myrthe zie ik niet zitten, ik denk dat ze in een andere klas zit. Sophie zie ik ook niet, kan me eigenlijk ook niet zoveel schelen. Als ik mijn gymschoenen aan het vastmaken ben komt Lisa op me af, ik ga rechteropzitten en kijk haar aan.
‘Hee, ik ben Lisa, maar dat wist je denk ik al.’ Zegt ze op een lichtelijk verwaande toon.
Ik groet haar en maak mijn andere schoen vast. Hier is ze blijkbaar niet tevreden mee, ze is vast gewend meer aandacht en aanbidding te krijgen.
‘Hee.., hoor eens..’ begint ze.
Ik kijk haar aan en ze praat verder.
‘Ik moet je wat over Myrthe vertellen…’ gaat ze verder.
Nu word ik nieuwsgierig en vraag haar wat ze dan wilt vertellen.
‘Myrthe is.., ik weet niet precies hoe ik het moet vertellen..’ zegt ze.
Dit had ik niet helemaal van haar verwacht, ze lijkt onzeker en breekbaar, net een écht mens.

Er wordt geklopt.
‘Meiden, zijn jullie klaar, ik wil graag beginnen met de les.’
Dat zal de gymleraar wel zijn. Ik vraag Lisa wat ze wilde vertellen, maar ze zegt dat het later komt. Ik denk nog heel even over wat ze me wilde vertellen, maar als ik de gymzaal inloop stop ik daarmee. Echt interessant zal het niet zijn, ze is tenslotte een “vijand” van Myrthe. In de gymzaal zijn de jongens aan het voetballen en staan de meiden in groepjes te praten, blijkbaar zijn ze hetzelfde als de leerlingen 50 km verderop. Onze gymleraar is nog jong, als hij ouder is dan 25 zou ik verbaasd zijn. Hij ziet er niet verkeerd uit, bruin haar, krullen en blauwe ogen. Ook is hij gespierd, wat hem een extra hottness graad geeft, maar hij is en blijft een leraar.

De les begint. Het valt mij nu pas op dat Dennis een klasgenoot is, het was hem al wel opgevallen en hij lacht naar me. Ik lach terug. Die lach is drie meisjes opgevallen, ze zijn stilletjes aan het lachen, verder is iedereen stil. Ik zie Dennis onzeker glimlachen, het ziet er schattig uit. ‘HO, blijf met je gedachten bij jezelf, geen jongens meer!’ zeg ik tegen mezelf. Sommige dingen zijn níet voor herhaling vatbaar.

We gaan softballen, niet een van mijn favoriete sporten, maar het kan ermee door. Ik zit in een team met Jasper, Isa, Robin, Jesse, Rozanne en het schele meisje met de bril dat Greta blijkt te heten. Jasper en Robin zien eruit als wannabe’s, maar desalniettemin aardig. Jesse zou door menig meisje omschreven worden als “hot” hij ziet eruit als een typische surfjongen, inclusief een zwembroek als gymbroek. Isa en Rozanne zijn vriendinnen, ze zien er allebei erg aardig uit. En Greta, Greta blijft het schele meisje met de bril en het te lange haar.

Isa is aan slag, wijd, twee wijd, slag, drie wijd en raak. Ze sprint naar het eerste honk en haalt het nog net. Geen slecht begin. Rozanne juicht voor haar en een ander meisje in het veld ook, waarschijnlijk nog een vriendin. Dan is Greta aan de beurt, ze staat een beetje klungelig bij de thuisplaat, de pitcher gooit de bal en er gebeurt iets dat ik niet had verwacht. Ze raakt de bal enorm hard en begint te rennen. De bal gaat hoger en hoger, verder en verder. Greta rent door, ze is al bijna bij het tweede honk. De bal komt aan bij de vriendin van Isa, ze probeert hem te vangen maar dat mislukt. Greta is het tweede honk gepasseerd. De vriendin van Isa ligt op de grond, de bal rolt van haar vandaan. Greta blijft doorrennen, ze is bijna bij het thuishonk. Isa en Roxanne rennen op hun vriendin die nog steeds op de grond ligt. Greta staat bij het thuishonk te juichen, in haar eentje. De rest van het veld staat om de vriendin van Isa heen, ze blijkt Dani te heten. Greta kijkt hulpeloos om zich heen, ze begrijpt blijkbaar niet waarom er geen blije mensen om haar heen staan. Nu komt ook de gymleraar eraan. Hij zegt tegen het groter wordende groepje dat ze Dani wat ruimte moeten geven. Zelfs als hij bezorgd is ziet hij er leuk uit.
‘Nee, niet aan denken!’ Roept een stem in mijn hoofd.
De gymleraar, Wouter Grenen, zegt dat we naar de kleedkamers moeten gaan. Isa en Rozanne mogen na aandringen blijven.

In de kleedkamer hoor ik al verhalen rondgaan. Greta heeft een hekel aan Dani en heeft haar het liefst het ziekenhuis in. Greta is zo scheel dat ze het verschil niet zag tussen Dani en een boom. Greta slaat altijd heel ver en dit keer had Dani de pech dat ze in de weg stond. Dani doet aan automutilatie en dit leek haar een handige manier. Zo gaat het nog wel even door, de verhalen worden steeds gekker. In een van de verhalen rende Greta Dani zelfs achterna met haar knuppel om haar neer te slaan.

Ik begin er genoeg van te krijgen, kleed me verder om en loop naar buiten.

Als ik buiten kom zie ik net Wouter wegrijden met Dani naast zich. Wel vreemd, een gymleraar die met de auto naar zijn werk gaat terwijl hij ook vijf minuten kan fietsen. Rozanne zie ik mijn kant op lopen, Isa zie ik niet. Ze is waarschijnlijk met Dani mee voor steun. Rozanne heeft de schrik nog op haar gezicht staan. Ik loop naar haar toe en vraag  hoe het met Dani gaat. Ze zegt dat ze waarschijnlijk een hersenschudding heeft, omdat ze zo’n harde klap gemaakt heeft. Ik wens Rozanne sterkte en loop door naar mijn fiets. Ik pak mijn fiets en sta op het punt weg te fietsen als ik geroepen word.

‘Hee, wacht even!’
Het is Lisa.
‘Wat is er?’ Roep ik terug.
Ze komt op me af rennen. Ik ben inmiddels van mijn fiets afgestapt en wacht haar op. Ik krijg het vage idee dat ik meer te horen ga krijgen over Myrthe. Vervolgens vertelt ze mij inderdaad dat ze wat over Myrthe wilt vertellen. Ik raak geïnteresseerd en kijk haar aan. Lisa ziet eruit alsof ze nog steeds aan het twijfelen is hoe ze het moet vertellen. Ze is nog niet begonnen met haar verhaal of Jesse komt eraan. Ze zegt dat ze het liever op de fiets bespreekt. Ik krijg het idee dat nog niet iedereen weet wat er met Myrthe aan de hand is.

We fietsen weg. Als we vergenoeg verwijderd zijn van Jesse begint ze te vertellen.
‘Met Myrthe zit het zo, vroeger waren Sophie en Myrthe beste vriendinnen.’
Ik zeg dat Myrthe mij dat ook al verteld had, toen tijdens de wiskunde les. Lisa gaat verder met haar verhaal
‘Op een gegeven moment, ergens in de tweede werd ik bevriend met Sophie, Myrthe kon dat niet hebben.’
Ik vraag me af wat Myrthe dan gedaan had, ze zag er zo lief en onschuldig uit. Ondertussen vertelt Lisa door.
‘Myrthe en ik konden het nooit goed vinden, al vanaf het eerste moment dat ik haar zag hadden we ruzie, ze zag mij waarschijnlijk als bedreiging. Toen Sophie en ik een keer gingen logeren begon de ellende, we wisten alleen nog niet dat Myrthe erachter zat.’
We zijn bijna bij de school aangekomen, dat ziet Lisa nu ook. Ze stopt met haar verhaal en zegt dat ik later de rest wel hoor.

Ik begin aan Myrthe te twijfelen, misschien is ze niet zo lief als ze lijkt, misschien bedriegt de schijn wel. Ik besluit om naar Myrthe toe te gaan in de pauze, haar kant van het verhaal horen.

Nadat ik naar mijn kluisje ben geweest loop ik de aula in. Ik zie Myrthe en haar loser-groepje al staan. Zoals te verwachten viel zie ik Silvie, Miriam en Patty alweer kijken alsof ik ze in elkaar wil slaan. Waarom hebben die mensen niet door dat ik niet zo agressief ben?! Hun ogen worden groter en groter, als ik dichter bij kom, het verbaasd me echt dat ze er nog niet uit zijn gevallen. Myrthe heeft mij nog niet gezien, maar het valt haar nu wel op dat de rest vreemd kijkt naar iets achter haar. Ze draait zich om en zegt het meest abnormale woord ooit. ‘Hoi.’
Ik zeg hallo terug en vraag of ik haar even kan spreken. Ze kijkt wel een beetje vreemd, maar stemt in en loopt mee.

Als we op een rustigere plek zijn aangekomen zeg ik dat ik het over Sophie en Lisa wil hebben. Ik bedenk me ineens dat het misschien helemaal niet de bedoeling was dat ik het met Myrthe over iets ging hebben dat Lisa mij verteld heeft. Ook al zat er nog zo weinig informatie in. Myrthe reageert semi-onthutst. Ook nu zie ik weer grote ogen, hoor ik een lichtelijk versnelde adem en merk ik een verandering in lichaamshouding. Ze staat er nu verdedigend, beledigt en onzeker bij. Ik krijg steeds meer en meer het idee dat de schijn écht bedriegt en ga verder met het gesprek.

‘Lisa vertelde mij dat…’ zeg ik in mijn hoofd.
Nee, dit is geen goed begin voor het gesprek, Lisa heeft namelijk bijna niks verteld. Myrthe kijkt me scheef aan en ziet er afwachtend uit.  
‘Wat was er nou tussen Lisa, Sophie en jou?’ vraag ik haar.
Ik zie haar adem heel kort stokken, maar daarna weer normaal verder gaan. Myrthe reageert.
‘Ja, eeuh, dat is een lang verhaal. Je hoort het nog wel een keer.’
Ze wilt zich al omdraaien en weglopen, maar ik zeg haar dat ze eventjes moet wachten. Tot mijn verbazing stopt ze, gaat op precies dezelfde plek staan als eerst en zelfs nog in dezelfde houding. Hoe bedoel je real-life flashback moment?

‘De pauze is lang genoeg hoor, je kunt het best vertellen of heb je wat beters te doen?’ vraag ik aan haar, op een lichtelijk uitdagende manier. Dit moet haar interesse toch wekken.
‘Nee, nee, dat is het niet… Het is gewoon, naja, laat ook maar.’ zegt ze.
Vervolgens loopt ze weg, nog voor ik haar tegen kan houden.

Ik ga ook de aula weer in, op zoek naar Isa en Rozanne. Ik zie ze al snel staan. Ze staan in een groepje van ongeveer tien meiden, Dani staat niet bij hen. Ik loop op ze af. Ze staan te kletsen en kijken een beetje bezorgd, Isa en Rozanne zijn het middelpunt van het gesprek. Ik vermoed dat het gesprek over Dani gaat en dat de rest hen aan het uithoren is. Ik loop door en ga erbij staan. Isa en Rozanne herkennen me en zeggen een soort van vrolijk gedag. De rest van het groepje kijkt een beetje vragend naar wie ik ben, een of twee meisjes zien eruit alsof ze mij al herkend hadden, zelf ken ik ze nog niet. Ik stel mezelf weer voor aan dit groepje. Ik zal toch blij zijn als we weer een paar maanden verder zijn, dan hoef ik mezelf niet meer voor te stellen. Na verloop van tijd begint dat toch een beetje saai te worden.

De meiden in het groepje heten Rosa, rood haar en sproeten, Yanniek, bruin kort haar, Anniek, fel blauwe ogen en lang, Marjon, blond haar en ziet er teer uit, een beetje elfachtig. Verder zijn er nog vier andere meisjes waarvan ik de naam nu al vergeten ben. Had ik al gezegd hoe slecht ik ben in het onthouden van namen?

Zoals ik al dacht gaat het gesprek inderdaad over Dani, ze vragen alle acht door elkaar vragen aan Isa en Rozanne. Als Rozanne zegt dat ik er ook bij was vuurt de groep ook vragen op mij af.

‘Waarom sloeg Greta Dani nou met die knuppel?’ zegt een van de meisjes.
‘Dat deed ze helemaal niet,  joh Lisette, ze sloeg gewoon een homerun!’ zegt Rosa.
‘Oh, nou dan werkt haar bril blijkbaar niet goed genoeg.’ zegt hetzelfde meisje, Lisette dus.
‘Hahaha, zou kunnen ja. Het is wel zo dat ze jaloers is op Dani…’ zegt Rosa weer.
‘Ja, dat is waar, maar wie niet hè? Sloeg ze ook echt op Dani?’ zegt Marjon.
‘Uhh.. hoorde je me wel?’ vraagt Marjon weer.
‘Huh? Oh, eeh.. Wat vroeg je ook al weer?’
Oh, die vraag was dus aan mij gericht, oeps!
‘Ik vroeg of Greta expres op Dani sloeg.’ herhaalt ze.
‘Oh, oke. Nee, volgens mij was ze al lang blij dat ze de bal raakte. Zo zag ze er namelijk wel uit, verbaast dat hij zo ver kwam. Ze lette ook helemaal niet op Demi en rende gewoon door.’ antwoord ik.
‘Oh echt?’ zegt een ander meisje bitchy.
Deze is licht getint en heeft lang, donkerbruin haar.
‘Je hoeft haar niet zo aan te vallen hoor, ze zegt alleen maar wat ze gezien heeft!’ neemt Marjon het voor mij op.
Ik heb besloten dat ik Marjon wel mag, ze ziet er dan wel breekbaar uit, maar is minder verlegen dan ik had verwacht. Het bitchy meisje zegt dat ze het niet zo bedoeld had en ik zeg dat het niet zo erg is.

De pauze is bijna afgelopen, dat is de rest van de groep ook opgevallen. Er wordt nog even gecheckt wat voor les iedereen heeft en wie naast wie gaat zitten. Ik heb scheikunde samen met Anniek, het bitchy meisje en Rosa. De rest blijkt een maatschappij profiel te hebben. Isa en Yanniek moeten nog even naar hun kluisje voordat ze naar geschiedenis gaan. Wij gaan alvast naar scheikunde toe, de leraar blijkt erg streng te zijn en ik heb besloten om dit jaar iets meer mijn best te doen.
De Bètavak lokalen zitten op de tweede verdieping, dat wordt veel lopen dit jaar.  

Het bitchy meisje, dat Ashana blijkt te heten zit nog naast niemand. In het lokaal ga ik naast haar zitten, achter Anniek en Rosa die, zoals te verwachten viel, naast elkaar zitten. Ashana, alias Ash, blijkt best aardig te zijn. Ik denk dat ze gewoon een beetje bezorgd was om Dani, ook best begrijpelijk, blijkbaar kennen ze elkaar al sinds groep acht.
De les begint, we hebben les van een man die er bijloopt alsof hij een bejaarde surfer is, inclusief iets langer haar en een ketting. Zou hij soms de vader van Jesse zijn? De man is alleen al ergens in de 40 dus dat haar is grijs en de bloemige overhemdjes zien er lichtelijk apart uit. Hij begint te vertellen over alkenen, alkanen en alkynen. Het is te makkelijk, dit heb ik al geleerd. Ik pak mijn Ipod maar, zet een van mijn favoriete liedjes op en begin met de opdrachten.
‘So keep your friends close and your enemy’s in your pocket.’
Sam Sparro – Pocket, mocht je het liedje niet kennen.

Ik ben uit weer op mijn oude school, mijn mentrix schreeuwt tegen mij, ik voel me verdrietig maar weet niet wat er aan de hand is. Ik kijk om me heen en zie een kapotte rugzak liggen, ik herken hem, hij is van mij. Waarom is hij kapot? Wat is er gebeurd en waarom schreeuwt die vrouw zo hard? Ik veeg met mijn hand langs mijn oog, mijn vinger wordt nat. Ik kijk naar mijn hand en zie traanvocht vermengt met mascara en iets roods. Iets tikt tegen mijn schouder aan, ik kijk niet naar die kant, maar kijk rond in de kamer. Er wordt opnieuw getikt.

‘Snap jij wat Bremer bedoelt met een dubbele binding?’ vraagt Ash.
Ik staar een beetje verward voor me uit en haal mijn oortjes uit mijn oren. Het liedje was inmiddels over gegaan in ‘We Cry – The Script’.
‘Gaat alles wel goed?’ vraagt ze nu.
Ik zeg dat alles goed gaat en leg haar uit wat een dubbele binding is.

Scheikunde gaat voorbij als in een waas, voor ik het weet zit ik op de fiets en voor mijn gevoel twee seconden later rij ik mijn straat binnen. Huis, huis, huis, huis met auto ervoor, huis met kapotte bank in de tuin, huis, huis, ha, daar woon ik. Ik zet mijn fiets weg en loop naar boven, de woonkamer in. Ik roep om te kijken of er niemand thuis is, ik hoor niks. Gelukkig. Ik loop door, verder naar boven, mijn kamer in. Hij ziet er vreemd leeg uit, verkleurde stukken op de muur waar ooit foto’s zaten, geen persoonlijke dingen, geen herinneringen, maar waarom? Waarom is mijn kamer zo schoon en opgeruimd, waarom is hij zo niet als ik? Ik ga op mijn bed zitten en kijk rond. Op een muur na zijn alle muren deze zomer geverfd, wit, smetteloos, net als mijn bed. Op de grond ligt een houten vloer en voor de ramen hangen witte gordijnen en houten luxaflex. Verder staat er een bureau en een klerenkast. Ik doe de kast open. Er liggen spijkerbroeken, bloesjes, spencers, cardigans en andere nettere kleren in. Op de bodem van de kast staan geen gympen en pumps meer, maar mary-janes en nette laarzen die keurig bij de rest van de kast passen. Het verbaast mij nog dat er op het bed geen lange polo ligt als pyjama.

Waar ben ik beland? Van wie ís deze kamer?

Op het bureau liggen een paar boeken en staat een kop warme thee. Heb ik die net meegenomen? Het ziet eruit alsof het meisje van deze kamer net weg is gelopen en ieder moment weer terug kan komen. In de hoek van de kamer zie ik een spiegel. Ik loop erop af in de verwachting mezelf te zien. Ik zie een meisje dat perfect in deze kamer past, pareloorbellen, haarband, bloesje, spencer en pantalon. Ik kijk om me heen, maar ik zie het meisje nergens staan. Opeens dringt het tot me door, ik ben dat meisje! Maar als ik haar ben, wie is zij dan en hoezo zie ik er zo vreemd uit?
 
Ik loop mijn kamer in, ik ben alweer verdrietig. Ik zie mijn moeder al mijn posters en foto’s van de muren aftrekken. Er staan vuilniszakken op de grond, sommige vol en dicht en andere nog open. Ik loop op een van de openstaande vuilniszakken af en kijk erin. Ik zie een oude agenda, een foto van mij en mijn vriendinnen, volgekalkte schriften en nog meer. Een steek van woede vermengt met verdriet schiet door me heen. Ik realiseer me dat mijn moeder bezig is om míj weg te gooien. Ik ren weg, verder en verder.

Ik sta weer voor de spiegel.

‘Ik ben thuis, kom je eten?’ roept mijn moeder.
Ik roep terug dat ik eraan kom. De uren tussen het thuiskomen en het roepen van mijn moeder zijn voorbij gevlogen. Net als bij de fietstocht kan ik me er niks van herinneren. Lijkt net alsof ik black-outs heb, maar dat is niet zo. Ik denk dat ik gewoon te veel aan het denken ben geweest, of ik ben in slaap gevallen, dat kan ook nog. Ik ga naar beneden, vlak voordat ik de deur door ga zie ik de spiegel weer. Ongeveer één seconde kijk ik erin, het preppy meisje staart me aan, ze heeft duidelijk liggen slapen.

Als ik beneden kom zie ik iedereen al aan tafel zitten.
Mijn moeder kijkt me aan alsof ze wilt zeggen ‘He he, ben je daar eindelijk?’.
Ik negeer de blik en ga zitten.

We eten kip, broccoli en aardappelpuree. Ik houd niet heel erg van kip, maar de rest is lekker. Het is stil aan tafel, net alsof ze met elkaar hebben afgesproken dat ze niks gaan zeggen. Ik probeer me er zo min mogelijk van aan te trekken en eet ook stil mijn eten op. Doordat niemand praat heeft iedereen binnen een kwartier al zijn eten op. Mijn moeder vraagt of ik de tafel kan opruimen, blijkbaar wordt dit nu elke avond mijn klusje. De rest gaat weg, tv kijken of wat anders doen. Ik ruim in mijn eentje de tafel af, stop alles in de vaatwasser en ga daarna naar boven.

Ik wil op msn. Mijn computer is weg.

Plotseling bedenk ik me dat ik helemaal geen vrienden heb. Die van vroeger zijn weg en in het heden heb ik nog geen msn-adressen van mensen. Bah.

Huiswerk heb ik niet, dat had ik vanmiddag al gedaan en bij de rest beneden tv kijken wil ik ook niet. Ik kijk hoe laat het is, half 9. Dat zal een saaie avond worden. Ik besluit maar naar buiten te gaan, een beetje de buurt verkennen. Misschien kom ik nog wel bekenden tegen.

Gelukkig is het zomer en is het nog mooi weer. Alle blaadjes zitten aan de bomen en de zon schijnt nog. Aan het eind van de straat spelen wat kinderen. Eigenlijk is dit dorp zo slecht nog niet, maar er is toch een stuk minder te doen dan in de stad waar ik eerst woonde. Daar kende ik iedereen en stonden op elke straathoek wel een paar jongeren. Hier zie je gras, bomen en spelende kinderen, toch wel een beetje tegenovergesteld. Het moet niet heel slecht zijn voor een kind om hier op te groeien, genoeg speelruimte, weinig auto’s, veel veiligheid. Er is een klein ranzig meertje dat blijkbaar gebruikt wordt om te zwemmen en er is daar ook een heuvel waar ze in de winter, als er sneeuw ligt, vanaf kunnen sleeën. Voor iemand van mijn leeftijd is het echter gewoon saai. Er zijn drie winkels, één kroeg waar 50-plussers komen om te darten en een kinderdisco. Ik moet mijn woorden wel terugnemen, dit dorp is wel zo slecht. Ik ben veel beter geschikt voor de drukte van de stad, de levendigheid, de actie. Niet voor een plattelandsleven, straks willen mijn ouders nog een varken of koe kopen voor in de achtertuin. Dan moet je je bedenken dat ik al bang ben voor konijnen.

Ik kijk op mijn horloge en zie dat het inmiddels al kwart voor 10 is. Een horloge ja, geen mobiel, die is mijn moeder zogenaamd “kwijt” geraakt. Ik kan maar beter weer terug naar huis gaan, ik moet er nu om half 11 in liggen.

Lissa

  • **
  • Berichten: 216
    • Bekijk profiel
« Reactie #1 Gepost op: 22 september 2008, 17:45:28 »
Klinkt leuk! Misschien iets meer details:s Maar Verder lijkt het me egt een goed verhaal, Verder!
It\\\'s ok to eat fish \\\'cause they don\\\'t have any feelings.

Anonymous

  • Gast
« Reactie #2 Gepost op: 22 september 2008, 18:23:45 »

Klinkt leuk! Misschien iets meer details:s Maar Verder lijkt het me egt een goed verhaal, Verder!

Oke, dankje ^^
Nou maar hopen dat jij niet de enige bent die er nog iets aan vindt xD



2.
Nieuwe school, nieuw dorp, nieuwe regels, nieuw leven.

Bzzz, bzz, bzzzz. Het is 7 uur en je maakt kennis met de trilstand van mijn mobiel, alias wekker. Mijn mobiel heb ik weer terug, die lag “per ongeluk” in haar kast tussen de medicijnen in mijn ouders hun kast. Goh, hoe zou hij daar nou terecht zijn gekomen? Ik blij dat ik hoofdpijn had.

Ik ben snel klaar met mijn standaard ochtendritueel, dat bestaat uit: douchen; aankleden; make-up; haar; eten; tandenpoetsen; laatste haar en make-up check; boeken inpakken en op naar school. De zon is al even op, maar schijnt wel recht in mijn ogen als ik op de fiets zit. Blijkbaar is waterproof mascara ook handig als de zon schijnt.

Vandaag ben ik wel op tijd, dus er is nog ruimte in het fietsenhok. Ik moet erop letten dat ik niet weer dezelfde start maak als gisteren. De leraar voor biologie schijnt echt te streng te zijn en extreem snel boos te worden, dat zal nog leuk worden…

Ik blijk er langer over te doen dan verwacht om bij het lokaal te komen, maar ik ben alsnog ruim op tijd, vier minuten te vroeg zelfs. De tafels zijn opgesteld in groepjes, in een van de groepjes zit Myrthe. Ze zwaait zelfs naar me. Ik doe alsof ik haar niet zie en loop door naar een nog leeg groepje. Myrthe zit naast Patty, een van de drie bange muizen waar Myrthe mee omgaat. Langzaam stroomt het lokaal vol, de groepjes raken gevulder. Het groepje van Myrthe en Patty is inmiddels aangevuld door een jongen met bobijnkapsel en geruit overhemd, rechtstreeks uit de sixties. Mijn groepje is nog steeds leeg, maar ik ken dan ook niemand. Dan komen Isa, Rozanne en Anniek binnen en vullen mijn groepje aan, dat dan vol is. Anniek vraagt aan Isa of ze geen plek voor Dani vrij moeten houden. Isa zegt dat ze met Dani gesproken heeft en dat die voorlopig het huis niet uit mag. Door de val had ze een lichte hersenschudding opgelopen en haar ouders willen haar beschermen.

De les is inmiddels begonnen. De leraar blijkt vrij jong te zijn, in tegenstelling tot de gymleraar is hij níet knap. Op zijn gezicht heeft hij puistachtige vlekken, ik hoor van Anniek dat toen hij les gaf in de eerste, ze hem een keer zag bukken en dat er daar ook zo’n vlek zat. Zoals menig mens vind ik dit ranzig en laat dit blijken. Ik krijg meteen een schreeuw en blik naar mijn hoofd van de leraar. De geruchten die ik hoorde waren dus echt waar. Nogmaals, dit was nou niet echt mijn idee van een onopvallende entree, maar goed, niks aan te doen.

Biologie is minder makkelijk dan de rest, genetica, erfelijkheid en celopbouw. In biologie ben ik nooit heel slecht geweest, maar opletten is wel een vereiste. Dit heb ik waarschijnlijk vorig jaar ook al gehad, ik kan me er echter niks van herinneren. Ik moet niet weer terugvallen in dat gedrag, anders is het echt met me gebeurd.

Mijn biologie leraar heeft een niet erg toepasselijke naam, Theo Muis.
'Meneer Muis voor jullie!'
Hij is een van die leraren die veel, maar dan ook echt heel erg veel uitlegt, aan het einde van de les hadden we twee kantjes aantekeningen en vijf opgaven gemaakt. Ook is hij een groot fan van voetbal, hij krijgt het voor mekaar om bijna alles op voetbal te betrekken. Bijvoorbeeld het afweermechanisme van een cel, net de verdedigers. Dingetjes die voor herkenning zorgen zouden de aanvallers moeten zijn en de keeper is een lysosoom, een zelfmoord blaasje voor de cel, als het er heel veel zijn dan.

Ik ben aan het rennen. Niet in mijn eentje, maar met mijn vrienden, ze zijn er gewoon nog! We rennen hard weg. De adrenaline stroomt door mijn aderen en ondanks dat ik amper sport, ben ik totaal niet moe. Ik zie Lisanne voorop lopen, ze heeft nog een stukje van een plastic tasje uit haar rugzak steken. Achter me hoor ik het alarm van de winkel waar we zo even nog instonden. Ze heeft het gedaan, alweer…
Het is niet de eerste keer dat ze iets steelt uit een winkel, ze is ook niet de enige. Ik heb ook een tasje in mijn hand, het rent onhandig. Het is verkeerd wat we gedaan hebben, maar het voelt goed, zo goed. Even weg van de wereld en alle problemen.


Ik probeer me te concentreren op biologie, het is gewoon zo saai. Gelukkig is de les bijna afgelopen, één uur gehad, nog drie te gaan. Gelukkig duurt mijn schooldag niet al te lang, rond drie uur ben ik thuis. Maar voordat het zo ver is moet ik eerst mijn tas inpakken en op naar de aula. Het uur duurt eindeloos, voor mijn gevoel zit ik al ruim een uur naar mijn boek te staren, maar elke keer dat ik op de klok kijk is het wijzertje maximaal twintig seconden verschoven. Eindelijk gaat de bel. Ik sta als een van de eerste buiten, eindelijk verlost van die voetballende muis.

Voordat ik in de aula aankom is de pauze al bijna voorbij. Dat krijg je als je eerst meeloopt naar de kluisjes van andere mensen. Op deze school zijn de kluisjes écht vreemd verdeeld, een deel staat in een nieuw gebouw, een deel op de eerste verdieping en nog een deel op de begane grond. Ook is deze school groot, echt groot. Tegen de tijd dat we alle vier de kluisjes gehad hadden waren er nog maar drie minuten van de pauze over. Ooit had ik de gewoonte om in de pauze de stad in te gaan en vervolgens weg te blijven, nu niet meer. Echt niet.

In de aula aangekomen kon ik zo goed als direct weer vertrekken, in één minuutje at ik mijn koekje en dronk ik wat drinken, toen moest ik weer naar het volgende uur, kunst.

Kunst is altijd al mijn lievelingsvak geweest, even weg van alle saaie leervakken, eindelijk creativiteit en vrij denken. Het kunstlokaal zat in deze school op de bovenste verdieping, de 3e verdieping. Had ik al gezegd hoe groot deze school is? Dit jaar zijn er 1693 leerlingen. Als ik bij het kunstlokaal aankom, inmiddels doodop van al het trappenlopen, staat de rest van de klas nog te wachten. Ik zie weinig “bekenden”. Vlak achter mij bleek de kunst lerares te lopen, die kon met de lift. Toch jammer dat het gebruiken van de lift voor leerlingen niet is toegestaan, van drie verdiepingen worden je benen behoorlijk zuur.

De deur gaat open en de leerlingen stromen naar binnen. De klas is kleiner dan de klas van bijvoorbeeld aardrijkskunde, daar zaten ongeveer 30 mensen en hier zullen het er maximaal 20 zijn. Ook de tafels zijn anders, hier staan namelijk grote tafels waar we met ongeveer zes mensen aanzitten. Ik ga aan een van de dichtstbijzijnde tafels zitten, er komen nog drie meisjes bij zitten die ik niet ken. Ook Ash en Isa zitten bij mij aan het tafeltje. Achteraf gezien is zes mensen toch wel een beetje vol, maar het past net. Inmiddels had iedereen een plekje gevonden en begon de les.

De lerares, mevrouw Van den Born, vertelt ons wat we deze periode gaan doen. We moeten groepjes van drie maken en een presentatie over een bepaalde periode in de geschiedenis houden. Ik zit samen met Ash en Isa en onze periode is de Renaissance. Verder gaan we ook nog een utopie maken, een perfecte wereld of een disutopie, dat is dus het tegenovergestelde ervan. Ik zit te denken aan mijn leven, wat is perfect? Wat wil ik in MIJN wereld? Vroeger of nu? Vrijheid met consequenties of naar mijn ouders luisteren?

Gelukkig hoeven we deze les nog niet te beginnen en gaan we eerst aan onze presentatie werken. De presentatie moet wat vertellen over de architectuur, de beeldhouwkunst en over de schilderkunst. Ash kiest voor de beeldhouwkunst, ik spreek mijn voorkeur uit voor de architectuur en Isa doet het liefst de schilderkunst, komt goed uit dus. Eerst moeten we een onderzoeksvraag opstellen, ieder persoon moet een andere vraag hebben en hij mag niet te breed zijn. Vervolgens krijgen we wat boeken uit een kast zodat we wat informatie over ons onderwerp kunnen verzamelen. Tegen de tijd dat iedereen een boek heeft is de les zo goed als afgelopen en mogen we weer opruimen. Op naar de aula…

‘Ik zie je lopen,
Zie je staan,
Ik zie je lopen,
Kijk je aan,
Pijn, Verdriet,
Een wat nog meer?
Ik kijk in de spiegel, voor de zoveelste keer.’

Nadat ze haar gedicht voor heeft gelezen kijkt ze ons hoopvol aan. Blijkbaar wil ze ook met ons bevriend zijn. Ik en mijn vriendinnen lachen haar uit, ze is ook zo’n uitslover! Ik zie de schrik op haar gezicht. We lachen nog harder. Inmiddels is haar gezicht rood aangelopen en struikelt ze terug naar haar plaats op de eerste rij en verbergt haar gezicht in haar boeken. Waarom moet Lana ‘Laantje voor vrienden, je mag me wel Laantje noemen hoor, noem me maar Laantje, doe maar echt.’  echt elke les de aandacht trekken bij Nederlands door een van haar kut gedichten? Alsof het ook maar iemand interesseert dat ze blijkbaar ’s ochtends voor de spiegel staat. Het verbaast me trouwens wel, zo ziet ze er niet uit. Wij zijn nog steeds een beetje aan het lachen, we zijn trouwens niet meer de enige in de klas. Iedereen in de klas lacht haar uit, behalve “Laantjes” vrienden. Nogmaals, iedereen in de klas lacht haar uit.


Deze pauze spendeer ik nog wel tijd in de aula, de pauze duurt ook langer. Ik begin het al een soort van leuk te vinden hier, ik had niet verwacht dat het zo snel zou gaan. Stiekem wil ik weer terug naar hoe alles vroeger was, voordat alles mis ging. Jammer genoeg heb ik dat voor mezelf onmogelijk gemaakt. Het was ook gewoon allemaal mijn schuld. Ik heb helemaal geen zin meer om de rest van de dag af te maken, maar spijbelen kan niet, dat staat zelfs zwart op wit. Ik besluit me ziek te melden en loop naar de receptie toe om dat te doen. De vrouw bij de receptie zegt dat een van mijn ouders de school moet bellen zodra ik thuis ben, nu maar hopen dat mijn moeder wilt bellen.

Thuis aangekomen is mijn moeder nog aan het werken. Ik hoop dat het een beetje uitkomt als ik nu bel. Gelukkig tref ik haar net tussen twee cliënten door. Eindelijk werkt ze een keer een beetje mee, zo zou ze vorig jaar nooit gereageerd hebben. Ik begin te denken dat ik iets van vertrouwen aan het opbouwen ben. In ieder geval, mijn moeder heeft me ziek gemeld en ik ga wat anders doen.

Tja, daar zit ik dan. Het is stil. Dat krijg je als er een elektronica verbod is… Ik had eigenlijk gewoon nooit zo stom moeten zijn vorig jaar. Kijk nou wat er van me geworden is, alles nieuw, zelfs mijn uiterlijk. Ik herken mezelf gewoon niet meer, hoe weird is dat? Ik besluit me maar als zodoende ziek te gaan gedragen en ga in mijn bed liggen.

Na een uur in mijn bed gelegen te hebben begin ik moe te worden. Het afgelopen uur heb ik liggen nadenken over de afgelopen dagen en over alles dat er eigenlijk al gebeurd is. Greta met haar homerun, Myrthe en Lisa met het grote geheim, waarvan ik nog steeds moet weten wat het is, Dani die nu al twee dagen school mist, alle nieuwe mensen die ik heb leren kennen en natuurlijk Dennis. Nee, Dennis niet, hem moet ik vergeten, nu al. Ik kan dat hem en mezelf niet aan doen. Het is toch echt wennen voor me, nieuw huis, nieuwe school, eigenlijk gewoon alles, het is zwaar verwarrend allemaal. Iedere keer opnieuw voelt het alsof mijn “normale” oude leven zo weer door kan gaan, maar dan ben ik hier weer. Het lijkt alsof het allemaal niet klopt. En dat allemaal door die ene dag, de dag waarop ik het allemaal voor mezelf verpestte.

Als ik wakker word staat mijn moeder naast mijn bed. Ze strijkt met haar hand over mijn voorhoofd, noemt mijn naam en zegt dat we gaan eten. Ik maak een vage ik-ben-net-wakker-kreun en draai me weer om.
‘Kom je er zo aan?’ vraagt mijn moeder.
Ik maak nog zo’n kreun geluid en knik een soort van met mijn hoofd. Eigenlijk wil ik gewoon blijven liggen, all by myself. Ik weet dat ze daar geen genoegen mee neemt, dus kom ik toch maar mijn bed uit.

Tegen de tijd dat ik beneden ben is al het eten al opgeschept. Blijkbaar duurde gelijk uit bed komen ietsje langer dan ik dacht, zo’n tien minuten. Ik ga zitten aan tafel en kijk naar mijn bord. Het eten had ik normaal gesproken lekker gevonden, maar ik krijg nu echt geen hap door mijn keel. Het voelt alsof er een soort misselijke brok in mijn keel zit. Hoe langer ik naar het eten kijk, hoe misselijker ik word. Langzaam prik ik een stukje snijboon op mijn vork. Gatver, wat weerzinwekkend is eten op dit moment. Mijn moeder ziet me kijken en zegt dat ik niet meer hoef te eten dan waar ik zin in heb. Ze is niet altijd zo slecht denk ik met een glimlach in mijn hoofd. Na nog drie keer wat eten op mijn vork geprikt te hebben en het er weer af te laten hebben gevallen vraag ik of ik van tafel mag. Snel ga ik weer naar boven, mijn lekkere warme bedje in.

Ik word weer wakker, inmiddels is het donker buiten en mijn moeder staat naar me te kijken van ongeveer anderhalve meter afstand. Lief van haar dat ze even kwam kijken hoe het met me was.
‘Hoe voel je je nu?’ vraagt ze.
Ik zeg dat het nog steeds een beetje matig gaat.
‘Ik hoop toch echt dat je snel weer beter bent, het is niet handig om het schooljaar ziek te beginnen.’
‘Nee mam, weet ik, ik hoop ook dat ik morgen weer beter ben.’
Ze loopt mijn kamer weer uit en ik draai me om. Ik zie dat het inmiddels 11 uur is. Langzaam word ik me bewust van een knorrend gevoel in mijn maag en van het feit dat mijn pyjama helemaal nat is van het zweet. Gatver. Ook merk ik dat ik nog steeds die misselijke brok in mijn keel heb zitten. Ik rol mijn bed uit. Brrr… wat is het koud, zelfs nu het zomer is en 23 C in mijn kamer heb ik het gevoel alsof ik bevries. Snel trek ik een schone pyjama aan en loop ik naar beneden om wat te eten te pakken.

Brood, pap, koekje, chocola en zelfs fruit, het maakt me allemaal nog misselijker dan ik al was. Ik besluit maar wat yoghurt te eten. Na een paar happen voel ik me wat minder misselijk, de brok lijkt op te lossen en ik begin me wat beter te voelen. Ik merk nu pas hoe erg de honger is. Na het schaaltje yoghurt eet ik nog een broodje met rosbief. Geen idee waarom ik daarvoor koos, maar ik had er gewoon echt zin in. Mijn maag raakt vol, ik stop met eten en de misselijkheid komt terug. Lekker terug mijn bed in, lekker slapen en morgen hopelijk weer gezond naar school toe. En dan te bedenken dat ik eigenlijk helemaal niet ziek was…


3.
Nieuwe gebeurtenissen, nieuwe conflicten, nieuwe roddels

Als ik mijn ogen open doe zie ik de zon al door mijn luxaflex schijnen. Wat hou ik toch van de zomer, lekker warm. Slaperig, maar vrolijk, kom ik mijn bed uit en zwalk ik naar de badkamer. Na het gebruikelijke ochtendritueel zie ik er weer helemaal fris en fruitig uit, zoals ze dat noemen, en stap ik op de fiets. Na een kwartiertje fietsen kom ik aan op het Frans Hals College. De school is nog niet echt vertrouwd voor me en ik voel me gewoon net een brugger, het enige wat ontbreekt is een gigantische rugzak met meerdere vakken om je hele jaarbagage mee te nemen. Misschien was het wel handig geweest, als ik dan ook een plattegrond in die tas zou hebben zitten, zodat ik de weg kon vinden.

Na een paar minuten door de school gedwaald te hebben, op zoek naar lokaal 129, kwam ik bij het goede lokaal op. Ik was nog wel op tijd, een iets beter begin van mijn, inmiddels derde, schooldag. Myrthe en Lisa zitten allebei in het lokaal, ook allebei alleen. Myrthe zwaait vrolijk naar me. Ik zit te twijfelen wat ik zal doen, bij Lisa zitten en Myrthe een soort van dumpen, maar wel weer waarschijnlijk het verhaal over haar horen, of bij Myrthe gaan zitten, een kneusje dat eigenlijk wel aardig is met een vreemde achtergrond. Ik weet wat de oude ik zou doen, maar is dat wel de nieuwe ik? Wil ik een smerig verhaal horen over een meisje dat ik eigenlijk wel aardig vind en dat vreemde vrienden heeft of wil ik naast dit meisje gaan zitten en misschien wel haar kant van het verhaal horen? Wil ik me aansluiten bij het groepje kneusjes of ga ik met een sletje om? In de paar seconden dat ik aan het denken ben heeft Lisa me ook opgemerkt.
‘Hooo-hoooi, kom hier zitten!’
Een niet te missen kreet brengt mijn trommelvliezen in beweging. Myrthe heeft haar hoofd naar Lisa gedraaid en draait zich daarna weer met een trieste uitdrukking terug. Ze heeft duidelijk de strijd verloren, al was ik me niet echt bewust dat er überhaupt een strijd was. Ik loop het lokaal binnen en leg dump mijn tas op de tafel.

‘AU!’ een stem schreeuwt het uit van pijn.
Mijn been begint vreemd warm aan te voelen. Dan wordt ik me bewust van de stekende pijn. Een pijn die zich op dezelfde plek bevind als de vreemde warmte. Ik wil kijken wat er aan de hand is, maar ik kan me niet bewegen, alsof ik vast zit in mijn eigen lichaam. De stekende pijn wordt erger. Ik besef me dat de pijnkreet die ik hoorde van mezelf was.


‘Hee,’ zegt Lisa, ‘alles goed? Wat gezellig dat je naast me kwam zitten, ik zat nog alleen.’
Ja, ik was gevallen, deels terug gevallen in mijn oude gedrag, ik had voor Lisa gekozen, niet voor Myrthe. De jongen die bij wiskunde op de eerste rij zat zit nu naast haar. Ik hoop voor Myrthe dat hij niet nog steeds in een fase zit waarin hij meisjes eng vindt, anders kan het voor haar een heel saai jaar tijdens deze les worden. Ook Dennis komt het lokaal binnen geslenterd en gaat naast een, voor mij nog onbekende, jongen zitten, waarschijnlijk een van zijn vrienden.

‘Jongens, stil zijn nu!’ zegt onze lerares Frans.
Ze is echt heel klein, tot mijn schouder denk ik, en heeft een grote bril op haar hoofd. In het geheel ziet het eruit alsof ze in een vorig leven hamster is geweest, het heeft wel wat schattigs.
‘Nu wil ik echt met de les beginnen hoor!’ probeert ze over het geroezemoes heen te komen.
Niet dat iemand ook echt stiller wordt, maar ja, ze probeert het in ieder geval. Ik zie dat ze haar geduld begint te verliezen en besluit op te houden met praten, Lisa’s ge-wel-di-ge vakantieverhalen kan ik toch wel missen.
‘Hallo, ik ben mevrouw Bijsterveld,’ begint ze weer met een inmiddels rood aangelopen hoofd, ‘Tim, ga jij maar naar lokaal nul-drieënveertig!’ schreeuwt ze ineens.
Tim is de jongen die naast Myrthe zit, stiekem moet ik lachen om zijn hoofd, ik zie dat verscheidene mensen in de klas hetzelfde denken. Wie zou ook niet lachen, stel je iemand met een bloempotkapsel, hondenogen met opzwellende tranen, een gezicht vol puisten dat, net als bij mevrouw Bijsterveld, rood aangelopen is, met zijn boeken netjes opengeslagen en die inmiddels uit paniek begonnen is met stotteren.
‘M… ma… ma... maar…’ stottert hij.
Myrthe maakt zijn woorden af.
‘Mevrouw, Tim deed helemaal niks, hij zit al vanaf het begin van de les met zijn boeken op zijn tafel, hij vroeg alleen net aan mij of ik al wist wat we moesten doen.’ zegt ze met een felle stem.
Nu is het de lerares die even zit te denken wat ze gaat zeggen. Ze besluit Tim nog een kans te geven en hem in het lokaal te laten zitten. Daar voegt ze aan toe, dat als hij haar deze les nog een keer onderbreekt, ze hem als spijbelaar opschrijft. Naast me hoor ik Lisa lachen, blijkbaar vindt ze het erg grappig dat Tim eruit ziet alsof hij een astma-aanval heeft, incluis het hyperventileren. Als ze ziet dat ik niet lach en haar alleen maar strak aankijk houdt ze snel op.
‘Sorry hoor, maar het is gewoon zo grappig om zo’n lulletje helemaal in paniek te zien.’ zegt ze met nog een kleine lach erin.
‘Oke.’ is mijn enige reactie, vervolgens draai ik mijn hoofd weer naar het bord. Ik ben niet van school veranderd om populair te worden of om mensen uit te lachen. De lerares heeft inmiddels de opgaven op het bord geschreven en daar ga ik nu aan beginnen, een goed excuus om nu eventjes niet meer tegen Lisa te praten, ondanks dat ik het Myrthe-verhaal dolgraag wil weten.

Na een minuut of twintig, de lessen duren hier tachtig minuten, zijn Lisa en ik allebei klaar met onze opdrachten en beginnen we te praten. Ze probeert me een beetje de namen uit de klas te leren, na drie keer de naam van dezelfde persoon op de tweede rij gevraagd te hebben besluiten we het maar op te geven. Namen leren is niet aan mij besteed, ik ben al trots op mezelf dat ik alle namen tot nu toe al onthouden heb. Vervolgens begint Lisa te roddelen, natuurlijk. Het gaat voornamelijk over de mensen die in deze klas zitten, waarvan ik het grootste deel dus niet ken. Een van de roddels heeft ze van een vriendin gehoord die het weer van iemand anders had, deze roddel gaat over een naam die me vaag bekend voor komt, Marjon. Blijkbaar was ze afgelopen zomer totaly in love met een jongen. Deze jongen ging tegelijkertijd met een vakantievriendin van haar, alleen wisten ze het beiden niet van elkaar. Uiteindelijk kwamen ze erachter en in plaats van boos te worden op elkaar besloten ze die jongen aan te pakken. Zo te horen was dat goed gelukt, aangezien die jongen daar op vakantie was met vrienden krijgt hij het thuis ook nog vaak zat te horen. Dag dag reputatie. Ik wist wel dat ik Marjon aardig zou vinden. Nu we het toch over mensen hebben die ik ook ken moet ik weer aan Myrthe denken. Ik vraag aan Lisa wat er nou aan de hand was.
‘Eehm… ja, Myrthe die…’
Goh, echt opschieten doet ze niet met haar verhaal.
‘Myrthe die wat?’ vraag ik haar terwijl ik toch nog vriendelijk probeer te klinken.
‘Oke, bereid je alvast voor,’ zegt ze met een lach op haar gezicht, ‘Myrthe die is echt zwaar pot, nog een playende pot ook.’
Dat had ik dus niet verwacht, ik verwachtte een gruwelijk verhaal in plaats van een roddel over iemands voorkeur.
Lisa gaat verder, ‘Voor zover ik weet heeft ze inmiddels al haar vriendinnen gehad, ze gaat vaak voor de onzekere meiden, omdat die makkelijker in te palmen zijn. Jij leek me nou niet echt het typ dat interesse had in zo’n soort relatie met haar.’ zegt ze schamper.
Ik geef toe dat ze gelijk heeft en dat ik het totaal niet verwacht had van haar, ze ziet er zo lief uit, helemaal niet manipulatief of zoiets. Vandaar dat haar vriendinnen zo naar me keken
‘Myrthe heeft een nieuw vriendinnetje, goh, dit is er een mét zelfvertrouwen.’ denk ik bij mezelf.
Lisa verteld verder over waarom Myrthe haar niet mag
‘Ik denk dat Myrthe altijd al een crush op Sophie heeft gehad, Sophie was vroeger ook wat minder zeker van zichzelf en makkelijker te manipuleren, een makkelijke prooi voor Myrthe dus. Toen ik met Sophie bevriend werd zag Myrthe haar kans om wat met Sophie te krijgen dalen. Uiteindelijk is Sophie boos op haar geworden en heeft ze haar midden in de aula voor pot uitgemaakt. Myrthe heeft míj dit nooit vergeven. Ook schreeuwde Sophie nog dat zij totaal geen pot was en dat ze niet snapte waarom ze ooit met haar bevriend had willen zijn. Myrthe is vervolgens huilend de aula uitgerend.’
Ik heb medelijden met Myrthe, ook al manipuleert ze mensen, ze werd op dat moment toch wel heel diep met haar neus in de feiten gedrukt. Inmiddels is de klas weer luid aan het praten, Tim is nu echter nog wel stil bezig, waarschijnlijk vooruit aan het werken. Mevrouw Bijsterveld krijgt dit door, begint weer om aandacht te vragen en loopt natuurlijk ook rood aan. Ik merk dat Dennis mijn richting opkeek en kijk eventjes terug, heel kort, daarna draai ik mijn hoofd weer. Heel kort was echter niet kort genoeg voor Lisa om het te merken. Daar komen de roddels weer aan…

Dennis, Dennis en nog eens Dennis, daar praat Lisa de volgende twintig minuten over. Het begon met
‘Aaaaaah, vind jíj Dennis leuk!’
op dat irritante toontje van haar en inmiddels hebben we “al” z’n  exen al besproken, welke sporten hij doet, op welke basisschool hij heeft gezeten, waar in dit godvergeten dorp hij woont, wat zijn lievelingskleur is en nog veel meer. Ik begin bij mezelf te twijfelen of ik hem leuk vind of dat het alleen interesse is. In mijn hoofd stel ik een lijstje samen over de plus- en  minpunten, ondertussen blijft Lisa doorpraten. Plus: hij is leuk; hij is single; ik ben single; hij zocht mijn aandacht; hij ziet er niet verkeerd uit, zeker niet. Min: ik zou niet meer aan jongens doen vanwege vorig jaar, zoiets verschrikkelijks wil ik niet dat er gebeurd; ik ken hem pas net, als we over kennen kunnen spreken dan; vorig jaar; mijn verleden met jongens; hij kent mij ook niet, misschien is het voor hem ook alleen maar interesse in mij als “het nieuwe meisje” en als laatste tegenargument, de belofte aan mijn ouders. Ik besluit dat de minpunten zwaarder wegen dan de pluspunten en duw hem weer mijn hoofd uit.

‘Wat vind je nou van hem?’ kwettert Lisa.
‘Hij is wel aardig, meer niet en ik ben verder niet in hem geïnteresseerd.’ reageer ik.
Zo, dat moet duidelijk genoeg zijn. Voor Lisa is dit blijkbaar niet het geval want ze blijft doorvragen om mijn reden, want het is toch zo’n leuke jongen enzovoorts. Als ik gek van haar begin te worden is de les gelukkig afgelopen. Zo snel als ik kan pak ik mijn spullen en loop ik het lokaal uit, misschien wat hard, maar wel de makkelijkste manier. Saved by the bell, zoals ze dat noemen.

Snel loop ik naar mijn kluisje, nog achterom kijkend of Lisa me niet volgt met nóg meer details over Dennis’ leven. Het lijkt wel alsof ze zelf een obsessie met hem heeft, dat ze zoveel over hem weet. Een andere mogelijkheid is dat Lisa een roddelverslaafde is, iemand die alles doet om alles over iedereen te weten, iemand bij wie je altijd de nieuwste en hotste roddels te horen krijgt, iemand waarbij geen geheim veilig is, iemand zoals ik was…

‘Okee jongens en meisjes, nu even stil zijn. Het volgende gedicht moet worden voorgedragen.’ roept mijn literatuur leraar.
“Laantje” loopt naar voren en begint aan haar gedicht. De klas is stil, heel anders dan de vorige keer dat ze haar gedicht ging voordragen. Het verbaasd me, vinden ze haar nu zo geweldig? “Laantje” begint aan haar gedicht en zelfs de laatst fluisterende persoon wordt stil.

‘Ik had zo kunnen zijn,
Zo kunnen zijn als jij…
Ik had dat kunnen doen,
Net zoals jij deed…
Ik had net als jij kunnen leven,
Zoals jij deed…
Ik had kunnen vergaan
Zoals jij vergaan bent…
Ik had je kunnen missen,
Als enige…
Ik had jou willen zijn,
Net als velen…
Toch zou ik gemist worden,
Toch ben ik niet vergaan,
Ik had zo kunnen zijn,
Zo kunnen zijn als jij…
Toch ben ik mezelf.
En jij, jij was jij.’

Nadat ze uitgesproken is de klas nog even stil, daarna volgt er een zachtjes applaus door enkele mensen dat door meerdere overgenomen wordt. Na een paar seconde ben ik de enige die nog voor me uit zit te staren. Ik voel me aangesproken, misschien doordat veel mensen zo zouden willen zijn zoals ik ben of misschien door het feit dat ze me aan zit te staren. Zou ik echt niet gemist worden? Is het beter om een nobody te zijn, dan de persoon die ik ben? Ook vergaat de persoon in het stukje, net alsof ik op het punt sta alles te verliezen. Ik… Ik begrijp het niet.


Mijn kluisje zit helemaal onderaan, zodat als ik buk, ik een hele mooie bouwvakkerdecolleté krijg. Als ik mijn Frans in het kluisje stop valt het me op dat er een paar schoenen naast me staan, jongensschoenen. Als ik mijn hoofd draai zie ik dat er aan het paar schoenen een broek zit. Ik draai mijn hoofd verder en kijk omhoog. De jongen van wie de schoenen en de broek zijn heet Dennis.. Hij lacht naar me en vraagt wat ik van de school tot zover vind. God, wat is hij toch leuk als hij lacht, ik wordt er nerveus van, maar weet er nog wel hakkelend uit te brengen dat ik nog niet zo heel veel van de school gezien heb. Ik kan niet blozen, maar als ik dat wel kon was mijn hoofd behoorlijk rood geweest. Dennis biedt me aan om een rondleiding te geven door de school, mijn hart maakt een sprongentje, maar toch wijs ik zijn aanbod af. Hij ziet er lichtelijk teleurgesteld uit en ik heb met hem te doen. Ik wil hem niet kwetsen, maar ik heb gewoon geen keuze. Nadat ik de lach van zijn gezicht gevaagd zie worden loopt hij weg. Hij moet ook nog zijn boeken pakken of iets in die richting. Nadat hij weggelopen is denk ik weer aan mijn bouwvakkerdecolleté, ik was al die tijd niet opgestaan, dus hij heeft een heel… mooi uitzicht gehad. Natuurlijk overkomt mij zoiets weer…

Tegen de tijd dat ik in de aula ben is hij al helemaal bomvol, ook mijn, inmiddels, gebruikelijke groepje staat er helemaal. Isa staat dit keer in het middelpunt van de aandacht, als ik bij het groepje gearriveerd ben, blijkt dit, omdat ze nieuws over Dani heeft. Ze is door de duizeligheid van de klap van de trap gevallen en dus nog verre van beter. Nadat iedereen is uitgepraat over Dani krijg ik de focus, Ash vraagt naar waar ik vandaan kom en mijn oude school. Rozanne vraagt naar de reden van mijn verhuizing, Rosa naar mijn gezin en zo gaat het nog wel even door met alle vragen. Begrijpen ze dan niet dat ik mijn verleden achter me wil laten en een nieuwe start wil maken? Weten ze dan niet hoe moeilijk dit allemaal voor me is? Weten ze dan helemaal niks over mij?
‘Natuurlijk niet!’ schreeuwt mijn hoofd, ‘Dat was je bedoeling, dom kind! Waar ben je mee bezig? Je gaat ze niks over jezelf vertellen, bedenk maar een excuus!’
Ik besluit naar mijn hoofd te luisteren en zeg dat ik nog naar mijn kluisje moet. Ik volg het voorbeeld van Myrthe en loop weg nog voordat ze kunnen reageren.

Als ik weer bij mijn kluisje sta bedenk ik me dat de pauze nog lang niet afgelopen is, om precies te zijn heb ik nog zeven minuten over. Al die tijd bij het lokaal gaan staan te wachten is niet mijn stijl, en ik wil ook niet dat het mijn stijl wordt. Een andere optie is bij mijn kluisje te blijven staan, maar dat vind ik iets te lonely.

Een minuut later zit ik op de wc, dat leek me de meest veilige optie, lekker geen mensen om me heen, niemand die het opvalt, geen vragen, lekker niks. De hele wc-deur is volgeschreven met dingen als ‘Marnix hou van jou!!!’ en mensen die vragen over van alles en nog wat hebben, zelfs telefoonnummerverzoeken worden er opgeschreven. Ik wist niet dat er echt meiden waren die dating-advies van die wc-deur haalden, ze zullen vast extréém veel ervaring met jongens hebben. Twee minuten voor aanvang van de les sta ik voor de spiegel, even een snelle haar en make-up check. Mijn haar zit, zoals gewoonlijk, perfect glad in een haarband en ook het kleine kloddertje mascara dat ik ’s ochtends op mijn wimpers smeer zit er nog op. Als mezelf vergelijk met een jaar geleden is het echt een wereld van verschil, of liever gezegd een ervaring verschil. Vorig jaar had ik dit ene kloddertje mascara ook, alleen dan keer tien en gecombineerd met diverse andere producten. Ook mijn haar zag er wat anders uit, ook perfect, maar dan het andere uiterste van perfect. De pauze moet nu zo ongeveer over zijn en ik loop naar het volgende uur toe. Dit vak heb ik gister ook al gehad, namelijk kunst. Hier heb ik totaal geen problemen mee, want zoals ik al zei, kunst is een van mijn favoriete vakken.

Ik moet nog even bij het lokaal wachten totdat de lerares er is, gelukkig ben ik niet de enige die aan het wachten is, dus dat maakt het wat beter. Er zijn echter zo goed als geen mensen waar ik tot nu toe mee gepraat heb, dus dat is weer wat minder. De vriend van Dennis zie ik ook staan, jammer dat het niet Dennis zelf is. Ook Patty zie ik staan, dus moet ik mezelf corrigeren, ik zie wel mensen staan waar ik tot nu toe mee gepraat heb, maar niet waar ik ook nog mee wil praten. De les zou inmiddels al vijf minuten begonnen moeten zijn en de leraar of lerares is er nog steeds niet, dit is merkbaar aan de groep, die inmiddels gegroeid is tot zo’n vijftien tot twintig mensen. Ook Isa en Ash staan er inmiddels bij, wel wat gezelliger dan eerst. Net als Dennis’ vriend weg wil lopen komt er iemand aangelopen van een jaar of 25, het is een vrouw met zwart haar, een zwart shirt en een spijkerbroek. Ze loopt op ons af en doet de deur open, dit is de lerares toch niet?

In het lokaal gaat iedereen snel, maar met veel geklets, op zijn of haar plek zitten. Ook ik zit weer op mijn plek, samen met Ash, Isa en de drie andere meisjes. Ik vraag maar hoe ze heten, wel zo makkelijk, als ik toch een heel jaar een tafel met ze deel. Het meisje met het donkerbruine haar en de vele lagen mascara tegenover mij heet Tessa, een van de andere twee meisjes heet Mariëlla, ze ziet er erg aardig en vrolijk uit en heeft blond, springerig haar. Het derde meisje heet Amber, ze is wat groter en forser dan ik ben en heeft echt hele mooie groengouden ogen. Het blijkt dat Tessa is blijven zitten vorig jaar en dus dit vak voor de tweede keer doet. Tessa doet me een beetje denken aan een buldog, ze ziet er een beetje agressief uit en is niet bepaald knap. Ze begint ook meteen over haar ruzies die ze vorig jaar had en geeft mij de indruk dat ik moet oppassen dat ik geen ruzie met haar krijg. Ik kan maar beter afstand houden, ik had namelijk het type meisje kunnen zijn dat haar “aartsvijand” zou zijn, ik was niet bang voor een ruzie, zelfs niet voor een ruzie met een hele groep, mijn groep was toch wel groter.

De vrouw stelt zich voor als mevrouw Terwijde, vervanger voor mevrouw Van den Born. Ze legt uit dat onze eigenlijke lerares vanmorgen een ongeluk heeft gehad en in een coma in het ziekenhuis ligt. Je hoort de klas zuchtjes slaken van verbazing, vervolgens begint iedereen te praten, ook mijn groepje. Geen van ons had verwacht dat dit de reden zou zijn, mensen in een coma, dat gebeurt toch alleen in de film? Mariëlla heeft het idee om met de hele klas een kaart naar haar te sturen, dat is toch wel het minste dat we kunnen doen. Droppers geeft ons twee minuten om te praten en wilt daarna weer de aandacht hebben.
‘Ik weet dat dit voor jullie allemaal een grote schok is, maar we moeten nu echt verder met de les, Anneke had niet gewild dat jullie achter zouden lopen en daardoor goede cijfers missen.’ zegt ze.
We kunnen allemaal een dummy van de tafel pakken en daarna aan onze opdracht beginnen. De hele klas is nog steeds een beetje in shock, het is gewoon onwerkelijk dat er zoiets, zoiets verschrikkelijks gebeurt.

Niemand doet deze les iets, iedereen heeft een acute concentratiestoornis gekregen en kletst zachtjes of bladert een beetje door de lege dummy. Zelf kijk ik naar buiten, vanaf deze verdieping heb ik een best mooi uitzicht over het dorp, we zitten echt hoog, dus kan ik de hele skyline zien. Ik zie een stuk of drie kerken, een heel hoog hotel, het gemeentehuis en de daken van wat huizen. De bel gaat en weer ben ik verbaasd, is de les dan al zo snel voorbij?

Ook de pauze trekt in een waas voorbij, ik geloof zelf bijna niet dat dit zoveel met me doet, ik kende die vrouw amper. Pas in mijn laatste lesuur begin ik weer wakker te worden, dit allemaal dankzij een zekere jongen, Dennis. Hij zit vlak voor me tijdens de Engelse les en is gewoon zó leuk. Over de Engelse lerares kan ik niet hetzelfde zeggen, het is een vrouw uit Polen die slecht Nederlands spreekt. Ook heeft ze te strakke shirts aan voor haar borstomvang en houdt ze niet echt rekening met haar zichtbare ondergoed. Alsof dit nog niet genoeg is heeft ze ook nog zwarte plateauzolen aan, waardoor zelfs een lilliputter lang zou lijken. Tot slot is het haar op haar hoofd zwart geverfd en slierterig. Welk meisje wil er nou niet zo uitzien? Genoeg over die vrouw en terug naar Dennis. Ik zit zo vlak achter hem dat ik hem zo goed als kan ruiken. Echt gewoon alles is leuk aan hem, zijn haar, zijn stem en zelfs zijn schoenveters. Ik merk dat ik begin weg te dromen over hem, helemáál niet de bedoeling, geen jongens, remember? Ik probeer me te concentreren op de Engelse tekst die we moeten lezen, met de nadruk op probeer. De tekst is namelijk zo saai dat ik me begin te focussen op de dwarrelende stofjes in het zomerse licht. Ik hou van de zomer, van de warmte, van de vrijheid op vakantie, van jongens, van de vakantie, van ijs, van zwemmen, van zon, van bruin worden en alles dat erbij hoort. Afgelopen zomer stond echter in een ander teken dan relaxen, bruin worden en de rest. Deze zomer stond in het teken van verandering, mijn metamorfose, een andere woonplaats en de rest. Het enige dat eigenlijk nog hetzelfde is gebleven zijn onze namen en de gezinssamenstelling. De Pool begint wat uit te leggen over ‘relative pronouns’ iets met zinsopbouw volgens mij. Ik let niet heel erg op, als ik het een keertje voor de toets doorlees red ik het toch wel. Ik vraag me af wat ze hiervoor deed, misschien een stripclub? Ik merk dat Dennis wel op zit te letten, zo schattig. Marjon, die naast me zit, let ook op. Het valt me gewoon nu pas op dat ze hier zit, mijn aandacht was zo erg op Dennis, de lerares en de zomer gericht dat ik haar totaal genegeerd heb.

Als de les voorbij is, sta ik nog even met Marjon te praten, blijkbaar zitten onze kluisjes dicht bij elkaar. Ik voel me plotseling doodmoe, niet heel vreemd na een lange dag school, maar toch verbaas ik me erover. Ik zeg tegen Marjon dat ik naar huis ga, loop naar de fietsenstalling en fiets naar huis.

Ook mijn Ipod gaat weer aan en ik hoor zachtjes mijn nieuwe favoriete liedje door de oortjes, Kryptonite van Three Doors Down. Ik heb het liedje inmiddels al zo vaak gehoord dat ik het kan meezingen, niet dat je dat wilt horen, maar dat terzijde.
‘I picked you up and put you back on solid ground.’
Met die ene regel kan ik me identificeren, misschien is dat de reden dat ik het liedje zo leuk vind. Het klinkt precies als wat mijn ouders met mij gedaan hebben, me opgepakt uit mijn oude leven en me neergezet op vaste grond. Aan de ene kant ben ik ze daar dankbaar voor, maar aan de andere kant vind ik dat ik mezelf wel had kunnen redden, ik ben toch niet hulpeloos?
‘Leuk liedje?’
Ik schrik me dood en draai me om en kijk recht in het gezicht van Dennis. Ik denk dat hij ziet dat hij me heeft laten schrikken, want vervolgens zegt hij dat het niet zijn bedoeling was om me te laten schrikken. Ik doe er een beetje lacherig over en zeg dat het wel meevalt hoeveel ik was geschrokken. Daarna komt het gesprek een beetje op gang en kom ik erachter dat hij bij me in de buurt woont. Dat zou leuk kunnen zijn of worden, maar dat laat ik niet gebeuren. Waarom moet het nou allemaal zo lopen? Waarom moet net de jongen die ik leuk vind mij ook leuk vinden? Het is net alsof ik in een mislukt Romeo en Julia verhaal zit, alleen dan is Julia degene die voor problemen zorgt, in plaats van de familie.

We zijn bijna bij onze huizen aangekomen en ik weet dat Dennis er hier af moet, toch doet hij het niet. Ik krijg het idee dat hij met me mee wilt fietsen, een wanhopige poging. Ik zit te twijfelen of ik hem af zal wijzen, eigenlijk wil ik hem niet kwetsen zoals ik al eerder vandaag heb gedaan. Ik besluit voor de subtiele aanpak te gaan en vraag hem of hij er niet af had gemoeten.
‘Oh ja, dat is waar ook. Ik zat even niet op te letten.’ zegt hij met een lachje op zijn gezicht bij de laatste zin.
Oh nee, het wordt hem echt niet duidelijk. De dingen in mijn nieuwe leven moeten ook persé moeilijk zijn. Dit jaar wil ik echter niet meer over lijken gaan om er zelf beter van te worden, alleen die aanpak wordt moeilijk, aangezien ik daar niet aan gewend ben.
‘Kan je dan niet beter omdraaien?’ vraag ik hem, hopend dat hij de hint begrijpt.
Gelukkig gebeurd dat en nemen we afscheid.
‘Tot morgen!’

Het is stil in huis, maar ik weet dat ik niet alleen thuis ben. Als ik mijn typische ‘hallo’ roep, hoor ik ongeveer hetzelfde terug van mijn moeder. Natuurlijk is ze thuis, ze is altijd op donderdag thuis, de enige dag in de week dat ze niet werkt. Waarschijnlijk is ze aan het schoonmaken, dat doet ze meestal op haar vrije dag. Ik heb de gewoonte ontwikkeld, om voordat ik naar boven ga, eerst een kopje thee te drinken en een koekje of wat chocola te eten. Eerst kwam ik gewoon nooit voor het avondeten thuis, vaak zelfs later, dan at ik bij vrienden, onbekenden, de snackbar of helemaal niet. Terwijl ik de thee laat afkoelen blader ik een tijdschrift dat op de tafel ligt door, het staat vol met de nieuwste wintermode.

Ik zie het overbekende meisje weer lopen, zoals gewoonlijk omgeven door vriendinnen. Aan de lucht te zien is het rond zeven uur, ergens in mei. De meiden die om het meisje heen staan zijn aan het slijmen, iedereen wil zo hoog mogelijk bij haar aangeschreven staan. Zo gek is dat trouwens niet, ze kan je maken of breken… Ze zijn op weg naar de bioscoop, er draait een nieuwe horrorfilm, ik weet niet meer welke. Onderweg komen ze een groepje jongens tegen, deze hebben ook gelijk aandacht voor het overbekende meisje. De vriendinnen kijken jaloers, maar zeggen er niks van, zoals gewoonlijk. De jongens gaan mee naar de bioscoop en verdringen de vriendinnen naar plaatsen die verder bij het meisje vandaan zijn. Ook hier zijn ze niet blij mee, maar zeggen er weer niks van. In de pauze staan de jongens vooraan in de rij om iets voor het meisje te kopen, aan de vriendinnen wordt weer geen aandacht besteed. Na de film gaan de vriendinnen en een deel van de jongens weg, het meisje en een van de jongens blijven alleen over. Het wordt weer zwart.

Mijn thee is inmiddels genoeg afgekoeld en ik kan hem opdrinken. Vervolgens ga ik naar boven en maak ik mijn huiswerk tot het avondeten. Ik moet weer de tafel afruimen, maar dat is inmiddels standaard geworden. Als ik met alles klaar ben ga ik weer naar boven om een film te kijken. Tegen de tijd dat de film is afgelopen is het halfelf en ga ik naar bed, morgen weer een dag.

DrumNBassLove

  • **
  • Berichten: 161
    • Bekijk profiel
« Reactie #3 Gepost op: 22 september 2008, 18:30:18 »
Ik vind het ook leuk tot nu toe :D
Tears are words from the heart that can\'t be spoken

Anonymous

  • Gast
« Reactie #4 Gepost op: 22 september 2008, 18:38:07 »
Daar zit ik dan, het eerste uur wiskunde met naast mij een meisje waar andere mensen om moeten lachen, misschien was die überslim uitziende jongen toch een betere keus geweest.. Ach, ik doe het hier maar mee.

Het meisje begint te praten, ze heet Myrthe en is 16. Vervolgens begint ze te vertellen over haar hond, Steef, haar broertje, zus en ouders. Ik knik alsof ik het allemaal heel interessant vind en zeg af en toe wat terug. Ik heb het idee dat ze een beetje vriendloos is, of gewoon heel erg aardig. Myrthe heeft donkerbruin haar, groene ogen en wat sproeten. Ze is kleiner dan ik ben, ongeveer 1,67 meter. Ik blijf me afvragen waarom die meiden aan het lachen waren, zo extreem grappig ziet ze er namelijk niet uit, eerder serieus.

Ik verdiep me maar eens in mijn boek, getallenreeksen, dat moet me lukken. "Wat zijn de twee volgende termen in deze rij? 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13". Als de rest van het jaar ook zo door zou gaan zou ik dít jaar wel met gemak halen, zelfs als er wat mis zou gaan.





4.
Nieuwe dag, nieuwe les, nieuwe vrienden?

Ik hoor dat iemand mijn naam roept en aan mijn arm trekt, hoezo? Ik draai me om en kijk recht in het gezicht van mijn moeder.
‘Zou je niet eens je bed uit gaan? Het is al halfacht geweest.’
Oh nee, ik ben door mijn wekker heen geslapen, die had, om precies te zijn, een half uur geleden moeten gaan. Dan maar iets minder tijd aan alles besteden en me dus haasten. Tien minuten later sta ik weer vers gedoucht in mijn kamer. Ik besluit een nieuw bloesje uit de kast te pakken, dit keer een helemaal witte, en deze te combineren met een beige broek. Make-up is, nog steeds, een verplicht niet-probleem, dus daar hoef ik ook geen aandacht aan te besteden. Borstel door mijn haar en ik ben weer klaar om te ontbijten. Zo’n twintig minuten later stap ik weer op de fiets om naar school te gaan, hopelijk kom ik Dennis niet onderweg tegen.

Met een haast onzichtbare lach op mijn gezicht loop ik naar de kluisjes. Reden? Ik heb Dennis nog niet gezien. Het kan vreemd klinken, een jongen ontlopen die je eigenlijk leuk vindt, maar voor mij is het volkomen logisch. Ik merk, dat ik nog steeds gewend ben aan mijn oude gewoontes, zoals het checken van mijn make-up in het spiegeltje aan de wand van mijn kluisje. Er zijn alleen twee problemen, één: ik heb geen spiegeltje aan de wand van mijn kluisje en twee: ik heb geen make-up op. Het voelt toch vreemd, om zo rond te lopen, een soort ‘naakt’ met kleren aan.

Ik merk dat de gangen leeg beginnen te stromen en vraag me af waarom. Als ik een eersteklasser zie langs rennen dringt het tot me door dat de lessen begonnen zijn. Snel pak ik mijn boeken en haast me naar het lokaal waarin ik Nederlands heb. Gelukkig ken ik de school al een beetje, als dit mijn eerste dag was geweest, dan zou ik echt een probleem gehad hebben.

Er is hier op school een regel, als de deur van het lokaal nog open staat, dan mag je nog naar binnen. Het maakt op dat moment niet uit of je één minuut te laat bent of dat het er tien zijn. Als de deur dicht is hoef je dus ook niet meer te proberen om binnen te komen en mag je gelijk een ‘te laat’ briefje halen. Als ik de trap af ren en de hoek om ga, zie ik dat de deur nog open staat en dat een van de jongens die bij de gothicgroep hoort nog naar binnen loopt. Ik ga rustiger lopen, ik haal het toch wel. Dan zie ik een, wat oudere, man naar buiten lopen, om zich heen kijken en de deur dicht doen. Ik moet nog zo’n vijftien meter lopen voordat ik bij de deur ben en waag het erop om zonder briefje binnen te komen. Misschien laat hij me nog binnen, omdat het nog geen halve minuut later is. Ik doe de deur open en zie de leraar afkeurend kijken, toch knikt hij.
‘Ga maar zitten.’
De klas zit zo goed als vol, maar Jesse zit tot mijn verbazing nog alleen. Ik werp hem een glimlach toe en ga zitten. Het zal deze periode over spelling en samenvatten gaan, ook moeten we nog een presentatie houden over een taal gerelateerd onderwerp, hiervoor moeten we nu al groepjes maken. Ik kom samen met Jesse, Robin en een vriend van Jesse, genaamd Martijn te zitten, ons onderwerp is taalstoornissen. Voor onze presentatie moeten we drie artikelen samenvatten, waarvan we er al eentje van de leraar krijgen. Het artikel beslaat zo’n veertien pagina’s en gaat over afasie, een taalstoornis die ontstaat door beschadiging aan een van de twee taalkwabben of de zenuwbaan die ertussen zit. Samen met Martijn ga ik dit artikel samenvatten, hij doet de eerste zeven pagina’s en ik de laatste zeven pagina’s. Robin en Jesse gaan een eigen artikel zoeken op het internet en ik zie ze de rest van de les niet meer. Mijn samenvattingpartner heeft even veel zin in de opdracht als ik, dus gaan we maar wat kletsen. Martijn is sinds vorig jaar nieuw op school, doordat zijn vader ontslagen werd moesten ze verhuizen, gelukkig voor hem heeft hij inmiddels wel weer een nieuwe baan. Hij is het type jongen dat elk meisje met een glimlach en een knipoog om zijn vinger windt, zijn haar is perfect, wit gebit, ziet er verzorgd uit, is bijna te knap en bovenal erg charmant. Ik krijg de neiging om naar hem te staren, alsof ik “Laantje” ben. Ik val terug in mijn oude gedrag, alleen dan een lagere vorm ervan, eerst liepen de jongens achter mij aan, op dit moment is dat eerder omgekeerd. In mijn ooghoek zie ik dat de eerste mensen beginnen met het inpakken van hun tassen. Als ik op de klok kijk, zie ik dat het nog zo’n veertig seconden duurt voordat de les is afgelopen en pak ook snel mijn spullen.

Ik zie dat Dani weer terug is, het groepje meiden wemelt om haar heen. Naar mijn idee is ze nog niet honderd procent over de hersenschudding heen, ze is nog bleek en kijkt verdwaast uit haar ogen. Arm kind, al die drukte zal haar geen goed doen. Als ik naar ze toe wil lopen wordt er plotseling aan mijn schouder getrokken, rara wie het is.

Greta staart me nerveus aan, wat zou ze van me moeten? Ik heb nog nooit met haar gepraat en ons enige contact tot nu toe was tijdens de gymles, voor zover je dat contact kan noemen.
‘Is Dani weer beter?’ vraagt ze.
Nee, Dani is overleden in het ziekenhuis en haar geest staat twintig meter verderop. Natuurlijk is ze beter!
‘Ja, ik denk van wel.’
‘Oh… oh… oké, ze zou toch niet boos zijn op mij. Weet jij dat?’ ze zegt het heel paniekerig, alsof haar leven er van af hangt.
Is Dani zo belangrijk voor haar? Ik snap ook niet hoezo ik zou moeten weten wat Dani vindt, ik ken haar helemaal niet. Aan de ene kant wil ik bot doen tegen Greta, aan de andere kant heb ik met haar te doen. Als ik haar zo zie staan, doet ze me aan een jonge, onverzorgde, kwijlende hond denken, die zijn hondenkoekje niet op mag eten.
‘Ik weet niet of ze boos op je is, dat zou ik een van haar vriendinnen vragen of als je het aandurft aan haarzelf.’ zeg ik op een vriendelijke toon, de níeuwe ik regeert nu, de oude ik moet weg.
Greta lijkt op een of andere manier gerustgesteld, gelukkig maar, want ik heb geen zin om de overgebleven zes minuten van mijn pauze met haar door te brengen. Als ik verder loop kijk ik nog snel even achterom, om te kijken of ze me niet weer achterna wilt komen. Greta blijft staan, kijkt een beetje vreemd, draait zich vervolgens om en loopt naar het groepje van Myrthe toe. Ook ik draai mijn hoofd weer en beweeg me richting Dani en het kluitje om haar heen.

Dani kijkt me vreemd aan als ik erbij kom staan, ze weet waarschijnlijk niet dat ik de nieuwe aanwinst ben. Ze fluistert Isa wat in haar oor, die op haar beurt weer wat terug fluistert. Dani lijkt lichtelijk verontwaardigt, zou ze het er niet mee eens zijn dat iemand die zij niet kent wordt opgenomen in háár groep? Ik hoop toch echt dat Dani geen achterbakse bitch is die alles onder controle wilt hebben. Als ze dat wel is, dan lijkt ze erg op de oude ik, de leider van elk groepje, niks werd gedaan zonder míjn uitdrukkelijke toestemming.

Ik zie het meisje weer, het is de schoolpauze. Zoals gewoonlijk staat iedereen om haar heen, de een staat er om roddels te vertellen, de ander om roddels te horen. De volgende staat er weer, omdat ze samen met haar gezien willen worden en er zijn altijd een paar die nieuwe roddels over haar aan het bedenken zijn. Ze is nooit alleen, hooguit als ze slaapt, maar op school komt dat niet voor. Als iemand bij haar wilt komen, moeten ze eerst langs haar ‘vrienden’ die haar beschermen, omdat ze populair is. Iedereen die tegen haar ingaat wordt genegeerd, zwart gemaakt of in elkaar geslagen door haar posse. Het is haar onbekend of ze haar mogen, het enige dat ze wel weet is dat ze haar niet kwijt zouden willen, wie zou hen anders vertellen wat ze wel en niet mogen? Wie zou ze anders vertellen wat ze aan moeten trekken? Wie zou hun status bepalen? Niemand. Zíj is de enige die dat kan en ook doet, ze voelt zich onmisbaar, gewild, maar ook geliefd? Dat niet, eerder aanbeden, maar ook eenzaam. Ze staat hoog boven iedereen, op een verlaten flatgebouw. Ze is hoger, beter en mooier dan het duurste penthouse. Ze is exclusief, speciaal, niemand kan haar evenaren. Mensen proberen haar vaak te gebruiken, voor aandacht, om populair te worden en meer. Meestal heeft ze dit op tijd door, zo niet, dan is de wereld hard voor haar. Ze doet er alles aan om haar macht in stand te houden, deze “gebruikers” zorgen ervoor dat haar macht afbrokkelt. Niet toelaatbaar. Haar posse zorgt ervoor dat ze er in het vervolg wel twee keer over na denken voordat ze het nog eens proberen. Ze weet niet in hoeverre ze mensen kan vertrouwen, zelfs haar “vriendinnen” proberen haar soms te gebruiken. Nee, gelukkig is ze niet…

Ik bedenk me dat ik een tussenuur heb voordat scheikunde begint. Inmiddels zijn er nog tachtig minuten over voordat de volgende pauze begint, maar het is net te kort. Het zou betekenen dat als ik nu naar huis zou gaan, ik tien minuten thuis was en weer terug zou kunnen gaan. Dan maar naar de mediatheek, een boek lezen of wat huiswerk maken. Gelukkig heb ik mijn Ipod bij me, dus kan ik wat muziek luisteren. De manier waarop Dani naar me keek is Marjon opgevallen, ze zegt dat Dani inderdaad graag alles onder controle heeft en dat ze graag “regels” maakt over wie er wel en niet bij de groep mogen. Natuurlijk worden deze regels veranderd op een manier waarop het haar uitkomt. Marjon verzekert me dat ik nergens bang voor hoef te zijn, de rest van de meiden mogen me allemaal.

De mediatheek hier staat in schril contrast met de mediatheek van mijn oude school. Denk aan een stoffig lokaal met drie computers die er zo’n vijf minuten over doen om een internetpagina te laden, twee volgeschreven tafels en een paar rijen met vergeelde boeken. Je ziet nu de mediatheek van het Erasmus College voor je. Het Frans Hals College is veel moderner, ik sta in een grote ruimte met veel ramen, ongeveer tachtig tot negentig computers, veel tafels, die nog schoon zijn ook en boekenrekken. Er zitten een stuk of dertig a veertig mensen in de mediatheek, voor de grootte van de ruimte is dat betrekkelijk weinig. Een zacht geroezemoes bereikt mijn oren, het volume verbaast mij. Ik was gewend aan lawaai, zo hard dat je de muziek in je oren niet meer kon horen, ook al stond het volume op z’n hardst. Ik vermoed dat dit komt door de chagrijnig uitziende opzichters of leraressen die rondlopen. Mijn vermoeden wordt bevestigd, een meisje met kort krullend haar lacht hardop, de vrouw loopt op haar af en wordt boos. Ze schrijft wat op een groen briefje en geeft het aan het meisje, misschien een waarschuwing? Bekenden zie ik niet zitten, dus ga ik maar aan de minst volle tafel zitten. We zitten daar na dat moment met drie personen, dus de tafel is half gevuld. De twee jongens die er verder aan zitten moeten ongeveer even oud zijn als ik, maar ik herken hun gezichten niet. Waarschijnlijk zitten ze toch in een ander jaar of doen ze een ander niveau. Ik dump mijn boeken op de tafel en zet mijn Ipod op shuffle stand. Een liedje dat ik niet ken komt door de oortjes heen, het begint met prachtige pianomuziek en daarna komt er gezang. Het liedje blijkt van “The Fray” te zijn, het heet “Hundred”, vreemd dat zo’n mooi liedje me nog niet eerder op was gevallen… Ik luister het liedje af en verdiep me in mijn wiskunde opdrachten.

Woorden als “rangnummerformule”, “recursieformule” en “recurente betrekking” boren zich door mijn netvlies, ze vallen op de gele vlek in mijn oogbol en gaan via de oogzenuw naar mijn hersenen, waar ze omgedraaid worden en ze betekenis krijgen. Oh wacht, dat is biologie. Ach, het blijft interessanter. Ik heb altijd het gevoel dat je niks interessants leert van wiskunde, misschien is dat de reden dat ik altijd maar net met de hakken over de sloot slaag voor dat vak. Interesse is voor mij belangrijk, bij vakken die ik leuk vind lees ik de boeken zelfs voor mijn plezier. Dit zijn dan wel tekstvakken, zoals geschiedenis, aardrijkskunde en het eerdergenoemde biologie. Tot mijn spijt behoort geschiedenis niet meer tot mijn vakkenpakket, dus moet ik het zonder al die interessante weetjes stellen. Het wiskundeboek is oninteressant, bijna zonder dat ik het merk ga ik voor me uit staren en een beetje naar de muziek luisteren. Het liedje van The Fray is inmiddels al lang afgelopen en ik heb er een liedje van “Stereo Skyline” voor terug gekregen. Dit bandje is iets minder bekend en typisch Amerikaans. Ik ken niemand die dezelfde muziek luistert als ik, zelfs mijn oude vriendinnen niet. Het was een van de weinige dingen die betrekking had op mij wat ze niet wisten, mijn muzieksmaak. Natuurlijk, er is altijd wel één bandje die een van hen kent, maar daarna houdt het ook op. Als ik het had gewild hadden ze het allemaal geweten, waarschijnlijk hadden ze “plotseling” het allemaal leuk gevonden, onwetend over het feit dat ík, hun leidster, dat misschien niet zo leuk had gevonden. Nee, het was niet zo dat ik “mijn” bandjes niet wilde delen. Nee, de reden tot verzwijging heette privacy. Iedereen wist alles van mij, soms zelfs dingen die ik niet eens wist. Iets hebben dat dan toch van míj en van niemand anders is voelt gewoon goed. Een andere reden is er niet.

De mensen om mij heen beginnen met het opruimen van hun boeken, het uur zal wel afgelopen zijn. Als ik op mijn lesurenrooster kijk, dan blijkt dit inderdaad zo te zijn. Ook ik pak mijn boeken en loop naar de aula toe. Ik vraag me af wat Dani’s gezichtsuitdrukking deze pauze zal zijn. Zal ze al over de verontwaardiging heen zijn of heeft die honkbal van Greta die uitdrukking gewoon op haar gezicht geslagen?

De aula is nog vrij leeg als ik aankom, de klok wijst mij er dan ook op dat de pauze over één minuut begint. Waarschijnlijk is iedereen nog onderweg van het lokaal naar zijn of haar kluisje. Ik neem van de gelegenheid gebruik om een broodje te halen bij de kantine, daar staat namelijk ook geen rij en de broodjes smaken beter dan de geplette-bruine-boterhammen-met-kaas die ik bij me heb. Drie minuten later loop ik, gewapend met een “Broodje Frans”, vernoemd naar de school, richting de pauzeplek. Inmiddels is de halve groep al aankomen slenteren, waaronder ook Dani. Als ze mij in haar vizier krijgt, zie ik die vreemde blik weer op haar gezicht verschijnen.
‘Negeer, negeer, negeer! Zet je bekende nepglimlach weer op en doe aardig!’
Ik moet mezelf wel toespreken, niet terugvallen in mijn oude gedrag. Wie heeft er een psychiater nodig als je jezelf gedragstherapie kan geven?
‘Hé, Dani, je kent me nog niet denk ik. Ik ben nieuw op school.’
Ik vraag me af of ze hier tevreden mee is. Tot mijn genoegen zie ik een kleine glimlach op haar gezicht verschijnen, hij is echter amper waarneembaar. Het ziet er eerder uit alsof ze iets van plan is. Dan weet ze echter nog niet dat niemand, maar dan ook echt niemand mij wat aandoet zonder er spijt van te krijgen. Dani besluit om ook vriendelijk te doen.
‘Hoi, ik weet al wie je bent. Jij was er toch ook bij met de gymles?’
Ik beaam dat en vraag hoe het nu met haar gaat. Gelukkig gaat het stukken beter en heeft ze alleen een lichte hersenschudding. Ik kom tot de conclusie dat Dani best goed is in nepaardig zijn. De rest van het groepje is inmiddels ook aangekomen en het is best gezellig. Het is allemaal nog wel erg wennen, niet alles draait meer om mij, er zijn ook nog andere mensen. Ik doe ook nog even aardig tegen Dani en aanhangsel, even de pauze uitzitten. Daarna loop ik weer met Ash,  Rosa en Anniek naar scheikunde toe. Kijken of dat nog interessant is.

Het antwoord is nee. Na zeventig minuten luisteren slaapt de hele klas of is zachtjes aan het kletsen. Het is saai, dodelijk saai. De laatste tien minuten van de les mogen we nog zelfstandig werken, maar de concentratie is dusdanig weggezakt dat dit geen nut meer heeft. De gesprekken die ik met Ash voer zijn weinig interessant, ik weet niet of dit aan het onderwerp ligt, aan mij of aan de voorgegane les. De les hierna zal ook niet veel beter worden, dan hebben we namelijk biologie, dus dan wordt de les ook geheel volgepraat. Ik heb er écht geen zin in.

Ondertussen ben ik weer in de aula beland. Dani schijnt weer normaal te kunnen kijken en de rest van het groepje kijkt ook niet meer onderzoekend, blijkbaar ben ik geaccepteerd. Ik wil in de lucht springen van geluk en het over alle daken uitroepen hoe blij ik met dit voorval ben. Not. Ik moet me inhouden om niet in mijn oude gedrag terug te vallen, een bitch te zijn en “koningin” Dani van haar troon te stoten.
‘Negeer, negeer, negeer! Zet je bekende nepglimlach weer op en doe aardig!’
Ja, dit heb je al gehoord, ik herhaal mezelf. Soms is herhaling nodig, toch grappig dat deze herhaling er is om herhaling tegen te werken. Het zou bíjna verwarrend worden. Terug met mijn hoofd in de aula praat ik met Marjon, ik blijf haar aardig vinden. Ze attendeert me erop dat de pauze nog maar drie minuten duurt en aangezien we nu biologie hebben kan ik maar beter gaan. Isa, Rozanne en Anniek vragen me, heel toevallig, op precies hetzelfde moment of ik mee naar boven ga. Ik sleep mijn veel te zware tas weer van de sta tafel af en volg ze naar boven.

De leraar is lichtelijk bevlogen met zijn vak. Op zijn zachtst gezegd is het zijn hobby en zijn leven. Het is leuk om een leraar te zien die plezier heeft in zijn werk, dat soort leraren zijn zeldzaam geworden. Hij vertelt dat hij filmpjes heeft opgezocht over genetica, zodat we dat wat beter snappen. Het is wel handig dat hij dat gedaan heeft, want aan de gezichten van mijn klasgenoten te zien, begrijpen ze het totaal niet. We moeten een werkblad invullen bij de film, zodat we er wat aanhebben. Je Engels goed beheersen is echter wel een vereiste, de filmpjes zijn van het internet gehaald en Engels gesproken. Gelukkig ben ik zo geniaal dat ik alles snap. Nee, dat is geen zelfkennis, dat is eigendunk.

Ik kan het moeilijk geloven dat dit bijna mijn laatste les deze week is. Het is al vrijdag, halfdrie ’s middags. Een oud Nederlands gezegde is “De tijd vliegt als je het gezellig hebt.”. Zou dat ook in mijn geval zo zijn of vliegt de tijd gewoon, doordat ik zoveel nieuwe ervaringen heb dat ik het niet meer bij kan houden? Ik heb er in ieder geval geen problemen mee, weekend is altijd fijn. Vroeger was het een reden om mogelijk nóg minder thuis te zijn. Nu is het een mogelijkheid om mijn huiswerk te maken en uit te rusten van de week. Dat rusten zou wel lekker zijn, ik ben best wel moe vandaag. Slapen doe ik genoeg, dus het moet met mijn dagindeling te maken hebben. Het maakt allemaal niet uit, na het weekend zal het minder zijn.

Inmiddels zijn we de werkbladen aan het bespreken. Anniek heeft barweinig ingevuld, biologie is waarschijnlijk niet haar sterkste kant, want zo moeilijk was het niet. Isa en Rozanne hebben beiden iets meer dan de helft ingevuld. Mijn eigen blaadje blijft steken op tachtig procent, acceptabel.

De klas is altijd vreemd rustig tijdens biologie, natuurlijk zijn het niet allemaal dezelfde mensen als met Frans, literatuur of wiskunde, dat krijg je met clusters, maar de stilte die er hangt is niet anders te omschrijven als vreemd. Er wordt gepraat, maar er wordt niet écht gepraat. Er wordt gefluisterd, maar niet over de normale dingen. Men maakt huiswerk, een van de weinige schoolwonderen. Toch heeft men geen concentratie, er is altijd wel een zacht gesprek gaande van een paar woorden per minuut. Niemand wil de toorn des leeraars over zich heen krijgen, dus werken ze. Dit gaat echter in een tempo dat lager ligt dan de gemiddelde praatsnelheid. Langzaam, erg langzaam. Als uiteindelijk na tachtig minuten de les over is pakt iedereen zijn en haar spullen en loopt gedwee het lokaal uit. Buiten barst het los. ‘Jeeej, het is eindelijk weekend’ roepen er een paar.
Anderen, zoals ik, hebben nog een uur en lopen zachtjes pratend naar het desbetreffende lokaal toe.

‘Waarom raak je me aan?’
Kil verlaten deze woorden mijn mond. Geen reactie volgt. Ik draai me om en zie de ogen van een jongen. Mooie, diepe, bruine ogen die horen bij een gaaf gezicht. Hij kijkt alsof hij me niet begrijpt. Waarom zou hij me niet begrijpen? Het is toch logisch dat niemand mij van achteren benadert, mij op mijn schouder tikt en me aanraakt? Ik ben “Laantje” toch niet?
‘Eehm… Ja ik eehm…’
De jongen stottert. Wil hij wat van me?
Met dezelfde kille stem reageer ik, ‘Ja?’
Ik ken hem ergens van, maar waarvan? Wie is deze jongen?
‘Ben je nog van plan om wat te zeggen of blijf je stotteren?’
Ik heb geen zin om aardig te zijn, vanwege een nog onbekende reden heb ik het gevoel dat hij dát niet verdient.
‘Herken je me niet?’
‘Nee, zou dat moeten?’
‘We hebben al een keer ontmoet, ik ben Ricardo.’
Ricardo, Ricardo. Wie is die jongen? Ik ken hem, maar waarvan? Hoe heeft hij mij gevonden? Alhoewel, die vraag is makkelijk te beantwoorden, iedereen kent mij. Maar zijn moment van timing is bewonderenswaardig, ik ben nooit alleen. Nu wel.
‘Sorry, ik ken je niet.’
‘Dat is niet waar!’
De jongen, Ricardo, lijkt het erg te vinden dat ik niet weet wie hij is. Hebben we samen iets bijzonders meegemaakt? Plotseling weet ik het weer, de disco. De jongen waarvoor ik wegrende. Mijn ogen krijgen een doodse uitdrukking, ik draai me om en loop weg.


Ik loop de school uit, bijna krom door het gewicht van mijn boeken. Het aantal boeken van aardrijkskunde net viel wel mee, vooral biologie is veel. Gelukkig schijnt de zon en waait het niet te hard. Een mooi begin van het weekend.
‘Hee, wacht even’
Een meisjes stem, maar wie? Als ik me omdraai zie ik dat Dani daar staat, queen bee herself. Waarom zou ik moeten wachten? Ze vertelt me dat ze zaterdag een feest geeft, een soort back-to-school-we-will-survive-feest. Het thema is “safari” en ze vraagt of ik ook kom, om wat mensen te leren kennen. Ik vraag me af of er wat achter zit, ik heb namelijk niet het idee dat ze me oprecht aardig vindt. Het kan ook een trucje zijn, het nieuwe meisje uitnodigen om te laten zien dat ze beter is en het gebruiken om nóg populairder te worden. Ik gebruikte dat soort trucjes zelf vroeger ook, meestal werd het desbetreffende meisje de zondebok van het feestje en  verliet vaak huilend het feestgedruis. Denkt ze echt dat ik zo naïef ben, dat ik dit soort plannen niet ken?
‘Natuurlijk kom ik, leuk dat je me uitnodigt.’
Daarna lief lachen.
‘Wat gezellig, het zou echt minder leuk zijn als jij er niet was. Ik bel het adres nog wel door, oké?’
Minder leuk zonder mij? Logisch, maar vreemd in dit geval, ze kent me niet eens. Duidelijk een plan.
‘Is goed, tot zaterdag.’
Ik draai me weer om en loop weg, we zullen nog wel zien hoe dat feest wordt en wie de zondebok zal zijn.

Om een feest, voor jou, geslaagd te laten verlopen heb je een stappenplan nodig. Ik weet de vereisten en de uitvoering, ook al heb ik het nog nooit hoeven gebruiken. Stap één heeft met de gasten te maken. Er zijn verschillende partijen op een feest; de koningin, alias Dani; de “vriendinnen” van de koningin, alias Ash, Marjon en de rest, alias mijn vriendinnen in wording. De laatste partij is “de rest”, deze gasten zijn vrij onbelangrijk, maar zeer beïnvloedbaar. Ze willen allemaal in de nabije omgeving zijn van de koningin en zijn, door middel van haar, zeer gemakkelijk te manipuleren. Een van mijn talenten. De vriendinnen zitten al te twijfelen. Niemand mag Dani oprecht, maar zonder haar zouden ze tot “de rest” behoren. Denken ze. De koningin is afhankelijk van haar pionnen, de rest, en van haar lopers, paarden en torens, dit zijn de vriendinnen. Een koning heeft ze niet. Haal de overige speelstenen weg, door middel van een eenvoudig potje schaken, en ook de koningin zal gemakkelijk vallen. Zonder onderdanen is ze niks, moet ze, net als ik, opnieuw beginnen. Er is alleen één klein probleem, dan zou ze van school moeten veranderen. Zou onze geliefde Dani dat wel doen en niet denken dat alles wel goed zal komen? Ze kan dus geen nieuw leven starten, zoals ik wel gedaan heb. Je zou kunnen zeggen dat we hetzelfde zijn, maar toch anders, elkaars tegenpool. We zijn geen “wij”, we zijn “ik” en “jij”, onherroepelijk gescheiden.

Plotseling realiseer ik me iets.

NEE!

Ik ben ik weer, de oude ik, welteverstaan. Bezig met het terugpakken van mijn oude positie. Wat ben ik aan het doen? Hoe haal ik het in mijn hoofd om mezelf weer te worden? Mijn oude, slechte zelf, de persoon die ik dacht te hebben achtergelaten in een duister verleden. Nooit, echt nooit mag ik die persoon weer worden. Wat als alles zich herhaalt? Mijn tweede kans heb ik gehad, een derde zal ik niet meer krijgen.

Ik ga me gedeisd houden; naar het feestje toe, wat plezier hebben, nieuwe mensen leren kennen en weer braaf, in mijn eentje, naar huis.

Wat gedraag ik me toch naïef, ik klink alsof ik een van die meisjes aan het worden ben, een zondebok.

Anonymous

  • Gast
« Reactie #5 Gepost op: 22 september 2008, 18:53:47 »
De meisjes achter ons zitten nog steeds een beetje te smoezen, kijken onze kant op en lachen weer. De leraar komt eraan, hij lijkt een beetje geïrriteerd “Lisa en Sophie, zouden jullie je gesprek met de klas willen delen of is het daar niet intelligent genoeg voor?” “Eeehm..” zegt Lisa “Sophie snapte opgave twaalf niet.” “Dan moet ze dat de volgende keer maar aan mij vragen, of niet soms?” zegt meneer De Vries. “Ja meneer” zeggen Lisa en Sophie beiden.

Myrthe draait zich om en geeft ze een vernietigende blik, dit is genoeg voor Lisa en Sophie om ze weer in lachen uit te laten barsten. Myrthe draait zich weer terug naar haar tafeltje en zegt dat ze hen echt niet kan uitstaan. Vroeger was ze met Sophie bevriend, maar dat was voordat Lisa hen tegen elkaar opzette, Sophie en Myrthe kregen ruzie en hebben die nooit echt meer bijgelegd. Ik vertel haar hoe vervelend ik het voor haar vind, maar eigenlijk vind ik dat ze zich gewoon niet zo moet aanstellen en moet verder gaan met haar leven, the past is the past, we live for the future!





5.
Nieuw feestje, nieuwe rol, nieuw leven.

Vandaag, zaterdag, de dag van het feest. Gisteravond had Dani me inderdaad gebeld om het adres door te geven. Ik weet nog niet wat ik moet verwachten. Het is inmiddels half tien en ik loop naar beneden voor het ontbijt.
‘Zou je niet eens een baantje zoeken?’
Ik kraak, weliswaar half onverstaanbaar, terug dat ik dat vandaag wel zal gaan doen,. Ik moet immers toch de stad in, kleding voor het feest kopen. Dat ik Dani niet van haar plek wil stoten, betekent niet dat ik er niet amazing uit kan zien. Het is voor mij genoeg om te zien dat ze wéét dat ik mogelijkheden tot een coupe heb.

In het uur daarna maak ik mezelf klaar om naar buiten te gaan. Het gezicht in de spiegel begint vertrouwd te raken, maar het blijft niet van mij. Meer een soort schilderij waar je heel vaak naar kijkt, koud, zonder te zien wat erachter zit. Zou het ooit mijn eigen gelaat worden? Met weer een beige broek en een simpel wit bloesje verlaat ik het huis. Een laagje mascara en het gebruikelijke haarbandje maken het af.

Het centrum is gelukkig niet ver weg, vijf minuten op de fiets. Blijkbaar zijn er ook voordelen aan deze plek, ik moet er alleen moeite voor doen om ze te vinden en niet te negeren. Het centrum is niet groot, nadeel, maar er zijn wel net genoeg winkels om mijn aankopen te doen. De eerste winkel die ik instap blijkt iets te netjes en te ouwelijk te zijn voor het safarithema, dus daar ben ik binnen een minuut weer uit. De tweede winkel is meer geslaagd, kleuren, printjes en accessoires komen me te gemoed. Zou dit niet zijn wat de oude ik zou dragen? Ik besluit dat gevoel te negeren en te kijken of er wat leuks ligt. Dat ligt er, geloof me, en in grote hoeveelheden. Met twee maxi-dresses, drie korte jurkjes, een doorzichtig bloesje met zebraprint en een rokje ga ik de paskamer in. De korte jurkjes passen beter bij mijn oude image, ze zijn net wat te sexy, wat ik niet meer mag zijn. De maxi-dress is beter, deze heeft ook een zebraprint, maar nog wel op een beetje classy manier. Hij past ook perfect, is sexy, maar niet te. In vergelijking met mijn oude kledingkeuzes is hij zelfs preuts. Gewapend met de jurk en een aantal euro armer verlaat ik de winkel.
De volgende stop is de schoenenwinkel, die gelukkig naast de kledingwinkel zit. Ik moet toegeven dat dit iets makkelijker is dan mijn vorige woonplaats, daar was er zoveel van alles dat je een kwartier nodig had om van leuke winkel naar leuke winkel te lopen. De voordelen van deze plaats worden me steeds duidelijker, eerst was ik contra, nu pro. Ik wist al dat het alleen voor mijn eigen bestwil was, maar mijn eigen keus heb ik het nooit kunnen noemen. Gewoon de enige optie waarin het mogelijk was om een leven voort te zetten.

Een paar killer heels koop ik niet, dat zou teveel naar mijn oude persoonlijkheid neigen, in plaats daarvan worden het een paar schattige gladiator sandalen. Het verbaasd me echt dat ik meteen slaag, vroeger ging ik altijd minstens vijftien verschillende winkels in om uiteindelijk het ultieme kledingstuk te kopen. Imagoverandering. Ik hoef me nu niet meer zo bezig te houden met mijn uiterlijk en het voorbeeld aan mijn ondergeschikten te geven. Het gemakkelijke aan een nieuwe identiteit is dat je hem zelf kan creëren. Net alsof je op zomervakantie gaat, de mensen daar kennen je verleden niet en je kan je voordoen als iemand anders, zonder dat zij het in de gaten hebben. Ooit dat gevoel gehad? Ik leef erin. Toch vraag ik me af hoe het is om níet mij te zijn. Hoeveel ik mezelf verander, er blijft een kern die altijd onveranderd zal blijven, deze kern, ik, zal ik mijn hele leven bij me dragen. Misschien mijn persoonlijkheid? Ik zou graag iemand anders zijn, zelfs al zou het Laantje zijn, het meisje uit mijn verleden. Haar gedicht herinner ik me nog goed, daarna ging alles fout en had ze gelijk gekregen. Ik ben inderdaad ten onder gegaan. Ik dacht dat mijn vriendinnen me zouden helpen, maar eigenlijk wachtten ze alleen op een moment om zelf mijn rol over te nemen. Van loyaliteit was geen spoor te bekennen. Een ander persoon… Iemand zonder dit verleden, zonder de druk om te veranderen, iemand die zichzelf kan zijn zonder daarmee in de problemen te komen. Zou deze persoon überhaupt wel bestaan of is het gewoon mijn droombeeld van het perfecte meisje? Iedereen heeft toch wel druk om te veranderen of een van die andere dingen?

Ik zie mijn huis al opdoemen tussen de bomenrijen die het fietspad flankeren, over twee minuten zal ik weer op de stoep staan en het gezicht van mijn moeder zien. Waarschijnlijk vind ze dat ik teveel uitgegeven heb of dat het niet genoeg afstand heeft van mijn oude imago. Dat was onze afspraak namelijk, we zouden verhuizen, een nieuw bestaan oppakken, als ik mijn verleden op zou geven, mijn contacten en eigenlijk alles. Persoonlijke bezittingen werden weggegooid en ik kreeg een nieuw, beschaafd uiterlijk. Ik zou meer thuis zijn, goed luisteren, mijn best doen op school en zelfs huishoudelijke taken uitvoeren. Mijn oude ik zou hierom lachen en haar gang zijn gegaan. Wetten en regels? Die bestaan niet.

Plotseling hoor ik mijn naam achter me en schrik op uit mijn gedachtes. Waarschijnlijk kun je al raden wie me riep, Dennis. Wat zou hij van me moeten? Ik stop met fietsen en wacht totdat hij me heeft ingehaald.

‘Ricardo?’
Hij komt op me af, weer op een van de zeldzame momenten dat ik alleen ben. Wat wilt hij van me? Hij is een van de weinige jongens die ik niet direct doorzie. Het stoot me af en trekt me tegelijkertijd aan, ik wil weten wie de jongen achter dat gezicht is. Ik kan me niet herinneren waarom ik precies in de disco wegrende, alleen dat het niet positief was. Een angstig gevoel maakt zich meester van mijn gedachtes. Ik, onbeschermd en hij, iemand die slecht voor mij is. Toch wil ik niet weglopen dit keer, het mysterieuze in hem trekt me aan.
‘Ik… Ik wilde mijn excuses aanbieden voor die avond, het was niet mijn bedoeling’
Waar heeft hij het over? Wat was er gebeurd die avond?
‘Luister je wel?’
Ricardo had blijkbaar nog meer gezegd.
‘Nee, sorry. Nu luister ik wel, wat zei je?’
‘Laat ook maar.’
Hij loopt weg en laat mij alleen achter. Stom van verbazing sta ik hem na te staren
.

Dennis heeft me eindelijk ingehaald. Hij fietst behoorlijk langzaam voor een jongen, meestal ben ik degene die langzaam fietst. Oké, dat lag meestal ook aan mijn oude vriendinnen, die graag een paar kilometer omfietsen om maar in mijn aanwezigheid te zijn. Toen vond ik het zielig, nu nog steeds. Het zorgde ervoor dat ze elke dag gemiddeld anderhalf uur extra onderweg waren. Zo graag waren ze gewild, maar op het moment dat ik ze nodig had waren ze weg. Lieten ze me in de steek. Ik had het niet zien aankomen, echt niet. Ondanks dat ik wist dat mijn vriendschap met hen niet oprecht was, had ik meer van ze verwacht.
‘Ben je ook uitgenodigd voor het feest van Dani?’
Ik zeg dat ik ben uitgenodigd en net een outfit heb gekocht. Hij is het met me eens dat het een geweldig thema is en heeft er ook erg veel zin in. Hij gaat blijkbaar als Tarzan. Ik schiet acuut in de lach en val van de fiets af waar ik zojuist nog ophing. Charmant, heel charmant. Gelukkig helpt Dennis me snel overeind en zegt dat ik misschien maar beter naar huis kan gaan, voordat ik nogmaals val. Hij fietst met me mee en draagt mijn twee tasjes.

Als ik afstap om de deur open te doen merk ik dat hij opvallend dichtbij staat.
‘Bedankt voor het meefietsen, dan zie ik je wel vanavond denk ik?’
Hij kijkt teleurgesteld, verwachtte hij soms iets? Ik ben niet echt het type voor een romantisch afscheid waarbij er gezoend wordt en een been omhoog gaat. Zeker niet meer naar mijn nieuwe voornemens. Oh, die was ik dus vergeten… Ik ben weer lekker bezig. Na nog een keer gezwaaid te hebben neem ik afscheid van hem, eindelijk.

In de woonkamer zie ik mijn moeder koffiedrinken en de bijlage van de zaterdagkrant lezen, het gaat over onhandelbare pubers. Toevallig. Ze vraagt of ik nog geslaagd ben, dus show ik met een glimlach mijn aankopen.
‘Heel leuk schat. Heb je ook nog gesolliciteerd en eieren gehaald?’
Eieren? Moest ik die meenemen? Haar verzoek om eieren mee te nemen is zeker langs me heen gegaan. Aan een baantje heb ik ook al niet gedacht. Ik zeg dat ik alleen de eieren vergeten en weer terug zal fietsen. Kan ik gelijk naar een baan zoeken.

Tien minuten later sta ik weer in het winkelcentrum. Nu ik erop let zie ik een stuk of drie briefjes in de etalage hangen met de vraag om weekendhulpen en parttime medewerkers. Een van die winkels is de winkel waarin ik mijn jurk heb gekocht. Ik spreek het meisje achter de kassa aan en ze geeft me een sollicitatieformulier mee. Gelieve uiterlijk voor dinsdag inleveren. Ik blader het formulier vlug door en stop het daarna in mijn tas. Zo, dat is ook weer gebeurd. Aan een van de voorbijgangers vraag ik waar de supermarkt is. Hij blijkt om de hoek te zijn, dus daar ben ik zo.

Weer tien minuten later zit ik op de fiets, gewapend met de eieren. Zo, dat is ook weer gebeurd. Ik ga er vanuit dat ik Dennis dit keer niet tegenkom. Hem twee keer per dag zien is meer dan genoeg voor mij, ik moet mezelf wel in de hand weten te houden. Zijn vriend, what’s his name, zit ook weer in mijn gedachten. Leuk, maar zo fout. Hetzelfde type als vele van mijn exen. Niet iets wat ik nu nog ga doen, tenzij ik dronken wordt. Nee wacht, dat mag niet. Het gaat dus helemaal niet gebeuren, kan mijn moeder ook weer tevreden zijn. Voor het eerst in mijn leven luister ik naar de en houd ik me aan mijn afspraken. Naar mijn idee ben ik echt veranderd. Het is echter nog niet genoeg, waardoor terugval nog steeds mogelijk is. Terugval, echt iets wat ik me niet kan veroorloven. De nieuwe ik blijft. Zal ik haar Maria noemen?

Weer in de woonkamer aangekomen, zie ik dat mijn moeder weg is. Haar thee en krant zijn opgeruimd en nu ik erover na denk, stond ook haar auto niet op de oprit. Misschien is ze boodschappen gaan doen of langs een vriendin. Ik heb geen problemen met deze rust, het is een van de eerste keren dat ik thuis alleen ben. Tijd om voorbereidingen te treffen voor vanavond.

Vroeger had ik echt een gigantisch beautyritueel voordat ik naar social events ging, maar ik kan het eigenlijk niet maken om me aan die gewoonte te houden. Het zou niet geaccepteerd worden. Als ik mezelf hoor denken lijkt het net alsof ik een opvoedkundige robot ben, ik begin mezelf bijna eng te vinden. Geen tijd om hier over na te denken, tijd om mezelf te verzorgen en verwennen. De komende twee uur ben ik bezig met mijn gezicht schoon te maken, scrubben en gezichtsmaskertjes aan te brengen en er weer af te halen. Hand- en teennagels knippen, vijlen, polijsten en nagellak aanbrengen. Ik heb besloten om voor stylish wijnrood te gaan, geen slutty neonroze zoals vroeger mijn keus zou zijn geweest. Daarna is mijn make-up aan de beurt, ik moet er van mezelf op letten dat het niet teveel wordt, maar nog gewoon netjes. Een rozerode blush voor wat kleur op mijn gebruinde gezicht, een smal lijntje eyeliner boven mijn oog, om mijn oog te accentueren en natuurlijk een laag mascara om het af te maken. Daarna is mijn haar aan de beurt. Ik begeef me naar de badkamer en begin met mijn haren te wassen, op de goede manier te laten drogen en in model te brengen. Mijn kleren heb ik nog niet aan.

Het is al bijna acht uur als mijn moeder me roept voor het avondeten. We eten meestal wat later dan de typisch Hollandse tijd van vijf uur. Als we aan het eten zitten zegt mijn moeder tot mijn verbazing dat ik er mooi uitzie. Dat heeft ze nog nooit gezegd eigenlijk, vaak was het alleen maar kritiek waardoor ik nog erger doorsloeg en alleen maar de dingen overdreef waar zij zich aan ergerde. Echt een droomdochter was ik niet. Ik bedank haar en zeg op mijn beurt dat het eten erg lekker smaakt, iets wat ik nog nooit eerder tegen haar had gezegd. Nu ben ik, naar mijn mening, op weg een droomdochter te worden. Het was overigens wel een gemeend compliment, nepcomplimentjes zijn erger dan helemaal geen compliment, misschien zelfs erger dan negatieve kritiek.

Ik heb na het eten nog een half uur over voordat het feest begint. Ik gebruik de tijd om mijn tanden te poetsen, eventueel mijn make-up bij te werken, me om te kleden en deodorant en parfum te spuiten. Vervolgens vertrek ik op de fiets naar Dani. Er is alleen één probleem, ik ken de omgeving nog niet zo goed, dus weet ook niet precies waar ze woont. Het zou nu eigenlijk een goed moment zijn om Dennis tegen te komen.

Ik kom Dennis niet tegen. Het is echt jammer, want het betekent dat ik er een half uur over doe om Dani’s huis te vinden. Het bleek vlak bij te zijn, zo’n vijf minuten fietsen. Na twintig minuten stond ik aan de andere kant van het dorp, had ik de hoop opgegeven en de weg gevraagd. Een verstandige keuze bleek achteraf. De vrouw waaraan ik de weg vroeg, vertelde me dat dit ’s avonds geen goede buurt is voor meisjes van mijn leeftijd. Je leert elke dag weer wat. Het begint inmiddels al duidelijk donker te worden, behalve in het huis van Dani, daar is alles fel verlicht. Arme buren. Ik bel aan en een onbekende jongen doet de deur open. Hij bekijkt me van top tot teen, knikt, en laat me binnen. Hij zegt geen woord. Ik zie dat ik het qua kleding nog redelijk rustig aan heb gedaan, er lopen zelfs meisjes rond die een bikini gemaakt hebben van twee groot uitgevallen bladeren. Zelfs ík liep er niet zo bij. Deze plek is misschien toch minder saai dan ik dacht. Misschien zelfs wel heftiger. Zou het wel goed voor me zijn of zal ik niet tegen de verleiding kunnen?

Twee armen pakken me vast. Een warm gevoel komt op in mijn maag. Ricardo. Ik draai me om en wil hem zoenen. Hij is een van de eerste jongens waarvoor ik zo sterk een gevoel van verliefdheid voor heb gevoeld. Wat ook bijzonder is, is dat het gevoel niet binnen twee weken weggeëbd is, het houdt nu al een maand aan. Ricardo, mijn eerste echte liefde? Liefde maakt blind zeggen ze altijd, toch denk ik niet dat ook het geval bij mij is, Ricardo heeft gewoon geen slechte eigenschappen. Hij is knap, lief, kan goed zoenen, romantisch en nog zoveel meer. Hij is gewoon perfect!
Wake up!
Dat kan helemaal niet. Er is geen perfectie in de wereld, ben ik dan toch blind? Zal ik dan toch de gevolgen van mijn verliefdheid niet kunnen overzien? Een naïef Laantje met haar verliefdheid op de wiskunde docent? Nee, dat kan niet. Of wel?

Dan zie ik Dani staan, temidden van een groep mannelijke en vrouwelijke aanbidders. Het lijkt alsof ik naar mezelf zit te kijken, zo bekend komt dit me voor. Dani staat er vrolijk lachend bij, met glaasje drinken. Het ziet eruit als cola, maar is waarschijnlijk gemengd met sterke drank, naar mijn verleden kijkend. Waarschijnlijk is de lach ook niet echt. Wacht, dat moet ik anders formuleren, het is een echte lach, maar hij is niet gebaseerd op plezier, maar op de situatie om haar heen. Alles loopt zoals zij wilt dat het loopt, haar gasten hebben plezier en zij wordt aanbeden en ik, ik observeer alles. Het klinkt nu net alsof ik een soort enge stalker ben, niet mijn bedoeling. Ik zie Isa, Yanniek en Ash een paar meter van me vandaan staan. Ze zijn vreemd stil en proberen niet bij Dani in de buurt te komen, in tegenstelling tot Rozanne en Sophie, die aan Dani vastgelijmd lijken te zijn. Het drietal kijkt alsof ze net wat ernstigs besloten hebben en maken mij aan het twijfelen of ik me bij hen zal voegen. Het kan nu in ieder geval nog niet, eerst moet ik Dani groeten, geheel volgens de regels.

Het gesprek verloopt koeltjes, we zijn ons er beiden van bewust dat dit een formaliteit is. Dani mag mij niet en ik moet nog maar bedenken wat ik van haar vind. We sluiten ons “gesprek” af met een nagemaakte glimlach en draaien ons om, om terug te lopen naar de plek waar we stonden. Ik loop nog een paar meter verder door en voeg me bij Isa, Yanniek en Ash. Het groepje is inmiddels aangevuld door Marjon en Lisette. Ze lijken te schrikken als ik ze groet. Ik zie Ash snel omkijken naar Dani, die een fractie van een seconde haar constante glimlach kwijt is. Wat is er aan de hand?
‘Eeh.. hoi,’ zegt Ash nerveus.
Ashana die nerveus is? Ik ken haar nog niet zo lang, maar het is niet een meisje dat snel nerveus is. Er klopt iets niet. Ik groet haar terug en zeg de rest ook gedag en doe alsof ik niks in de gaten heb. De onrustigheid neemt af door mijn gemaakte onwetendheid en heel voorzichtig beginnen ze over een ander onderwerp. Het is een typisch meidenonderwerp, kleding. Ze bediscussiëren iedere outfit van ieder meisje dat aanwezig is op het feest. Met name Dani. Haar kleding valt blijkbaar niet zo in de smaak, Lisette vind het hoerig, Isa ouwelijk. Marjon haat de print en Yanniek is van mening dat het geval dat ze aanheeft zo vorig seizoen is dat ze er nog niet in begraven zou willen worden. Hun relatie met Dani staat duidelijk op het knappen. Wat heeft Dani gedaan dat ze dit gedrag achter haar rug om verdiend? Ik vraag me af of Dani het zelf in de gaten heeft, hoe geliefd ze werkelijk is. Zou het in mijn vorig leven ook zo zijn geweest, nee toch? Ik had toch nog wel wat verschillen met Dani of niet?

Plotseling valt mijn oog op Martijn. Hij staat met een flesje bier in zijn hand met Jesse te praten. De manier waarop dit gebeurt bevalt me niet, ze zien eruit alsof ze wat van plan zijn, het is me alleen niet duidelijk wat het is. Ik kan er maar beter geen aandacht aan besteden, straks verpest ik mijn eigen avond erdoor. Dit is lichtelijk overdreven, je hoeft niet bang te worden, misschien gebeurt er wel helemaal niks. Toch blijft Martijn mijn aandacht trekken, gewoon, omdat hij er zo perfect uit ziet. Zelfs de lach die nu om zijn mond speelt is leuk om te zien, al is het duidelijk dat het geen lach van oprechte vreugde is. Weg Martijn, weg! Ik wil je niet in mijn hoofd hebben zitten. Jou niet, Dennis niet en al helemaal Ricardo niet. Waar kwam hij ineens vandaan? Het is al zo lang geleden dat ik aan Ricardo gedacht heb en opeens is hij er weer. Net als in het verleden, hij was er altijd opeens, zonder aankondiging of reden. Hoe was het mogelijk dat hij mij altijd wist te vinden als ik alleen was? Dat ene minuutje in een hoekje van het schoolplein of als ik ’s avonds even naar buiten ging voor wat frisse lucht. Hij was er altijd, echt altijd. Het beangstigde en intrigeerde me op hetzelfde moment. Hij was leuk, charmant en ik was blijkbaar het enige meisje in zijn gedachten. Wat wil je nog meer? Ik vond hem leuk, hij leek mij leuk te vinden. Perfect, toch?

In mijn omgeving gebeurt wat, ik zie Martijn en Jesse op mij af komen, Dani kijkt triomfantelijk en het groepje om mij heen doet een stapje achteruit. Wat zijn ze van plan? Ik voel me als een konijn in de koplampen van een naderende auto. Ik weet dat er gevaar is, maar ben verblind en weet niet welke kant ik op moet vluchten. Ik zweef als het ware boven mijn lichaam en zie alles gebeuren. Martijn en Jesse komen dichterbij. Jesse heeft een flesje bier in zijn hand en Martijn houdt iets achter zijn rug, ik kan niet zien wat het is. Martijn zegt dat ik moet kijken, ze hebben een verrassing voorbereid. Een beeld van een film die ik vorig jaar heb gezien flitst aan mijn ogen voorbij. Een meisje krijgt op een feest door de populairdere kinderen allemaal zooi over zich heen gegooid. Zou dat ook bij mij gebeuren? Zou mijn status dan gelijk verlaagd worden naar die van Laantje? Ik ben geen Laantje, toch? Martijn begint weer te praten, hij zegt dat het iets is waardoor hun waardering voor mij duidelijk wordt. Het beeld van het meisje in de film dringt zich steeds sterker aan mijn netvlies op. Martijn vraagt of ik mijn ogen dicht wil doen. Ik twijfel of ik het verzoek in zal willigen en besluit dat toch maar te doen. Vervuld met twijfels heb ik mijn ogen dicht, vrezend voor het ergste. Plotseling voel ik iets vreemds in mijn handen gedrukt gekregen en doe ik mijn ogen open. Het is een omhulsel van een cadeaumand, niet echt iets dat ik verwachtte.
‘Omdat we je allemaal erg aardig vinden en we willen dat je je hier snel thuis voelt,’ zegt Martijn erbij, ‘Het is van ons allemaal.’
Het is gewoon vertederend. Ik zet de cadeaumand op de grond en geef hem spontaan een knuffel. Ik moet echt oppassen dat ik me hier niet thuis ga voelen en echt van deze mensen ga houden. Het is nog steeds een redelijk onwerkelijk gevoel, echt het tegenovergestelde van wat ik verwachtte. Het verbaast me ook echt dat ik zoveel liefde nu al krijg van mensen die ik nog amper ken. Ik kan niet zeggen dat ik er veel problemen mee heb.

Ik word nog even blij aangekeken door iedereen, kijk zelf blij terug, en vervolgens gaan ze weer door met waar ze mee bezig waren. Praten en drinken zijn de hoofdbezigheden, op een jongen en meisje na dat in een hoek staan. Die hebben ook hoofdbezigheden, maar dan op een andere manier. Ondanks dat de rust van het feest is wedergekeerd, voel ik me nog steeds niet helemaal op mijn gemak. Er hangt een vreemd soort onheilsgevoel in mijn hoofd, net alsof er nog steeds wat vervelends gaat gebeuren. Dan begint Isa tegen me te praten en word ik wakker geschud uit mijn overpeinzingen. Ik realiseer me dat ik nog steeds met de mand in mijn handen sta, waar haar opmerking ook over gaat, of ik niet ging kijken wat erin zat. Tegen de muur staat een tafel, waar ik de mand opzet. Isa helpt me mee met uitpakken, door het verpakkingsmateriaal te verzamelen. Het is grotendeels echt een meidenpakket, op een paar dingetjes na. Isa verteld me dat iedereen zijn eigen cadeautje voor in de mand had gekocht. Martijn was blijkbaar met het idee gekomen en had de mand gekocht en nog een klein cadeautje wat helemaal onderop zat. Zover was ik nog niet. In de mand zat mascara, douchegel, chocola, maskertjes, spekkies (die ik dus echt totaal niet lust), een paar waardebonnen en nog een aantal andere dingen. Sommige mensen hadden geen zin gehad om veel tijd te verspillen aan het zoeken van een cadeau, zo vond ik een kaart met een deurmat erop en daarin een aantal namen, waarvan ik er een aantal nog nooit gezien had, en wat geld. De deurmat moest het welkomstgevoel aanduiden. Bijna alle cadeautjes waren uit de mand, behalve een klein, vierkant, cadeautje dat helemaal onderop zat. Ik denk dat dit het cadeau van Martijn is. Benieuwd naar de inhoud scheur ik het papier eraf. Er zit een mooi doosje in. Als ik het doosje openmaak zit er geen cadeau in, maar een briefje. Ik vraag me af wat er gaat gebeuren als ik op het briefje in ga. Isa vraagt me wat erop staat, dus laat ik het haar ook lezen. ‘Kom vanavond om drie uur, na het feest, naar het park toe,’ leest ze zachtjes voor. Daarna kijkt ze me met iets vergrootte ogen aan, wat zou er aan de hand zijn? Ik voeg woord bij gedachte en vraag het haar. Ze vertelt me dat het wel Martijn is, De Martijn. Dan beseft ze dat ik zijn geschiedenis natuurlijk niet ken en vertelt ze me die. Vlak voordat ze klaar is, slaat de klok twaalf uur. Zondag begint.

Anonymous

  • Gast
« Reactie #6 Gepost op: 22 september 2008, 19:05:11 »
Iemand een comment?



hoofdstuk 6


6.
Nieuwe verassingen, nieuwe jongens, hetzelfde verhaal.

Voor mij was het verhaal van Martijn alles behalve schokkend. Natuurlijk, het was niet wat je van een doorsnee jongen verwachtte, maar dat is hij ook niet. Hij wordt gezien als “beter” dan normaal. Mensen die grappig proberen te zijn, maar bij wie het niet lukt, zouden zeggen ‘Zo, die heeft zeker vooraan gestaan toen God de goede uiterlijke eigenschappen uitdeelde!’. Ik geloof niet in een god. Martijn is gewoon het prototype populaire jongen dat makkelijk meisjes kan krijgen. Misschien ziet hij in mij ook zo’n makkelijk konijn, die je alleen maar een wortel voor hoeft te houden om het in de val te laten lopen. Hij weet echter niet dat ik altijd de persoon ben geweest die de wortel vasthield. Hij weet niks over mijn verleden, ik wel over het zijne, wat in mijn voordeel is. Heb je het door? Ik klink als een achterbaks roofdier. Voeg er het woord ‘sletterig’ aan toe en je hebt mijn oude ik. Het moet me toch ooit lukken om een nieuw imago te krijgen? Waarom is het zo moeilijk om te veranderen hoe je al je hele puberteit bent geweest? Hier geef ik mezelf eigenlijk al antwoord, ik ben gewend om zo te zijn en gewenning is moeilijk te breken. Toch moet het me lukken, zijn zoals ik was is geen optie meer, het kan simpelweg niet meer. Ik móet aardig, beleefd en welopgevoed worden en me zo gedragen. Eigenlijk moet ik gewoon volwassen worden en dus opgroeien, weg uit die domme puberperiode. Laat ik daar maar vanavond mee gaan beginnen. Of vannacht of vanmorgen, hoe je het ook wilt noemen. Ik vertel Isa dat ik in ga op het briefje van Martijn. Ze kijkt me aan alsof ik een dom rund ben, dat net niet naar haar verhaal heeft geluisterd. Om haar gerust te stellen, vraag ik of ze meegaat, zodat ze me kan “beschermen”, wat ik eigenlijk prima zelf kan, maar het gaat om het idee. Ze stemt er twijfelend mee in, maar zegt wel dat ze uiterlijk halfvier naar huis moet, omdat haar moeder anders boos wordt. Zie, Isa is wel een goed meisje, die luistert naar haar ouders en respecteert hun wetten en regels. Ik zou bijna trots op haar worden.

Ik loop met een klein groepje vrienden, zo’n vier, richting de aula als Laantje me plotseling aanspreekt.
‘Jij denkt dat je heel wat bent hè?’
‘Ben ik toch ook?’ De vriendinnen beginnen te lachen.
‘Ja, nou, nee! Dat ben je niet! Jouw leven draait alleen om je uiterlijk, je bent goedkoop, oppervlakkig en een slet! Jij weet niet eens wat respect of eigenwaarde is. Jij… Jij bent gewoon leeg! Een zielig omhulsel van gebakken lucht.’ Nu lachen mijn vriendinnen weer, het gevoel dat ze om mij lachen is aanwezig.
‘Laantje, als ik dat ben, waarom vind iedereen mij dan geweldig en jou niks, als jij dat allemaal niet bent?’
‘Wacht maar, jij zult niet altijd zo zijn!’
Het klinkt als een bedreiging. Zou ze iets van plan zijn of heeft ze het gewoon over het feit dat ik ook ooit ouder word en rimpels krijg? Who cares? Die krijgt zij ook. Ik zal altijd beter zijn dan Laantje en soortgelijke imbecielen. Het erge is, is dat mijn vriendinnen blijven hangen, net alsof een van hen mij wilt trotseren en zeggen dat Laantje gelijk heeft. Dat kunnen ze toch niet, daarvoor ben ik gewoon te goed. Ik loop door. Met twee seconden verschil komen ze ook in beweging en volgen ze me. Ze kennen in ieder geval de twee seconden afstand regel. Ik zou bijna trots op ze worden.

Dani kondigt aan dat het tijd is voor de spelletjes. Spelletjes? Hoe oud zijn ze, toch geen twaalf meer? Blijkbaar vind iedereen dit onderdeel van het feest heel leuk, je hoort mensen lachen en ze komen allemaal rond Dani staan. Ik besluit me er maar bij aan te sluiten. In je eentje is het namelijk niet erg gezellig, zelfs niet als je een cadeaumand en een vreemd briefje hebt. Het spelletje dat we gaan spelen is “doen, durf of de waarheid”. Kan het nog erger? Natuurlijk kan het erger, what was i thinking? Dani kondigt aan dat het spelletje dat we hierna gaan spelen “flesje draaien” is. In wat voor wereld ben ik beland? Waar ik vandaan kom gaan mensen op een feest praten, dansen en drinken totdat ze lam zijn. Vaak met als gevolg daarop zoent Pietje met Marietje en ligt Hansje met Annetje in de bosjes, je wilt toch geen partypooper zijn? Dan komt Dani op me af en de rest van de groep wordt stil. Ze zegt lachend dat het allemaal een grapje was en dat ik een hele grappige gezichtsuitdrukking had. Heel erg grappig vind ik het niet, maar vanwege zelfbehoud lach ik toch maar en zeg dat ik al schrok. Nu lacht iedereen en gaat het feest weer verder. Het is inmiddels al een stuk rustiger dan toen ik op het feest arriveerde. Dennis is er nog steeds niet, waar zou hij zijn? Nu ga ik lekker cliché doen en een zin gebruiken die men al veel te vaak gebruikt in diverse films, boeken en soms ook in het dagelijks leven. Dennis komt net om het hoekje van de keuken heen, alsof je het over de duivel hebt. Ik had je gewaarschuwd, het was echt cliché. Het kan erger, maar dat zal ik je niet aandoen. Het is inmiddels al kwart voor drie, daarom is het zo rustig geworden. Martijn en Jesse zijn al lang weg. Isa wijst op de klok en vraagt aan mij of het niet slim is om ook te gaan. Ik geef haar gelijk, we zeggen Dani en de rest gedag, ik groet Dennis, we openen onze tasjes om onze fietssleutels eruit te halen en we gaan op weg naar de afgesproken plek.

Stipt halfdrie komen we aan in het park. Oké, eigenlijk waren we vijf minuten te laat, maar voor mij is dat behoorlijk stipt. In mijn woordenboek bestond er niet zoiets als “te laat”, de rest was op dat moment gewoon te vroeg. Het verschil nu echter was, is dat de rest niet te vroeg was. Martijn was nergens te bekennen. Hij kan ook niet ergens anders in een park zijn, want het park is een klein grasveldje, een schommel, een bankje en een stuk of drie bomen in de buurt van het bankje. Martijn kán hier gewoon niet zijn. Het valt Isa ook op, ze wilt liever direct gaan. Ik vind dat we beter nog even kunnen wachten, misschien is hij gewoon een beetje laat. We lopen naar het bankje toe en gaan zitten. Opeens hoor ik een hard geluid. Isa hoort het ook, ze schrikt. Het duurt een paar seconden voordat ze beseft dat het haar mobiel is, het geluid van een sms. Zoals te verwachten viel, pakt ze haar mobiel en leest het smsje.
‘Volgensmij kan je beter weggaan, Isa’ de sms is van een onbekende afzender. Isa vindt het geheel blijkbaar zo eng dat ze tranen in haar ogen krijgt. Ik stel haar gerust en zeg dat ze wel kan gaan, omdat ik prima voor mezelf kan zorgen. Isa twijfelt een paar seconden en dan neemt haar angst het over van haar moed en gaat ze snel terug naar huis. Ze is nog niet uit het zicht verdwenen of Martijn komt eraan.
‘Stuurde jij dat smsje naar Isa?’
‘Ja, wilde kijken of je je cadeautje alleen durfde te ontvangen.’
‘Je ziet het hè.’
‘Ja.’
Ik ben kleiner en minder sterk dan hij. Ik weet dat als er wat zou gebeuren, ik er weinig aan zou kunnen doen. Ik ben volkomen weerloos, maar toch voel ik me sterk. Ik overschat mezelf niet, toch ken ik deze situatie niet. Natuurlijk heb ik wel vaker alleen met een jongen in een park gezeten, maar anders. Toen kregen vriendinnen van mij geen vreemde smsjes met adviezen en was de gelegenheid geen cadeautje. Martijn begint te praten. Hij zegt dat hij al een tijd wacht op een meisje als ik, een frisse wind door zijn woonplaats. Een meisje zonder verleden, dat nog volledig gevormd kan worden. Nu maakt hij me bang, mijn verleden, hoe weet hij daarvan? Hoe weet hij van mijn plannen af om een nieuw leven te vormen? Ik heb hem toch nog nooit eerder gezien?
‘Wat bedoel je Martijn?’
‘Je lijkt zo nieuw op de wereld en tegelijkertijd oud.’
Oke, hij is ook lekker vaag. Zou ik ooit dat cadeautje nog krijgen? Daar gaat het me toch om, because i am a material girl. Ik vraag hem waarom hij me nou had laten komen. Hij wilde me testen, als ik de test volbracht zou ik inderdaad een cadeautje ontvangen. Wat is hij van plan?

‘Hier is het.’
‘Wat bedoel je?’
‘Het cadeautje, hier is het.’
‘Ik snap je niet.’
‘Had ik ook niet verwacht.’
‘Wat bedoel je daarmee?’
‘Jij bent het meisje dat ooit populair was. Het meisje wat iedereen wilde zijn. Je waardeerde het echter niet en ging de fout in. Nu ben je niks, niemand en dat zal je ook niet meer worden. Nooit meer.’
Nadat hij dat gezegd heeft draait hij zich om en loopt weg. Zijn cadeau raakt me als een klap in het gezicht, hij gebruikte de waarheid om me neer te slaan, me te breken en de hoop weg te nemen. Het zit me dwars, hoe weet hij dit over mij? Straal ik het soms uit dat ik ooit iemand was? Wat heb ik hem aangedaan dat hij zoveel hekel aan mij heeft? Die cadeaumand was heel lief, zorgde ervoor dat ik me thuis voelde en dan dit… Alsof hij me haat. Ik weet toch echt zeker dat ik hem nog nooit ontmoet heb, in ieder geval niet bij volledig bewustzijn. Ik vind het eng, echt eng.

Ik zit al die tijd op het bankje, voor me uit te staren. Ik heb geen idee hoe lang ik hier al zit of hoe laat het is. Wat er net gebeurd is lijkt nu al onwerkelijk, als iets uit een vorig leven. Ik ben me er echter bewust van dat de gebeurtenis toch echt net is voorgevallen. Is er wel zoiets als een vorig leven in je eigen leven of is dat allemaal een illusie, gewoon iets dat ik graag wilde geloven zonder dat het mogelijk is? Is mijn leven een leugen? Hoogstwaarschijnlijk is het antwoord “ja”. Ik doe me anders voor dan dat ik ben of ben ik wel zo en was mijn vorige leven een leugen? Ik was er immers niet gelukkig mee, maar ben ik nu wel gelukkig? Ik weet het niet. Ik weet het gewoon echt niet. Het vreemde is dat nadenken en wijsheid alleen maar tot meer vragen leidt. Noemen ze dat nou ware wijsheid of is het gewoon de onwetendheid van de mens? Waar maak ik me ook druk om, de meeste mensen weten bijna niets, denken dat ze veel weten en doen er niet toe. Martijn is waarschijnlijk net zo, hij raadt maar wat, weet de waarheid niet, probeert me uit. Misschien heeft hij gewoon veel mensenkennis of merkte hij het aan mijn manier van doen. Misschien waren het wel mijn reacties op Dani of op zijn eigen opmerkingen. Heb je het door? Uit angst zit ik uitvluchten te bedenken in plaats van na te denken. Waarom moet alles zo ingewikkeld zijn? Het kan best zijn dat ik dit al eerder heb gezegd, maar het blijft waar. Waarom is een leven niet als een boekpagina die je kunt omslaan zonder de achterkant te zien? Waarom is leven eerder als een te dunne boekpagina waarbij je de letters van de vorige pagina er nog veel te duidelijk doorheen kan zien, waardoor je de pagina die je probeert te lezen niet meer kan lezen? Waarom is alles zoals het is? Het enige antwoord dat ik daarop kan geven is daarom. Al die tijd zit ik op het bankje, dat inmiddels al nat is van de dauw. Ik kan maar beter naar huis gaan, anders mag ik de komende tijd helemaal niet meer weg, omdat mijn moeder dan inderdaad denkt dat er geen nieuw leven is. Als ik langs de kerktoren fiets, zie ik dat het al kwart over vier is, dat betekent dat ik ruim een half uur alleen op dat bankje heb gezeten. In mijn vorige leven, als ik het zo nu nog wel kan noemen, zou dat ondenkbaar zijn. Mijn huis komt al in zicht, er is nog een lamp in de woonkamer aan. De woonkamer is echter leeg. Als ik in de badkamer voor de spiegel sta valt het me op dat mijn make-up uitgelopen is, heb ik zitten huilen op dat bankje of op de fiets? Het maakt allemaal niet uit, slaap lekker.

Ik zie wat. Nee, toch niet. Misschien ook wel. Nee, nee, ik zie niets. Nog heel even, dan zie ik wel weer. Laat me toch nog even in het donker, nog even een minuutje. Au, het doet pijn, het is zo fel, zo fel. Nee, wat vroeg ik je nou net, laat me nog eventjes liggen, maar heel even. Ik wil nog niet wakker zijn. Aaah, het moet toch. Nee, nee! Neem geen verantwoordelijkheid, je kunt nog best vijf minuten blijven liggen en als dat er tien worden, maakt het ook niet uit, toch? Steeds meer en meer licht, de muur van mijn kamer is herkenbaar, met daaronder de rand van mijn bed waarop de omtrek van mijn rechterhand rust. Het is toch gebeurd, helaas. Ik ben wakker. Nu zal het me niet meer lukken om te gaan slapen. Ik draai me om, vergezeld door het gekraak van mijn bed. Oké, dat was wel genoeg beweging voor nu. Ik zak weer weg in de duisternis.

Het licht verschijnt weer en dit keer blijft het. Als ik op de klok kijk, zie ik tot mijn verbazing dat het al middag is. Mijn moeder heeft me niet om tien uur wakker gemaakt voor het ontbijt, wat vreemd is. Het is een traditie om zondagochtend met het hele gezin te eten, al hield ik me daar nooit aan. Ik schold mijn moeder uit en sliep weer verder. Als ik erop terug kijk heb ik er spijt van, wat bezielde me om mijn moeder zo te behandelen? Gelukkig is er zoiets als moederliefde, maar toch moet ik mijn excuses aanbieden. Kreunend sta ik op uit mijn bed en pak ik mijn ochtendjas. Iets soepeler loop ik de trap af naar de keuken en woonkamer, met de verwachting daar tenminste één lid van de familie aan te treffen. Zoals te verwachten viel na dit soort opmerking, tref ik niemand aan als ik beneden kom. Er ligt echter wel een briefje op het aanrecht, geschreven door mijn moeder. Het briefje heeft geen bijzonder interessante inhoud, ze zijn naar het bos toe om een wandeling te maken en dachten dat ik niet mee zou willen. Daar hebben ze gelijk in, gelukkig. Wandelingen zijn verschrikkelijk, vooral in een bos. Ik ben altijd degene die door alle spinnenwebben heenloopt die er in het hele bos hangen, die de lading zand in haar schoenen meeneemt en diezelfde schoenen en de bijpassende kleding vies en vaak ook kapot maakt. Geef mij maar een discotheek of een strandwandeling met een leuke jongen, dat kan nog net. Dat was echter nu niet het geval, dus kan ik gaan ontbijten. Twintig minuten, een bordje pap, een glaasje jus d'orange en de krant later is mijn ontbijt voorbij. Het zou slim zijn als ik me nu ging douchen, aankleden, mijn kamer aan kant zou maken en mijn huiswerk zou maken. Het zou leuker zijn om nu helemaal niets te gaan doen of om gewoon terug te gaan naar mijn bed. Dilemma's dilemma's. Nee, echt een dilemma is dit niet, ik heb mijn leven gebeterd dus ga ik voor de slimme optie, al kan ik natuurlijk wel wat extra aandacht aan het proces voor mijn huiswerk besteden. Dat is niet erg, toch?

Deze zaterdag heeft me leren begrijpen wat mensen bedoelen met "een saai weekend", al vond ik het heerlijk. Het is iets wat ik altijd al had kunnen doen, maar waar ik nog nooit aan had gedacht. Gewoon een rustig dagje, tijd voor jezelf en de dingen die moeten gebeuren. Echt iets wat ik eerder had moeten ontdekken, alleen zat mijn oude ik in de weg. Eigenlijk wilde ik nooit thuis blijven, maar waarom? Ik weet het alweer, ik had altijd problemen met mijn ouders, die vonden juist dat ik te weinig thuis was en daarom wilden ze me meer thuis hebben. Ik was echter een "rebelse" puber en ging het liefst zoveel mogelijk tegen mijn ouders in, dus bleef ik zoveel mogelijk weg van huis. Deze verandering is toch wel goed denk ik, al weet jij nog steeds niet hoe ik qua uiterlijk veranderd ben. Je krijgt het ook niet te weten, ik wil niet dat je me kunt herkennen als ik je ergens tegen kom. Net als mijn naam, die heb ik je ook nog nooit verteld, is het je opgevallen? Van mijn gedachtes weet je alles wat ik je wil vertellen, van de dingen die ik meemaak ook een groot deel, alleen van mijn uiterlijke kenmerken weet je helemaal niks. Ik weet niet of jij al deze dingen wilt weten en ik interesseer me er ook niet in, jij leest tenslotte mijn leven, ik niet het jouwe. Voor wat hoort wat ken je niet, of wel? Kom ik nu te dicht bij? Ik zal maar weer wat afstand nemen. Gelukkig voor je, interesseert jouw leven mij vrij weinig. Het interesseert jou waarschijnlijk ook niet veel, daarom lees je over mijn leven, want als dat niet interessant zou zijn, wat zou iedereen dan met zijn eigen leven moeten doen? Niks, helemaal niks en daarom schrijf ik.

Deze zaterdag is en blijft een heerlijke dag. Mijn haar is gewassen, mijn nagels zijn geknipt, gevijld en gelakt, mijn gezicht is heerlijk zacht en schoon door een maskertje en ik ben heerlijk uitgerust. De rest van het huis is inmiddels al terug van de boswandeling en mijn moeder heeft ervoor gezorgd dat ik nu aan mijn huiswerk zit. Gelukkig heb ik nog amper huiswerk. Mijn vakken voor morgen zijn levensbeschouwing, Frans en biologie. Ik begin later en ben vroeg uit, een heerlijke start van de week. Al moet ik daar nog niet aan gaan denken, dat zou mijn weekend verpesten. De tijd vliegt blijkbaar toch, want het volgende moment roept mijn moeder me of ik de tafel wil dekken. Ik vraag me af hoe zij het in hun nieuwe woonplaats vinden, ze zijn hier namelijk wel dankzij mij. Nee wacht, dat moet ik anders formuleren. Ze zijn zelf verhuisd, maar wel door mijn schuld. Mijn moeder roept me nog een keer, waar ik blijf. Snel loop ik naar beneden om de tafel te dekken. Een paar minuten later staan er twee dampende pannen op de tafel en ligt er een stukje vlees op ieders bord. Het ruikt erg lekker en ik complimenteer mijn moeder ermee. Ik zie haar lachen, dit is ze niet van mij gewend. Zou het leven er in een normaal gezin net zo aan toe gaan of is dat alleen maar een illusie die ik heb? Welk beeld zou een realistischer beeld geven, het beeld van een gezin met een vader, moeder, eventueel een broertje en zusje en een chagrijnige, puberende tiener of het beeld van een gezin met een vader, moeder eventueel een broertje en zusje en een tiener die altijd voor iedereen klaarstaat? Misschien is wel helemaal niet zoiets als een normaal gezin, omdat iedereen andere behoeftes, normen en waarden heeft. Normen en waarden die eigenlijk voor een goede samenhang van het volk gelijk zouden moeten zijn. Dat noemt men cultuur, natuurlijk zijn niet alleen normen en waarden cultuur, maar ze maken er wel deel vanuit. Mijn normen en waarden stemden niet in met de normen en waarden van de rest van het gezin, het gevolg was een conflict. Dit is op kleine schaal wat er in een multicultureel land gebeurd, een klein deel heeft andere normen en waarden, dus er komen conflicten. Ons ras is in ieder geval vreemd. Heb je ooit een leeuw, muis, slang of een andere diersoort gezien die eerst alles wat hij heeft in wapens stopt om zijn eigen soort te vernietigen en die vervolgens de overlevenden helpt door ziekenhuizen, scholen enzovoorts te bouwen? Ik denk niet dat er zoiets bestaat en ik geloof ook niet dat jij dat wel denkt. Tenzij je nog in je kleutertijd zit en gelooft dat dieren kunnen praten en dat er boven op de regenboog een eenhoorn staat die je kunt omtoveren tot een prinsesje met elfenvleugels. Conclusie, als je denkt dat dieren dommer zijn dan mensen qua overleven, ben je zelf dom. Behalve de dodo, die was écht nergens goed voor en gedoemd uit te sterven. Mijn avondeten was overigens erg lekker.

De rest van de avond was niet echt gedenkwaardig te noemen, na het eten werd er afgeruimd, televisie gekeken of een boek gelezen en om half elf ging iedereen naar bed, keurig op tijd. Wij zijn nou eenmaal een keurige familie, inmiddels. Toen ik driekwartier later in mijn bed lag, was ik nog wakker, wat eigenlijk niet vreemd was, aangezien ik nog geen twaalf uur wakker was. Vroeger heb ik ooit een verhaaltje gelezen of een tekenfilm gezien, waarin gezegd werd dat twaalf, als een van de weinige woorden, misschien wel de enige, geen rijmwoord was. Twaalf, zwaalf, daalf, gaalf, het zijn inderdaad geen woorden die je terug kunt vinden in het woordenboek. Wie zegt dat tekenfilms je dom maken heeft het fout, je leert er juist van! Alleen het idee van tekenfilms waar je slim van wordt, stoot juist elk kind af. Die willen zien hoe de getekende poppetjes vechten met de slechterik en hun doel behalen of juist zien hoe achterlijk de acties van de personen zijn, hopelijk niet met de intentie om de acties na te gaan doen. Er komt weer wat anders in mijn hoofd op, iets dat ooit in de krant heeft gestaan. Er was een jongen die verslaafd was aan een schietspel in een speelhal en dat schieten vervolgens ging uitproberen op zijn medeleerlingen. Het spel had hem daadwerkelijk leren schieten, een aantal leerlingen waren dood en andere waren gewond, geen enkele kogel had zijn doel gemist. Is dit onze toekomst? Onze kinderen die van jongs af aan opgeleid worden om mensen te vermoorden en dit als een spel zien? Ik vraag me af of die jongen wel doorhad waar hij mee bezig was of dat hij het ook als een spel zag. Even later ging hij wel game-over, de politie kwam. Het duister begint me weer in te halen, Dit keer vecht ik niet tegen het licht, maar ook niet tegen het duister, ik geef me eraan over en val uiteindelijk toch in slaap.

Anonymous

  • Gast
« Reactie #7 Gepost op: 22 september 2008, 19:13:24 »
Dat is sinds deze zomer mijn slogan geworden, ooit was ik ook een Myrthe, een meisje dat veel terug keek naar wat er gebeurd was, maar dat niet naar de toekomst keek, naar hoe ze het verleden kon veranderen in iets positiefs. Eind vorig schooljaar heb ik mezelf gedumpt en een nieuwe ik opgetrokken, de nieuwe ik is nog niet perfect, maar ik kom al een heel eind.

Het volgende uur is begonnen, aardrijkskunde. Dit keer heb ik een plaats achterin kunnen bemachtigen. Myrthe is er niet en er komt nog niemand op me af gelopen. De klas begint al aardig vol te raken en ik zit nog steeds alleen. Ik ben trouwens niet de enige die alleen zit, blijkbaar zit dat schele kind met de bril en het lange haar hier ook. De laatste leerlingen komen binnen, twee meisjes en een jongen. De twee meisjes hebben het geluk dat ze nog een rij voor zichzelf kunnen vinden en de jongen komt naast mij zitten. Hij heet Dennis en is 17, blijven zitten in A5, dus hij moet dit jaar nog een keer doen. Hij is best wel knap dus heb ik er totaal geen problemen mee dat hij naast mij zit en niet naast dat andere meisje. Dennis zit op voetbal, hij is er blijkbaar goed in. Ook werkt hij, in een Restaurantje hier in de stad. Ik neem me voor om daar eens te gaan eten, zodat ik hem vaker kan zien. Hij vraagt of ik nog sport, ik zeg dat ik door omstandigheden ermee moest stoppen. Dennis vraagt waarom dat dan zo was, dat is iets wat ik niemand wil vertellen, dus zeg ik hem dat hij het later wel hoort, hij hoeft mij nu nog niet zó goed te kennen.

Anonymous

  • Gast
« Reactie #8 Gepost op: 22 september 2008, 19:38:35 »
Niemand iets van een reactie? Al is het maar "Stop aub. dit doet pijn aan mijn ogen" ?

Anonymous

  • Gast
« Reactie #9 Gepost op: 22 september 2008, 20:11:26 »
Ik loop naar de aula toe, toch een stuk groter dan op mijn vorige school, maar het Frans Hals College heeft ook een stuk meer mensen dan het Erasmus. Ik vraag me af of er nog meer mensen van mijn oude school hier zijn, maar die kans is klein, het Frans Hals ligt 50 km van het Erasmus vandaan en er zijn vast niet nog meer mensen die verhuisd zijn deze zomer.

Ik kijk of ik Myrthe of Dennis ergens zie staan. Dennis is de eerste die ik zie, hij staat in een grote groep jongens, iets te groot om er gewoon bij te gaan staan. Lisa en Sophie zie ik ook staan, ze zijn midden in de aula met wat andere meiden. Het zijn allemaal van die meiden waarbij ik zoiets heb “Oh, die zijn dus populair.”. Ze zien er allemaal ongeveer hetzelfde uit, laatste mode, goedkope variant erop, push-up BH en een beetje sletterig, het typ dat je vriendje van je afpakt.
Een vage herinnering komt bij me op, ik zie een meisje lopen door een disco, ik herken haar ergens van, maar weet niet waarvan, nu is ze aan het dansen met een jongen. In het volgende fragment zoent ze met hem, daarna wordt het even zwart en zie ik het meisje wegrennen.

Ik ben weer terug in de aula, mijn ogen zoeken verder, in een hoekje zie ik uiteindelijk Myrthe staan met drie meiden, ze staan er alsof ze niet gezien willen worden, toch loop ik op ze af.

Anonymous

  • Gast
« Reactie #10 Gepost op: 22 september 2008, 20:47:01 »
Ze kijken me met grote ogen aan als ik op ze af kom, Myrthe iets minder, maar haar ogen zijn nog steeds verwijdt. Het lijkt wel alsof ze denken dat ik ze in elkaar kom slaan, ze gaan steeds dichter bij elkaar staan en houden hun tassen voor zich. Misschien ben ik niet Miss Blijheid, maar zo eng en agressief zie ik er toch niet uit? Ik ben bij ze aangekomen en zeg hallo, hakkelend krijgen ze een h-h-h-hoi over hun lippen.

Ik mag ze nu al niet. Maar iets is beter dan niets, dus ga ik bij ze staan, vraag of ze dat goed vinden en stel mezelf voor. De drie meisjes heten Sylvie, Miriam en Patty, bij die laatste moet ik een beetje aan Spongebob denken, maar daarbij houdt alle positiviteit op. Myrthe hoort dus bij een van die loser-groepjes die elke school heeft. Ik besluit dat ik met de volgende pauze andere “vrienden” heb. Het kan lullig klinken, maar met deze mensen kan ik nooit een reputatie opbouwen, ze liggen er namelijk te ver uit om ze ooit nog er in te laten als een groep. Ik eet mijn koekje en praat een soort van met de meisjes, ondertussen kijk ik om me heen.

Anonymous

  • Gast
« Reactie #11 Gepost op: 22 september 2008, 21:28:51 »
up?

Anonymous

  • Gast
« Reactie #12 Gepost op: 22 september 2008, 22:35:04 »
Vlak bij ons staat een groepje alternatieve mensen, om ze zo maar even te noemen. Donkere kleding, jongens met lang haar, andere woorden voor gothic. Myrthe ziet mij kijken en zegt dat ze ongeveer elke maand van stelletje switchen, blijkbaar maakt geslacht niet heel veel uit. Niet helemaal mijn typ dus. Ik kijk verder, er staat een stelletje elkaar af te lebberen, ook niet echt een groep waar je bij wilt horen, tenzij je van triootjes houdt natuurlijk. Ook niet helemaal mijn stijl.

De bel gaat, op naar gym, een van de vakken die ik leuker vindt. Ik kom de kleedkamer in en zie Lisa zitten, ze lacht een beetje spottend. Myrthe zie ik niet zitten, ik denk dat ze in een andere klas zit. Sophie zie ik ook niet, kan me eigenlijk ook niet zoveel schelen. Als ik mijn gymschoenen aan het vastmaken ben komt Lisa op me af, ik ga rechteropzitten en kijk haar aan. “Hee, ik ben Lisa, maar dat wist je denk ik al.” zegt ze op een lichtelijk verwaande toon. Ik groet haar en maak mijn andere schoen vast. Hier is ze blijkbaar niet tevreden mee, ze is gewend meer aandacht en aanbidding te krijgen. “Hee.., hoor eens..” begint ze. Ik kijk haar aan en ze praat verder. “Ik moet je wat over Myrthe vertellen…” gaat ze verder. Nu wordt ik nieuwsgierig en vraag haar wat ze dan wilt vertellen. “Myrthe is.., ik weet niet precies hoe ik het moet vertellen..” zegt ze. Dit had ik niet helemaal van haar verwacht, ze lijkt onzeker en breekbaar, net een echt mens.

Anonymous

  • Gast
« Reactie #13 Gepost op: 23 september 2008, 15:28:12 »
Verder of droppen?

Anonymous

  • Gast
« Reactie #14 Gepost op: 23 september 2008, 16:07:10 »
?

JustLoveHim

  • **
  • Berichten: 121
    • Bekijk profiel
« Reactie #15 Gepost op: 23 september 2008, 16:26:20 »
ja, doe maar =)

Anonymous

  • Gast
« Reactie #16 Gepost op: 23 september 2008, 16:31:43 »

ja, doe maar =)

Doe maar wat? Droppen?

Anonymous

  • Gast
« Reactie #17 Gepost op: 23 september 2008, 17:53:12 »
Er wordt geklopt “Meiden, zijn jullie klaar, ik wil graag beginnen met de les.” Dat zal de gymleraar wel zijn. Ik vraag Lisa wat ze wilde vertellen, maar ze zegt dat het later komt. Ik denk nog heel even over wat ze me wilde vertellen, maar als ik de gymzaal inloop stop ik daarmee. Echt interessant zal het niet zijn, ze is tenslotte een “vijand” van Myrthe. In de gymzaal zijn de jongens aan het voetballen en staan de meiden in groepjes te praten, blijkbaar zijn ze hetzelfde als de leerlingen 50 km verderop. Onze gymleraar is nog jong, als hij ouder is dan 25 zou ik verbaasd zijn. Hij ziet er niet verkeerd uit, bruin haar, krullen en blauwe ogen. Ook is hij natuurlijk gespierd, wat hem een extra hottness graad geeft, maar hij is en blijft een leraar.

De les begint. Het valt mij nu pas op dat Dennis een klasgenoot is, hem was het al wel opgevallen en hij lacht naar me. Ik lach terug. Het is drie meisjes opgevallen, ze zijn stilletjes aan het lachen, verder is iedereen stil. Ik zie Dennis onzeker glimlachen, het ziet er schattig uit. “HO, blijf met je gedachten bij jezelf, geen jongens meer!” zeg ik tegen mezelf. Sommige dingen zijn níet voor herhaling vatbaar.

ps. Ik zou echt graag willen weten wat jullie ervan vinden.

Anonymous

  • Gast
« Reactie #18 Gepost op: 23 september 2008, 18:46:43 »
We gaan softballen, niet een van mijn favoriete sporten, maar het kan ermee door. Ik zit in een team met Jasper, Isa, Robin, Jesse, Rozanne en het schele meisje met de bril dat Greta blijkt te heten. Jasper en Robin zien eruit als wannabe’s, maar desalniettemin aardig. Jesse zou door menig meisje omschreven worden als “hot” hij ziet eruit als een typische surfjongen, inclusief een zwembroek als gymbroek. Isa en Rozanne zijn vriendinnen, ze zien er allebei erg aardig uit. En Greta, Greta blijft het schele meisje met de bril en het te lange haar.

Isa is aan slag, wijd, twee wijd, slag, drie wijd en raak. Ze sprint naar het eerste honk en haalt het nog net. Geen slecht begin. Rozanne juicht voor haar en een ander meisje in het veld ook, waarschijnlijk nog een vriendin. Dan is Greta aan de beurt, ze staat een beetje klungelig bij de thuisplaat, de pitcher gooit de bal en er gebeurd iets dat ik niet had verwacht. Ze raakt de bal enorm hard en begint te rennen. De bal gaat hoger en hoger, verder en verder. Greta rent door, ze is al bijna bij het tweede honk. De bal komt aan bij de vriendin van Isa, ze probeert hem te vangen maar dat mislukt. Greta is het tweede honk gepasseerd. De vriendin van Isa ligt op de grond, de bal rolt van haar vandaan. Greta blijft doorrennen, ze is bijna bij het thuishonk. Isa en Roxanne rennen op hun vriendin die nog steeds op de grond ligt. Greta staat bij het thuishonk te juichen, in haar eentje. De rest van het veld staat om de vriendin van Isa heen, ze blijkt Dani te heten. Greta kijkt hulpeloos om zich heen, ze begrijpt blijkbaar niet waarom er geen blije mensen om haar heen staan. Nu komt ook de gymleraar eraan. Hij zegt tegen het groter wordende groepje dat ze Dani wat ruimte moeten geven. Zelfs als hij bezorgd is ziet hij er leuk uit. “Nee, niet aan denken!” roept een stem in mijn hoofd. De gymleraar, Wouter Verkerk, zegt dat we naar de kleedkamers moeten gaan. Isa en Rozanne mogen na aandringen blijven.

Anonymous

  • Gast
« Reactie #19 Gepost op: 23 september 2008, 19:58:11 »
In de kleedkamer hoor ik al verhalen rondgaan. Greta heeft een hekel aan Dani en heeft haar het liefst het ziekenhuis in. Greta is zo scheel dat ze het verschil niet zag tussen Dani en een boom. Greta slaat altijd heel ver en dit keer had Dani de pech dat ze in de weg stond. Dani doet aan automutilatie en dit leek haar een handige manier. Zo gaat het nog wel even door, de verhalen worden steeds gekker. In een van de verhalen rende Greta Demi zelfs achterna met haar knuppel om haar neer te slaan.

Ik begin er genoeg van te krijgen, kleed me verder om en loop naar buiten.

Als ik buiten kom zie ik net Wouter wegrijden met Dani naast zich. Wel vreemd, een gymleraar die met de auto naar zijn werk gaat terwijl hij ook vijf minuten kan fietsen. Rozanne zie ik mijn kant op lopen, Isa zie ik niet. Ze is waarschijnlijk met Dani mee voor steun. Rozanne heeft de schrik nog op haar gezicht staan. Ik loop naar haar toe en vraag  hoe het met Dani gaat. Ze zegt dat ze waarschijnlijk een hersenschudding heeft, omdat ze zo’n harde klap gemaakt heeft. Ik wens Rozanne sterkte en loop door naar mijn fiets. Ik pak mijn fiets en sta op het punt weg te fietsen als ik geroepen wordt.

Anonymous

  • Gast
« Reactie #20 Gepost op: 23 september 2008, 21:18:33 »
Mn eerste verhaal slaat blijkbaar niet zo aan... :(

Anonymous

  • Gast
« Reactie #21 Gepost op: 07 oktober 2008, 17:53:14 »
Ik heb toch maar besloten verder te gaan..
Iemand die een reactie heeft? Ookal is het negatief, kritiek kan helpen om mn verhaal beter te maken =]


“Hee, wacht even!” het is Lisa. “Wat is er?” roep ik terug. Ze komt op me af rennen. Ik ben inmiddels van mijn fiets afgestapt en wacht haar op. Ik krijg het vage idee dat ik meer te horen ga krijgen over Myrthe. Vervolgens vertelt ze mij inderdaad dat ze wat over Myrthe wilt vertellen. Ik raak geïnteresseerd en kijk haar aan. Lisa ziet eruit alsof ze nog steeds aan het twijfelen is hoe ze het moet vertellen. Ze is nog niet begonnen met haar verhaal of Jesse komt eraan. Ze zegt dat ze het liever op de fiets bespreekt. Ik krijg het idee dat nog niet iedereen weet wat er met Myrthe aan de hand is.

We fietsen weg. Als we vergenoeg verwijderd zijn van Jesse begint ze te vertellen. “Met Myrthe zit het zo, vroeger waren Sophie en Myrthe beste vriendinnen.” Ik zeg dat Myrthe mij dat ook al verteld had, toen tijdens de wiskunde les. Lisa gaat verder met haar verhaal “Op een gegeven moment, ergens in de tweede werd ik bevriend met Sophie, Myrthe kon dat niet hebben.” Ik vraag me af wat Myrthe dan gedaan had, ze zag er zo lief en onschuldig uit. Ondertussen vertelt Lisa verder “Myrthe en ik konden het nooit goed vinden, al vanaf het eerste moment dat ik haar zag hadden we ruzie, ze zag mij waarschijnlijk als bedreiging. Toen Sophie en ik een keer gingen logeren begon de ellende, we wisten alleen nog niet dat Myrthe erachter zat.” We zijn bijna bij de school aangekomen, dat ziet Lisa nu ook. Ze stopt met haar verhaal en zegt dat ik later de rest wel hoor.

Anonymous

  • Gast
« Reactie #22 Gepost op: 07 oktober 2008, 19:42:32 »
Ik begin aan Myrthe te twijfelen, misschien is ze niet zo lief als ze lijkt, misschien bedriegt de schijn wel. Ik besluit om naar Myrthe toe te gaan in de pauze, haar kant van het verhaal horen.

Nadat ik naar mijn kluisje ben geweest loop ik de aula in. Ik zie Myrthe en haar loser-groepje al staan. Zoals te verwachten viel zie ik Sylvie, Miriam en Patty alweer kijken alsof ik ze in elkaar wil slaan. Waarom hebben die mensen niet door dat ik niet zo agressief ben?! Hun ogen worden groter en groter, als ik dichter bij kom, het verbaasd me echt dat ze er nog niet uit zijn gevallen. Myrthe heeft mij nog niet gezien, maar het valt haar nu wel op dat de rest vreemd kijkt naar iets achter haar. Ze draait zich om en zegt het meest abnormale woord ooit. “Hoi” Ik zeg hallo terug en vraag of ik haar even kan spreken. Ze kijkt wel een beetje vreemd, maar stemt in en loopt mee.

seacret

  • *
  • Berichten: 84
    • Bekijk profiel
« Reactie #23 Gepost op: 07 oktober 2008, 20:06:17 »
NICEE!!

doorgaan!

Unwind

  • ***
  • Berichten: 1.598
    • Bekijk profiel
« Reactie #24 Gepost op: 07 oktober 2008, 20:14:18 »
Ik vindt het leuk!
Ga je gauw verder!
En die reacties komen nog wel, hoor! ;)
Daar moet je je geen zorgen over maken.
x
Nil volentibus arduum.