Auteur Topic: Het algemene wiskunde vragen topic  (gelezen 77546 keer)

Anna

  • ***
  • Berichten: 2.543
    • Bekijk profiel
« Reactie #975 Gepost op: 28 februari 2018, 01:38:57 »
Ik hoop dat iemand me kan helpen met het volgende....
Het hoofdstuk gaat over vectoren.


Ik typ even de vraag die ik niet snap over:


Gegeven zijn de punten A(-1,2), B(3,4) en C(-5, -2).
Stel een vectorvoorstelling op van
a) de lijn k door A, evenwijdig met BC.


Ik snap dan dat de steunvector (-1 / 2) is. Maar uhm dan boven elkaar geschreven (zonder streep ertussen, ik weet alleen niet hoe ik dat hier doe).
Maar ik snap niet hoe ik aan de richtingsvector kom?!?
volgens het antwoordenboekje is dat (b - c) (met pijltjes erboven).
Maar ik snap gewoon niet waarom....
En ik loop dan ook vast met de vragen die erna komen. :(
Ik heb al een figuur met de vectoren (OA, OB, OC, AB, AC, BC enzo) getekend enzo, maar dat helpt me ook niet.
 
« Laatst bewerkt op: 28 februari 2018, 01:42:48 door anna »
If you expect nothing from somebody you are never disappointed.
― Sylvia Plath, The Bell Jar

Ashley

  • **
  • Berichten: 938
    • Bekijk profiel
« Reactie #976 Gepost op: 28 februari 2018, 08:23:27 »
Evenwijdige lijnen hebben dezelfde richtingsvector. Een richtingsvector van de gevraagde lijn is dus de vector BC of de vector CB. Je antwoordenboekje neemt kennelijk de vector CB, want dat is wat je krijgt als je de coördinaten van C aftrekt van de coördinaten van B, of preciezer: CB = OB - OC. (Ga dat zelf na.)
« Laatst bewerkt op: 28 februari 2018, 08:31:29 door Ashley »

Anna

  • ***
  • Berichten: 2.543
    • Bekijk profiel
« Reactie #977 Gepost op: 02 maart 2018, 20:47:17 »
Evenwijdige lijnen hebben dezelfde richtingsvector. Een richtingsvector van de gevraagde lijn is dus de vector BC of de vector CB. Je antwoordenboekje neemt kennelijk de vector CB, want dat is wat je krijgt als je de coördinaten van C aftrekt van de coördinaten van B, of preciezer: CB = OB - OC. (Ga dat zelf na.)

Ahh ja natuurlijk. eigenlijk is het best wel simpel nu ik het zo lees, haha
Bedankt voor je uitleg!! :D
If you expect nothing from somebody you are never disappointed.
― Sylvia Plath, The Bell Jar

Anna

  • ***
  • Berichten: 2.543
    • Bekijk profiel
« Reactie #978 Gepost op: 05 maart 2018, 20:09:04 »
Als je dit hebt:sin (2x + (1/3)π) = -(1/2)√3


Dan kom je toch uit op: 2x + (1/3)π = (4/3)π + k2π     v     2x + (1/3)π = (5/3)π + k2π
(en ik snap dat je dat dan nog verder moet uitwerken).


want je moet toch dan kijken in de exacte-waarden-cirkel waar y op -(1/2)√3 zit? (en dan kom je dus op 2 mogelijkheden uit)


Volgens het antwoordenboekje doe ik het fout......

Deze heb ik wel goed:  2x + (1/3)π = (4/3)π + k2π
Maar de tweede moet dit zijn:  π - (4/3)π + k2π


Bij het theorieblokje staat dit:
sin(A) = C los je op door uit de exacte-waarden-cirkel één oplossing B af te lezen. Daarna gebruik je sin (A) = C geeft A = B + k2π    v      A = π - B + k2π


Maar dat is toch juist als je sin (A) = sin (B) op moet lossen??!?!
Ik snap er nu niets meer van en dit is nog maar de voorkennis van dit hoofdstuk.. :S   


If you expect nothing from somebody you are never disappointed.
― Sylvia Plath, The Bell Jar

Lavender

  • **
  • Berichten: 654
    • Bekijk profiel
« Reactie #979 Gepost op: 05 maart 2018, 20:23:13 »
Deze twee zijn hetzelfde:
1. (5/3)π + k2π
2. π - (4/3)π + k2π

Als je bij nummer 2 neemt k=1 en dat er bij optelt, kom je op nummer 1 uit.

Anna

  • ***
  • Berichten: 2.543
    • Bekijk profiel
« Reactie #980 Gepost op: 05 maart 2018, 20:24:47 »
Hmmmmm ik kom wel op dezelfde antwoorden uit (je moest de oplossingen berekenen op [0, 2π]).
Dus ik denk dat het dan een andere manier van werken is wat ik doe, maar dat het beiden kan ofzo? Of het is per toeval goed
« Laatst bewerkt op: 05 maart 2018, 20:30:16 door anna »
If you expect nothing from somebody you are never disappointed.
― Sylvia Plath, The Bell Jar

Anna

  • ***
  • Berichten: 2.543
    • Bekijk profiel
« Reactie #981 Gepost op: 05 maart 2018, 20:29:20 »
Deze twee zijn hetzelfde:
1. (5/3)π + k2π
2. π - (4/3)π + k2π

Als je bij nummer 2 neemt k=1 en dat er bij optelt, kom je op nummer 1 uit.
huh ja dus het is eigenlijk wel goed. !!
bedankt!! :aanbid:


If you expect nothing from somebody you are never disappointed.
― Sylvia Plath, The Bell Jar

ThunderQueen

  • *
  • Berichten: 1
    • Bekijk profiel
« Reactie #982 Gepost op: 23 augustus 2018, 21:54:25 »
Beste,

Voor wiskunde heb ik een taak deze vakantie om mijn wiskunde weer op niveau te krijgen. In de taak staat een vraag die ik niet begrijp en ik kan ook geen vergelijkbare vraag in mijn boek vinden.

Herleid tot de vorm P= a*Q^b . Rond a en b eventueel af op twee decimalen.
d) Q=0,25P^5
e) Q= 0,01P^-1,5
f) Q= 3,31 (P^2)^3,6
g) Q= 8,5 [WORTEL4]16P^3  (drie nog in de wortel)

Kunnen jullie mij helpen, ik begrijp totaal niet hoe ik dit zou moeten doen.
Heel erg bedankt alvast voor de hulp.

supercoolsy

  • **
  • Berichten: 225
    • Bekijk profiel
« Reactie #983 Gepost op: 31 augustus 2018, 00:07:23 »
Beste,

Voor wiskunde heb ik een taak deze vakantie om mijn wiskunde weer op niveau te krijgen. In de taak staat een vraag die ik niet begrijp en ik kan ook geen vergelijkbare vraag in mijn boek vinden.

Herleid tot de vorm P= a*Q^b . Rond a en b eventueel af op twee decimalen.
d) Q=0,25P^5
e) Q= 0,01P^-1,5
f) Q= 3,31 (P^2)^3,6
g) Q= 8,5 [WORTEL4]16P^3  (drie nog in de wortel)

Kunnen jullie mij helpen, ik begrijp totaal niet hoe ik dit zou moeten doen.
Heel erg bedankt alvast voor de hulp.

Was dit alles dat in de opdracht stond?

Penguinone

  • **
  • Berichten: 153
    • Bekijk profiel
« Reactie #984 Gepost op: 31 augustus 2018, 11:57:50 »
Beste,

Voor wiskunde heb ik een taak deze vakantie om mijn wiskunde weer op niveau te krijgen. In de taak staat een vraag die ik niet begrijp en ik kan ook geen vergelijkbare vraag in mijn boek vinden.

Herleid tot de vorm P= a*Q^b . Rond a en b eventueel af op twee decimalen.
d) Q=0,25P^5
e) Q= 0,01P^-1,5
f) Q= 3,31 (P^2)^3,6
g) Q= 8,5 [WORTEL4]16P^3  (drie nog in de wortel)

Kunnen jullie mij helpen, ik begrijp totaal niet hoe ik dit zou moeten doen.
Heel erg bedankt alvast voor de hulp.
Ik zal er twee voor je voordoen, dan kan je de rest zelf proberen.
d) Q=0,25P^5
Allebei de kanten keer 4:
4q=p^5
Allebei de kanten tot de macht 1/5
(4q)^(1/5) = (P^5)^(1/5)
4^(1/5) * q^(1/5) = P ^ (5*1/5)
4^(1/5) = een getal
Dus dan krijg je:
getal * q^0,2 = P^1 (=dus P)

f) Q= 3,31 (P^2)^3,6
Q = 3,31 * P^(2*3,6) ----> want als je een macht tot de macht doet mag je vermenigvuldigen
Q = 3,31 * P^7,2
Allebei de kanten delen door 3,31
0,30Q = P^7,2
Met wat moet je 7,2 vermenigvuldigen om 1 te krijgen? 1/7,2
Dus beiden kanten tot de macht 1/7,2
0,3^(1/7,2) * Q^(1/7,2) = P^(7,2 * 1/7,2) =P^1
Dus:
getal... * Q^0,14=P
Ik was tink