Auteur Topic: Het algemene wiskunde vragen topic  (gelezen 85612 keer)

WiskundeIsMakkelijk

  • *
  • Berichten: 20
    • Bekijk profiel
« Reactie #950 Gepost op: 06 maart 2017, 21:42:33 »
^ oh zo ik zie het, Dankjewel!
ben je wiskundeleraar? Of gewoon heel goed in wiskunde? :p
Je uitleg is erg fijn!

haha, wat leuk om te horen. Ik heb zelf een bachelor in technische wiskunde gedaan, maar ik vind het altijd leuk om dingen uit te leggen :blush:

aspiration

  • **
  • Berichten: 300
    • Bekijk profiel
« Reactie #951 Gepost op: 13 maart 2017, 16:09:37 »

Zou iemand me alsjeblieft stap voor stap b kunnen uitleggen? Ik heb het antwoord maar ik snap er werkelijk niks van.

WiskundeIsMakkelijk

  • *
  • Berichten: 20
    • Bekijk profiel
« Reactie #952 Gepost op: 13 maart 2017, 23:45:44 »

Zou iemand me alsjeblieft stap voor stap b kunnen uitleggen? Ik heb het antwoord maar ik snap er werkelijk niks van.

In het 2e gedeelte wordt de motor uitgezet, de versnelling staat dan dus precies op de gegeven eindversnelling en de daarbijbehorende snelheid. Nu werkt er echter een vertraging op de raket. De raket zal dus door blijven gaan totdat deze een snelheid van 0 bereikt, daarna zal hij gaan vallen.
Als v0 de snelheid is die de raket heeft als de motor wordt uitgezet dan hebben we dus voor de snelheid v=v0-10t. En Y=v0t-5t^2+y0. Met y0 de hoogte op het moment dat de motor is uitgezet. Nu hoef je enkel een maximum te zoeken voor y. Deze formules krijg je simpelweg uit het integreren.

Nu ik achter mijn pc zit ipv mobiel kan ik het nog even stapsgewijs opschrijven:
-  a=-10 m/s^2 (versnelling)
integreer over t
-  v= -10 m/s^2*t+v0 (snelheid op 60s)
integreer nogmaals over t
-  y= -5 m/s^2*t^2+v0*t +y0 (hoogte op 60s)
We willen de maximale hoogte; dus het maximum voor y vinden: dy/dt = v. v=0 op t=v0/10. dus y heeft een maximum op v0/10. vul dit in in y en je hebt je maximale hoogte. (voor het nette kan je nog even bewijzen dat deze extreme waarde daadwerkelijk een maximum is).
« Laatst bewerkt op: 14 maart 2017, 10:46:24 door WiskundeIsMakkelijk »

George Ezra

  • **
  • Berichten: 975
    • Bekijk profiel
« Reactie #953 Gepost op: 14 maart 2017, 16:45:41 »


Sorry dat de foto zo groot is.
Bij b dacht ik dat dit het antwoord zou zijn : 5ncr2 x 6ncr2 x 5ncr2 x 2 = antw

Maar dit moet volgens de uitwerkingen:
2 x 1 x 5ncr3 x 1 x 5ncr2 = 200

Ik snap dus echt niet wat ze bij de uitwerkingen aan het doen zijn.

George Ezra

  • **
  • Berichten: 975
    • Bekijk profiel
« Reactie #954 Gepost op: 14 maart 2017, 18:01:49 »
up

Ashley

  • **
  • Berichten: 941
    • Bekijk profiel
« Reactie #955 Gepost op: 14 maart 2017, 18:15:40 »
Bij b dacht ik dat dit het antwoord zou zijn : 5ncr2 x 6ncr2 x 5ncr2 x 2 = antw
Je 6ncr2 klopt niet. Het gaat om routes zonder omwegen, dus in het middenstuk zijn er niet 6ncr2 mogelijkheden, maar slechts één mogelijkheid: langs de zijkant langs de vijver. Vervang dus 6ncr2 door 1 en je antwoord is juist.

George Ezra

  • **
  • Berichten: 975
    • Bekijk profiel
« Reactie #956 Gepost op: 14 maart 2017, 18:21:39 »
Ohh vandaar die 1 dus.
Dankjewel!!

George Ezra

  • **
  • Berichten: 975
    • Bekijk profiel
« Reactie #957 Gepost op: 16 maart 2017, 15:24:30 »
Snapt iemand deze:


Een bedrijf voorziet elk artikel van een code die bestaan uit twee letters, bijvoorbeeld BZ, KK en ZB. Alle mogelijkheden komen voor.


De fabrikant wil een gelote steekproef van lengte 10 nemen. hij nummert de artikelen met AA = 1, AB = 2, AC = 3 enzovoort.
De GR genereert de nmmers 317, 323, 144, 65, 245, 430, 93, 451, 9 en 405.


Welk artikel hoort bij nummer 144? En welk nummer bij 405?


Ik snap helemaal niets van deze som, zou iemand het stap voor stap kunnen uitleggen.

George Ezra

  • **
  • Berichten: 975
    • Bekijk profiel
« Reactie #958 Gepost op: 16 maart 2017, 16:59:40 »
Up

Ashley

  • **
  • Berichten: 941
    • Bekijk profiel
« Reactie #959 Gepost op: 16 maart 2017, 18:01:31 »
AA heeft nummer 1
AB heeft nummer 2
AC heeft nummer 3
...
AY heeft nummer 25
AZ heeft nummer 26
BA heeft nummer 27 (= 26 + 1)
BB heeft nummer 28 (= 26 + 2)
...
BZ heeft nummer 52 (= 26 + 26)
CA heeft nummer 53 (= 2 x 26 + 1)
CB heeft nummer 54 (= 2 x 26 + 2)
enzovoorts.

Omdat 144 / 26 ≈ 5,5 is de eerste letter nummer 6 van het alfabet, dus F. Omdat 144 - 5 x 26 = 14 is de tweede letter nummer 14 van het alfabet, dus N. Bij nummer 144 hoort dus artikel FN.

Omdat 405 / 26 ≈ 15,6 is de eerste letter nummer 16 van het alfabet, dus P. Omdat 405 - 15 x 26 = 15 is de tweede letter nummer 15 van het alfabet, dus O. Bij nummer 405 hoort dus artikel PO.

Michelle_ymcmb

  • ***
  • Berichten: 1.319
    • Bekijk profiel
« Reactie #960 Gepost op: 23 maart 2017, 22:53:55 »
Kan iemand mij helpen met vraag 53a? Het gaat over lissajous figuren en ik heb geen idee hoe ze aan al die coördinaten komen, ook niet nadat ik de afbeeldingen heb gezien.


WiskundeIsMakkelijk

  • *
  • Berichten: 20
    • Bekijk profiel
« Reactie #961 Gepost op: 24 maart 2017, 00:10:41 »
We weten dat de markante punten, die punten zijn waar x = 0 of y = 0 of x = 1 of y = 1 of x = -1 of y = -1. Als we nu naar de beschrijving van de krommen gaan en al deze oplossing zoeken dan vinden we de coördinaten van de punten. Voor bijvoorbeeld x = 0 krijgen we:
sin(t-1/6*pi)=0
dit geeft t-1/6*pi=k*pi (k=..-1,0,1,2..) -> t=(k+1/6)*pi.
Omdat 0<t<2*pi, krijgen we dat de enige mogelijke oplossing zijn voor k=0 en k = 1 (we zien inderdaad ook in de afbeelding dat de kromme de lijn x=0 2 keer snijdt, merk tevens op dat dit 2 keer hetzelfde punt is).

Als we nu onze waarden voor t invullen in de uitdrukking voor y krijgen we:
 y=sin(2*1/6*pi)=1/2*sqrt(3) (met sqrt=wortel). Ditzelfde krijgen we als we de andere gevonden waarde voor t invullen, we hebben dan dus een markant punt op (0,1/2*sqrt(3)).

Kan je nu denk je zelf de andere markante punten vinden?

Michelle_ymcmb

  • ***
  • Berichten: 1.319
    • Bekijk profiel
« Reactie #962 Gepost op: 24 maart 2017, 17:46:09 »
Thanks ik snap het! Krijg ik vandaag te horen dat we lissajous figuren niet op de toets krijgen terwijl ik daar echt veel tijd aan heb besteed haha.

hotlineshawty

  • **
  • Berichten: 801
    • Bekijk profiel
« Reactie #963 Gepost op: 16 april 2017, 17:48:13 »
Hoihoi, iemand die goed is in bedrijfseconomie en mij kan helpen?

Pb me!

Python

  • *
  • Berichten: 12
    • Bekijk profiel
« Reactie #964 Gepost op: 18 april 2017, 00:31:57 »
Hoihoi, iemand die goed is in bedrijfseconomie en mij kan helpen?

Pb me!

Haha misschien, maar het is een best wel breed begrip dus waar doel je precies op?

George Ezra

  • **
  • Berichten: 975
    • Bekijk profiel
« Reactie #965 Gepost op: 22 april 2017, 12:21:29 »
Vraag stond hier maar ik snap het al! :)
« Laatst bewerkt op: 22 april 2017, 12:46:05 door George Ezra »

Cinnaber

  • ***
  • Berichten: 2.797
  • Cash me ousside, howbow dah?
    • Bekijk profiel
« Reactie #966 Gepost op: 23 april 2017, 15:17:38 »
Ik ben dus echt vreselijk slecht in wiskunde en ik heb morgen een toets die ik écht moet halen. Het gaat over integralen, de oefeningen kan ik redelijk goed, behalve het stuk over onder-en bovensommen. Ik snap het principe wel, maar het lijkt alsof ik steeds iets verkeerd doe. Zou iemand me misschien kunnen zeggen of het allemaal klopt wat ik schrijf?


Dus, ik moet de ondersom berekenen van de grafiek met functie f(x)=x²+x+1 over het interval [0,8]. Het aantal deelintervallen (n) = 4.
Mijn Δx is dus (b-0/n) gelijk aan 2.


Dan bereken ik de ondersom als volgt:
s4 = 2*( f(2) + f(3) )
     = 2*(7+13)
     = 40


Dan de bovensom:
S4 = 2*( f(3) + f(4))
     = 2*(13+21)
     = 68


De oppervlakte zou dus (40+68)/2 zijn, wat 54 is.




Klopt mijn werkwijze?





Alt er love.  *Galaxy*

Ashley

  • **
  • Berichten: 941
    • Bekijk profiel
« Reactie #967 Gepost op: 23 april 2017, 20:59:04 »
Je zegt dat je het principe wel begrijpt, maar volgens mij is dat niet zo. Je maakt namelijk meerdere conceptuele fouten in je uitwerking.

De algemene gedachte is dat je de oppervlakte onder de grafiek kunt benaderen met rechthoeken. Als we kijken naar het interval [0, 8] en dat interval in vier stukken verdelen, dan krijgen we rechthoeken met een breedte Δx = (8-0)/4 = 2. De hoogte van de rechthoeken wordt bepaald door de grafiek. Je kunt daar op (in ieder geval) drie manieren naar kijken. Als eerste kijken we naar de situatie waar de hoogte van de grafiek de laagste functiewaarde is die voorkomt op het interval, oftewel: de rechthoek raakt de onderkant van de grafiek. Dit heet een ondersom en is in onderstaande figuur afgebeeld:



De hoogte van de rechthoeken is dus de kleinste functiewaarde op het bijbehorende interval. De linker rechthoek hoort bij het interval [0, 2] en omdat het een stijgende functie is, is de kleinste functiewaarde f(0). De oppervlakte van de eerste rechthoek is dus 2 · f(0). De ondersom is daarom 2 · f(0) + 2 · f(2) + 2 · f(4) + 2 · f(6) = 144. Rreken dit na en zorg dat je dit helemaal begrijpt.

Je ziet dat een ondersom een ondergrens voor de werkelijke oppervlakte geeft: de werkelijke oppervlakte kan zeker niet kleiner zijn, maar wel groter, want tussen de bovenkant van de rechthoeken en de onderkant van de grafiek zit witte ruimte die niet is meegenomen. Daarom kun je je afvragen of er geen betere benadering met rechthoeken te maken is. Bijvoorbeeld de volgende situatie:



Je weet dan zeker dat de werkelijke oppervlakte niet groter kan zijn. Deze aanpak, met een bovensom, geeft dus een bovengrens voor de werkelijke oppervlakte. Bij een bovensom wordt voor de hoogte van de rechthoekjes de grootste functiewaarde op het interval genomen. Ga zelf na welke functiewaarde dat bij deze rechthoeken is en reken zelf na dat deze aanpak leidt tot een bovensom van 288.

Een derde aanpak, die in het algemeen leidt tot de beste benadering, is door de functiewaarde bij het midden van het interval te gebruiken:



Reken zelf na dat deze aanpak leidt tot een schatting van de oppervlakte van 208. En let op: dit is dus niet hetzelfde als het gemiddelde van de ondersom en de bovensom.

Overigens geldt bij wiskunde dat veel oefenen daadwerkelijk helpt. Maak dus altijd je huiswerk en stel altijd vragen over alles wat je niet begrijpt; neem er geen genoegen mee als opgaven "redelijk goed" gaan. En stel je vragen bij voorkeur ruim voor de toets, niet op de laatste dag ervoor. Het klinkt wat kinderachtig, maar dat gaat echt helpen bij het halen van hogere cijfers.

Michelle_ymcmb

  • ***
  • Berichten: 1.319
    • Bekijk profiel
« Reactie #968 Gepost op: 08 mei 2017, 21:40:24 »
Kan iemand mij uitleggen wanneer je integralen bij snelheid en plaats gebruikt en wanneer je gewoon de snelheid bijv. kan primitiveren en zo de plaats uitrekent (in mijn boek heet die paragraaf de 2e afgeleide) Ik zie niet echt het verschil wanneer ik welke moet gebruiken omdat ik het ook niet echt duidelijk vind worden in de vraagstelling. Ik weet niet of ik zo duidelijk genoeg ben maar kan het niet veel beter uitleggen  :fieuw:

Demure

  • ***
  • Berichten: 1.521
    • Bekijk profiel
« Reactie #969 Gepost op: 14 mei 2017, 19:24:11 »
https://static.examenblad.nl/9336115/d/ex2015/VW-1024-a-15-2-o.pdf


Kan iemand heel toevallig opdracht 6 uitleggen :fieuw:



Oh, the places we'll see.

WiskundeIsMakkelijk

  • *
  • Berichten: 20
    • Bekijk profiel
« Reactie #970 Gepost op: 24 mei 2017, 14:11:49 »
Kan iemand mij uitleggen wanneer je integralen bij snelheid en plaats gebruikt en wanneer je gewoon de snelheid bijv. kan primitiveren en zo de plaats uitrekent (in mijn boek heet die paragraaf de 2e afgeleide) Ik zie niet echt het verschil wanneer ik welke moet gebruiken omdat ik het ook niet echt duidelijk vind worden in de vraagstelling. Ik weet niet of ik zo duidelijk genoeg ben maar kan het niet veel beter uitleggen  :fieuw:

Sorry voor de late reactie:
het primitiveren van een functie (bijvoorbeeld f(x) ) is het vinden van een functie (bijvoorbeeld F(x) ) zodanig  dat geldt dat de afgeleide van F(x) gelijk is aan f(x).

Het integreren van een functie (langs x) is een bepaalde operatie die op een functie wordt uitgevoerd, er zijn voor jou 2 soorten integralen bekend. Bepaalde (met grenzen) en onbepaalde (zonder grenswaarden). Als je de onbepaalde integraal van een functie wil uitrekenen dan is dit antwoord gelijk aan de primitieve van deze functie plus een integratieconstante, je krijgt dan weer een functie van x.
Dit kan je bijvoorbeeld gebruiken als je een snelheidsfunctie hebt en daar een plaats/afstandsfunctie uit wil krijgen. Je rekent dan de onbepaalde integraal uit en de integratieconstante is gelijk aan de beginplaats.

Nu kan je ook de bepaalde integraal uitrekenen, je rekent dan de integraal uit over een functie vanaf bijvoorbeeld x=0 t/m x=1. Dit bereken je wederom door de primitieve te gebruiken, alleen nu vul je de waarden x=1 en x=0 in en bereken je het verschil hiertussen. De bepaalde integraal is dus geen functie van x. Dit gebruik je bijvoorbeeld als je een snelheidsfunctie hebt en je wilt weten hoeveel afstand er is afgelegd tussen 2 tijdstippen (dit is dus het uitrekenen van de oppervlakte onder de grafiek).

Samengevat:
Je gebruikt de primitive om een integraal te kunnen uitrekenen.

WiskundeIsMakkelijk

  • *
  • Berichten: 20
    • Bekijk profiel
« Reactie #971 Gepost op: 24 mei 2017, 14:13:57 »
https://static.examenblad.nl/9336115/d/ex2015/VW-1024-a-15-2-o.pdf


Kan iemand heel toevallig opdracht 6 uitleggen :fieuw:

Ik neem aan dat je inmiddels examens hebt gehad en je het antwoord misschien al weet of anders niet meer interessant is, maar voor het geval dit niet klopt: er wordt vermeld dat het om een binomiale verdeling gaat en er wordt hier een simpele eis aan gesteld. Kijk dus nog eens naar wat een binomiale verdeling ook alweer inhoudt en dan moet deze vraag heel makkelijk zijn. (hint: denk aan de complementregel)

Saartje<3

  • **
  • Berichten: 119
    • Bekijk profiel
« Reactie #972 Gepost op: 27 juni 2017, 18:08:31 »
Hoi,

Morgen heb ik een mega-belangrijk proefwerk van wiskunde. Ik begrijp een aantal dingen niet. Zou iemand het kunnen uitleggen? <3

Sommige formules kan ik wel korter schrijven,maar sommigen ook niet,zoals deze: m=7z-7-9z+11c en y=4x v x v en k=5x2n2 (die twee is een klein 2tje boven de n)

Het zou me enorm helpen als jullie een uitwerking per som laten zien hieronder  :bounce:

Er komen ook weleens vragen waarvan ik niet weet hoe ik het moet beantwoorden bijvoorbeeld: Ligt het punt op de grafiek van formule B?

Dat was het wel

Liefs.

Serena

  • **
  • Berichten: 699
    • Bekijk profiel
« Reactie #973 Gepost op: 27 juni 2017, 18:21:05 »
Bij de eerste, m=7z-7-9z-11c kan je de de 9z nog van de 7z afhalen. Je krijgt dan dus m=-2z-7-11c (want 7-9=-2)

De tweede, y=4xvxv kun je schrijven als 4v²

Bij de derde, k=5x2n², kun je de 5 en de 2 nog vermenigvuldigen, je krijgt dan dus k=10n²

En wat betreft de vragen 'Ligt het punt op de grafiek van formule B'. Krijg je dan coördinaten in de vraag?
Dus bijvoorbeeld: Ligt het punt (4, 22) op de grafiek van y=5t+2.

Je gaat dan eerst het x-coördinaat in de formule invullen. Dit is de 4 van de (4, 22).
Je krijgt dan y=5x4+2, en het antwoord hiervan is 22. Dit klopt met de Y-coördinaat die je gegeven had gekregen, namelijk de 22 van de (4,22). Dit punt ligt dus inderdaad op de grafiek.

Ik hoop dat het je een beetje heeft geholpen, veel succes! :)
Wearing the smile you gave me :)

kopjechino

  • Global Moderator
  • *****
  • Berichten: 17.574
    • Bekijk profiel
« Reactie #974 Gepost op: 28 juni 2017, 10:52:12 »

Ik heb je topic even samengevoegd met het wiskundetopic. Verder heb ik geen antwoord op je vraag, sorry!
Like, I feel like every year has a new energy, and I feel like this year is really about, like, the year of just realizing stuff. And everyone around me, we're all just, like, realizing things